Een tweede huid te leen

In het chique Bergen kunnen schrijvers zich even terugtrekken in de voormalige villa van de ’Prins der Dichters’, A. Roland Holst.

Elke Gedichtendag trekken dichters het land in om de poëzie onder de mensen te brengen, maar dichter Ilse Starkenburg (1963) blijft altijd thuis. „Ik heb dan bijna nooit iets”, zegt ze.

Ook vandaag komt ze het leenhuis voor schrijvers aan de Nesdijk 7 in Bergen niet uit. Ze was wel gevraagd voor de poëzie-estafette vanavond in Perdu in Amsterdam, „de ene dichter na de ander, een hele massa”, maar bedankte vriendelijk. Niet dat ze principieel tegen voordragen is. „Maar daar ligt niet mijn talent.”

Dichter des Vaderlands hoeft ze ook niet te zijn. Te veel poespas. „Ik vind dat er tegenwoordig heel veel nadruk ligt op extraverte dichters.”

Als introverte schrijver gaat Starkenburg vanochtend gewoon aan het werk. Van acht tot twaalf werkt ze aan een roman die over een kleine gemeenschap gaat. De villa waarin ze verblijft, het voormalige huis van dichter A.Roland Holst (1888-1976), versterkt de bruikbare herinnering aan het vrijstaande huis in Holwerd waarin ze opgroeide. Na het schrijven gaat ze zwemmen of wandelen.

Sinds 2002 verhuurt het Bert Schierbeek Fonds de gerenoveerde woning voor een symbolisch bedrag aan schrijvers. Ze mogen een maand blijven. De inrichting komt van Ikea, ’onpersoonlijk maar praktisch’. Omdat schrijvers ’sloddervossen’ zijn, komt er een professionele stofploeg langs als een schrijver vertrekt.

In het chique Bergen ogen tuinhuisjes als kleine villa’s en dragen kassameisjes in de supermarkt geen hoofddoekjes, merkt Starkenburg op. Ze valt wel op met haar Lidl-boodschappentas. Maar ze voelt zich thuis en noemt de villa in een gedicht zelfs ’mijn tweede huid’, woorden die Roland Holst ook gebruikte.

Vierenveertig jaar, de helft van zijn leven, had de ’Prins der Dichters’ aan de Nesdijk gewoond. Hij schreef er zijn belangrijkste bundels, waaronder ’De Wilde Kim’ (1925) en ’Winter aan zee’ (1937). Hij had een haat-liefdeverhouding met de villa, die hem benauwde en angstig maakte.

In de vitrinewand op de werkkamer boven is op foto’s te zien hoe Roland Holst de tuin zo liet verwilderen dat het riet naar binnen groeide. Op andere foto’s ontvangt hij Lucebert en J.C.Bloem. Maar ook zonder die bewijzen voel je het verleden.

Als Starkenburg rond een uur of zes ’s avonds gaat zitten ’schemeren’, de lichten uit, ziet ze vanuit de erker hoe prachtig de lucht steeds verandert. „De buurman kwam vragen of ik soms hulp nodig had met de verlichting.” Terug in Amsterdam mist ze die luchten het meest.

’Gekraakt klooster’, de titel van haar vierde bundel, verwijst naar dit huis, en in gedichten speelt het een voorname bijrol. Klooster, omdat je er in stilte tot diepere inzichten komt. „En ik ben hier toch een beetje een kraakster, een insluiper.”

Huis en omgeving zitten vol afleiding, maar toch komt Starkenburg nog best aan werken toe. Ze neemt alleen laptop, pennen en schriften mee. Boeken zijn er genoeg. „Veel schrijvers laten hier hun hele oeuvre achter.” Verder draait ze cd’s van Amy Winehouse en Tom Waits of zet ze een klassiek concert flink hard op. Thuis luistert ze vanwege de buren alleen naar kamermuziek.

Toen ze hier voor het eerst kwam was er geen tv. „Ik raakte zo afgekickt dat ik haar thuis heb weggedaan. Maar nu staat er hier juist een.” Thuis is het soberder. „Ik ben de magnetron en afwasmachine ook gaan gebruiken.” De gebruiksaanwijzingen kosten wel de nodige tijd.

Het gaat langzaam, maar ook Bergen verandert, iets wat niet elke schrijver waardeert. Sommigen bekritiseerden het ’postorderhuis’ dat de buren lieten neerplanten. De nieuwbouw blokkeert het uitzicht op de duinen. ’Een monsterlijke kast’, zou dichter Gerrit Kouwenaar gebromd hebben. Maar schrijvers zorgen zelf ook wel voor overlast als ze een feestje geven. En daarbij zijn de schrijvers hier ook maar te gast.

Starkenburg zit hier nu voor de derde keer. Ze is aan het huis gehecht geraakt, wat gevaarlijk is, omdat ze misschien niet meer terug mag komen. „Dat begrijp ik wel, er zijn immers veel meer schrijvers. Maar je ergens aan hechten gaat vanzelf.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden