Een uit de kluiten gewassen 'pronkscheepjen'

Het museum voor en van álle Nederlanders. Dat wil het nieuwe Rijksmuseum in Amsterdam zijn, dat op 13 april opent na tien jaar verbouwen. In 80 zalen vertellen 8000 objecten het verhaal van 8 eeuwen Nederlandse kunst en geschiedenis. Voor elke provincie kiest Trouw alvast een voorwerp uit onze nationale schatkamer.

HENNY DE LANGE

Alleen voor dit Zeeuwse scheepsmodel zouden alle Zeeuwen naar het Rijksmuseum moeten komen, vindt Jeroen van der Vliet, conservator maritieme collecties. Het is voor zover bekend het grootste scheepsmodel uit de zeventiende eeuw dat is gemaakt in Nederland. En het is ook nog eens 'verbluffend mooi' gedetailleerd. "De Zeeuwen mogen er trots op zijn dat dit uit hun provincie komt." Nee, de conservator is zelf geen Zeeuw. Maar wel opgegroeid aan het water. Als je als kind elke dag schepen ziet passeren over de Boven-Merwede bij Gorinchem, groeit de liefde voor de maritieme wereld vanzelf. Na zijn studie zeegeschiedenis kreeg Van der Vliet ook nog eens deze 'droombaan' bij het Rijksmuseum, waardoor hij dagelijks tussen zeeslagen en scheepsmodellen mag verblijven.

Dit uit de kluiten gewassen model was bedoeld als 'pronkscheepjen' voor de vergaderzaal van de Zeeuwse admiraliteit in de Abdij van Middelburg. Het stond symbool voor de core business van de admiraliteit: het onderhouden van de Zeeuwse oorlogsvloot. Oorlogsschepen waren nodig om de koopvaart en visserij te beschermen tegen vijandelijke schepen, kapers en piraten. Ook moesten ze ervoor zorgen dat de belangrijkste scheepvaartroutes door Het Kanaal, de Sont en de Straat van Gibraltar niet voor Nederlandse schepen afgesloten zouden worden. Dat was een reëel gevaar, omdat de grote welvaart tijdens de Gouden Eeuw in de Republiek tot afgunst leidde bij de buren Engeland en Frankrijk.

Nederland had in die tijd vijf admiraliteiten, elk met haar eigen vloot. Alleen tijdens oorlogen trokken ze samen op. De onderlinge rivaliteit was groot, vooral als het ging om het verdelen van de baantjes - met name het opperbevel. Amsterdam claimde die post, omdat zijn admiraliteit de grootste was, maar Rotterdam was de oudste. En in Zeeland hadden ze zeehelden als Johan en Cornelis Evertsen en natuurlijk Michiel de Ruyter.

De portretten van deze beroemde admiraals hingen in de vergaderzaal van de Zeeuwse admiraliteit, die versierd was met vlaggen en wimpels die op Spaanse schepen waren veroverd. In zo'n heroïsche entourage mocht een scheepsmodel niet ontbreken, vonden de Zeeuwen. Het model werd in de winter van 1697-1698 gemaakt op de Vlissingse scheepswerf waar ook de oorlogsschepen werden gebouwd.

Het bouwen van een scheepsmodel waren de scheepsbouwers niet gewend. Dat verklaart misschien dat de schaal onduidelijk is. Ook klopt de verhouding tussen de grootte van het model en het aantal kanonnen niet. Van der Vliet: "Het ligt voor de hand dat de admiraliteit een model wilde van het grootste schip, 't vlaggeschip. Dat had 80 tot 96 kanonnen, terwijl dit model er maar 74 heeft." De conservator sluit niet uit dat de beschikbare ruimte in de zaal de doorslag kan hebben gegeven.

Op de voorsteven is een gekroonde leeuw te zien, een verwijzing naar stadhouder Willem III. Op het achterschip is het door Willem III gedragen Sint-Joriskruis aangebracht met daar omheen vier keer het monogram RWR. Dat staat voor Regens William Rex. Omdat het scheepsmodel geen naam heeft gekregen, is het in de loop der tijd naar deze versiering genoemd: William Rex. Voor het scheepsmodel werd tenminste 70 Vlaamse ponden betaald, destijds een fors bedrag voor een pronkscheepjen.

Vandaag: Zeeland

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden