Een tweede taal, misschien wel goed

Het is een aansprekend idee dat tweetalige mensen cognitief in het voordeel zijn. De Schotse hoogleraar Antonella Sorace is een van de onderzoekers die dat luid verkondigen. Maar het bewijs voor de stelling wankelt.

Een kind dat meer dan één taal in zijn brein heeft zitten, heeft daar voordelen van die verder reiken dan taal. Met die stelling kwam Antonella Sorace, hoogleraar taalontwikkeling aan de Universiteit van Edinburgh, naar Amsterdam voor een publieksfestival over meertaligheid.

Vol vuur somt Sorace de voordelen op die tweetaligen zouden genieten: ze kunnen zich niet alleen verstaanbaar maken in meerdere talen, hun brein is ook beter in allerlei taken die ver buiten de taal reiken, zoals aandacht focussen, niet-relevante informatie onderdrukken en wisselen tussen de ene taak en de andere. En die zogenoemde executieve functies zijn heel nuttig in het dagelijks leven.

"Elke keer als een tweetalige spreekt, moet hij de andere taal in zijn hoofd wegdrukken", zegt Sorace. "Terwijl ik Engels spreek, ben ik onbewust aan het vechten om mijn Italiaans onder de oppervlakte te houden. Dat onderdrukkingsmechanisme is een cognitief systeem dat niet alleen met taal te maken heeft. Tweetaligen moeten dat veel gebruiken, dus trainen ze het goed en beheersen ze het beter dan mensen die één taal spreken." Dat vermogen is handig bijvoorbeeld in een drukke schoolklas, om de aandacht te kunnen houden bij de opdracht in plaats van wat er om je heen gebeurt. Of tijdens het autorijden in een stad, met veel ander verkeer en verkeersborden die niet allemaal relevant zijn voor de bestuurder.

Kruistocht

Sorace is met haar project Bilingualism Matters bezig aan een ware kruistocht door Europa, om mensen ervan te doordringen dat er niks mis is met tweetalig opvoeden. De Nederlandse tak van dat project lanceerde ze op het festival.

"Veel mensen denken dat een kind in de war raakt als het meer dan één taal hoort, of dat kinderen het minder goed doen op school als ze thuis een andere taal spreken. Daar is absoluut geen bewijs voor. Een tweede taal heeft geen negatieve invloed op de hoofdtaal."

Sterker nog, opgroeien met meer dan één taal leert kinderen al op jonge leeftijd hoe taal werkt. Ze begrijpen eerder dan eentalig opgroeiende kinderen dat er een structuur aan taal ten grondslag ligt, die voor elke taal weer anders is, maar wel vergelijkbare regels kent.

De gedachte is dat ze daardoor ook makkelijker een derde taal leren, en een vierde en een vijfde. Volgens Sorace zijn er voorbeelden van regio's waar kinderen, die naast de schooltaal ook een lokale taal leren, de schooltaal zelfs beter begrijpen dan de kinderen die alleen de taal spreken die op school gesproken wordt.

Nog mooier

En het wordt nog mooier. Tweetalige kinderen beginnen vroeger met lezen, bijvoorbeeld. En bovendien begrijpen ze eerder dat mensen een ander perspectief kunnen hebben dan zijzelf. "Dat inzicht is een belangrijke mijlpaal voor alle kinderen", aldus Sorace. "Ze moeten leren dat mensen een ander gezichtspunt kunnen hebben dan zij, dat anderen niet hun gedachten kunnen lezen. Omdat tweetalige kinderen al jong moeten kiezen welke taal ze gebruiken tegenover wie, zien ze dat sneller in. Het voordeel daarvan is moeilijk te overschatten in een wereld waarin mensen zo dicht op elkaar leven."

Maar het sterkste argument van Sorace en andere meertaligheidsvoorvechters, blijft dat van de eerder genoemde executieve functies: dat meertaligen beter kunnen focussen, onderdrukken en switchen. Want dat valt hard te maken met tests, die in allerlei psychologische onderzoeken worden gebruikt.

Tegenstrijdig

Maar juist van dat argument zijn niet alle wetenschappers even overtuigd. 'Er is geen samenhangend bewijs voor tweetalige voordelen bij de executieve verwerking', schreef de Amerikaanse cognitief psycholoog Kenneth Paap met twee collega's recent in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Cognitive Psychology.

De onderzoekers benadrukken dat er veel tegenstrijdige onderzoeksresultaten zijn. De ene studie vindt wel voordelen bij het onderdrukken, de andere niet, of juist alleen bij het switchen. Bovendien wijzen ze op een zwak punt in veel van de studies die wel verschillen vonden: die telden maar weinig proefpersonen, die ook nog eens slechts één specifieke taak hoefden uit te voeren. De auteurs waarschuwen dat je over de uitkomsten dan geen grote uitspraken kan doen.

Om hun woorden kracht bij te zetten, deden ze ook zelf een experiment, met bijna vierhonderd proefpersonen en vier tests, die door psychologen worden geassocieerd met het onderdrukkingsmechanisme en snel aandacht omschakelen.

Simon

Eén daarvan is de Simon-taak. Daarbij zien de proefpersonen een kruisje op een computerscherm. Naast dat kruisje verschijnt willekeurig links of rechts een Z of een /. Het symbool dat de proefpersoon ziet, moet hij zo snel mogelijk op het toetsenbord aanslaan.

In sommige gevallen komt de Z links van het fixeerkruisje tevoorschijn (en de / rechts), en klopt de plek dus met de plek van de toets op het toetsenbord. Maar soms is dat niet het geval. Om toch zo snel mogelijk op de goede toets te kunnen drukken, moet je de informatie over de plááts van het symbool op het scherm onderdrukken en alleen meenemen wát het is.

Geen verschil

In de meeste tests vonden de onderzoekers geen enkel prestatieverschil tussen tweetaligen en eentaligen. De eentaligen scoorden in de Simon-taak zelfs beter dan de tweetaligen.

De tweetaligen scoorden in een andere taak beter: het kostte hun minder moeite om de aandacht snel te verleggen. In de zogenaamde switch-taak moesten de proefpersonen de ene keer letten op de kleur van wat in beeld kwam en daar zo snel mogelijk op reageren, en de andere keer op de vorm. Dat deden tweetaligen beter, maar alleen tweetaligen die hun twee talen hadden geleerd vanaf hun geboorte.

Meertaligheidsonderzoekers als Sorace en Ellen Bialystok, de laatste deed als een van de eersten onderzoek naar de voordelen van meertaligheid en zoekt met haar resultaten graag de media op, zijn desondanks overtuigd van de baten van tweetaligheid.

Sorace: "Ook al vinden sommige studies geen voordelen voor tweetaligen, ze vinden ook geen nadelen. Het lijkt erop dat er niet altíjd een verschil is tussen mensen die één taal spreken en tweetaligen. Maar áls er een verschil is, zijn de tweetaligen in het voordeel."

Iets anders

Dat dat deels de argumenten ondermijnt waarmee ze mensen wil stimuleren meer dan één taal te spreken tegen hun kind, stoort Sorace niet. Het gaat haar om iets anders: ze wil de houding jegens minderheidstalen veranderen.

"Regionale of immigrantentalen zijn even waardevol als de landstaal en het Engels", zegt ze. "Op Sardinië, waar ze een andere taal spreken dan het Italiaans, denken mensen dat hun kind beter Engels kan leren dan Sardinisch, omdat die taal belangrijker is. Wij vergeleken in een studie kinderen die tweetalig Italiaans-Sardinisch zijn met eentalige Italiaanse kinderen. In veel gevallen verschilden ze niet, maar de tweetaligen bleken wel een betere abstracte kennis te hebben van het Italiaans. Ze konden beter over het Italiaans nadenken."

Volgens Sorace hoeven ouders daarom niet te worstelen met het dilemma of ze hun kind ook hun eigen, lokale of immigrantentaal leren naast de dominante taal van hun land. "Als kinderen eerst Sardinisch en Italiaans leren, leren ze daarna het Engels sneller en beter." En daarover lijkt een redelijke consensus onder taalwetenschappers te zijn, in ieder geval voor onderdelen van het taalverwervingsproces.

Later dement

Op latere leeftijd lijkt tweetaligheid positieve effecten te hebben. Onderzoekers aan de Universiteit van Edinburgh vergeleken bij een grote groep dementerenden onder andere op welke leeftijd de symptomen zich manifesteerden. De tweetaligen onder hen bleken de symptomen vier jaar langer buiten de deur te kunnen houden dan de eentaligen, ongeacht opleidingsniveau. Hun geheugen was beter en ze konden zich beter concentreren. Het tweetalige brein lijkt dus te kunnen compenseren voor vroege symptomen van dementie.

Meertalig opvoeden

Om te voorkomen dat een kind in de war raakt als het meerdere talen hoort, zijn er methoden bedacht om een meertalige opvoeding te structureren. Bijvoorbeeld: de ene ouder spreekt de eerste taal, de andere ouder de tweede. Of: thuis wordt taal 1 gesproken, en buitenshuis taal 2.

Maar dat die methodes werken, is nooit bewezen. En dat kinderen in de war raken al helemaal niet. Bovendien is het in de praktijk niet eenvoudig om twee talen zo strikt te scheiden.

"Elke methode werkt", zegt hoogleraar taalontwikkeling Antonella Sorace van de Universiteit van Edinburgh. "Maar alleen als een kind genoeg van beide talen hoort, en het taalaanbod ook van goede kwaliteit is. Dat is cruciaal." Je zou een kind in theorie wel tien talen kunnen leren, als het die talen maar genoeg hoort. Sorace: "Er is geen bewijs dat drie of vier talen tegelijk een kind in de war brengen. Maar hoe meer talen je een kind aanbiedt, hoe minder het van elke taal kan horen. Dan is de kans groot dat een of meer talen achterblijven op andere, in ieder geval in het begin."

"Je ziet in de praktijk dat ouders dan ontmoedigd raken, terwijl het kind de andere taal later nog weer kan inhalen. En wat de dominante taal is kan veranderen, per levensfase en per situatie."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden