Een tuttige Oberon?

,,Dat woord wilde ik niet horen”, zegt Boris de Leeuw. Over het belang van 'ouderwets' dansen.

In de balletstudio van het Amsterdamse Muziektheater zijn de dansers van Het Nationale Ballet stiller dan normaal. Kuiten worden gestretcht, spitzen 'gekneusd', ruggen gerecht. De dansers die niet op het speelvlak aanwezig hoeven zijn, zitten eerbiedig zwijgend aan de zijlijn. Dansend of niet; alle ogen zijn gericht op Sir Anthony Dowell, die aanstalten maakt om met de repetitie van Frederic Ashtons 'The Dream' te beginnen. Een danser maakt niet elke dag een balletgrootheid van zo dichtbij mee.

Artistiek leider Ted Brandsen van Het Nationale Ballet legt hem in de watten. ,,Vergeet niet dat hij in het rijtje dansers van Mikhail Barishnikov, Erik Bruhn en Rudolf Noerejev thuishoort. Die orde van grootte, dat is Anthony Dowell”, zegt Brandsen trots. Als eerste solist Boris de Leeuw opkomt zet 'Sir Anthony', zoals hij liefkozend genoemd wordt, zijn bril wat rechter op zijn neus. Boris de Leeuw, alias Oberon de elfenkoning, doorstaat met moeite een snelle overgang van pirouette naar arabesk, de lastige techniek valt hem zichtbaar zwaar. Sir Anthony Dowell, de Engelse balletprins van 25 jaar geleden, staat in joggingbroek voor de Nederlandse balletprins anno nu. ,,Be more active, Boris” krijgt De Leeuw te horen, ,,Wees trots, gracieus, lánger die lijnen! De techniek komt later wel, maar act more... understated.”

In 2001 ging Sir Anthony met pensioen als artistiek directeur van The Royal Ballet, maar dat betekende lang geen afscheid van het Engelse ballet. Als artistieke erfgenaam van choreograaf Frederic Ashton (overleden in 1988) reist hij de wereld rond om Ashtons balletten in te studeren en de specifieke English style over te brengen. Tenslotte was het zi¿jn lijf waarop tussen 1966 en 1982 talloze balletten van Frederic Ashton zijn gecreëerd. Onwillekeurig is Sir Anthony Dowell daarmee de beste representant van de specifieke Engelse balletstijl. Reden genoeg voor koningin Elizabeth hem in 1995 tot 'Sir' te slaan.

Het Nationale Ballet is een van de weinige gezelschappen buiten The Royal Ballet waar werk van Frederic Ashton op het repertoire staat. In het honderdste geboortejaar van deze choreograaf - zijn muze was Margot Fonteyn - wordt Ashtons 'The Dream' (door HNB gebracht als 'Midzomernachtsdroom') uit 1964 hernomen. Het Nationale Ballet brengt de hoogtepunten uit het 19de-en 20ste-eeuwse klassieke ballet en volgens Ted Brandsen is het werk van Frederic Ashton ,,absoluut zo'n hoogtepunt”. Brandsen: ,,Als zijn choreografieën goed worden uitgevoerd weet je niet wat je ziet.

Zijn stijl is heel secuur en complex, op het artificiële af, maar als het eenmaal onder de knie hebt ziet het er heel sprankelend uit. Buitengewoon moeilijk, dat wel. De rol van Oberon uit 'Midzomernachtsdroom' is misschien wel de moeilijkste mannenrol uit het klassieke ballet.”

,,Ja, de rol van Oberon is ongelooflijk zwaar”, zegt een uitgeputteBoris de Leeuw. ,,In Ashtons Engelse stijl moet je snel schakelen tussen moeilijke passen, dan raak je wel eens even de weg kwijt.” Naast de vele draaien die in rechte lijnen virtuoos moeten worden uitgevoerd, vindt De Leeuw vooral de theatrale elementen, de 'mime', lastig om te doen. ,,Je moet geloven in wat je doet, anders sta je maar een beetje met je armen te wapperen. Ook al is je techniek nog zo goed.”

Ted Brandsen beaamt het belang van spelinleving in Frederic Ashtons werk. ,,Daarom zijn we ook zo blij dat Sir Anthony nu bij ons de puntjes op de i zet. Je krijgt zo alles direct van de bron. Ashton heeft de rol van Oberon letterlijk óp de fysiek van Dowell gemaakt. Dowell weet dan ook precies hoe rollen dansant, theatraal en muzikaal moeten worden geïnterpreteerd.”

In de voetsporen van dansmeesters Petipa en Ivanov heeft Frederic Ashton de zogenaamde 'verhalende' balletten verder ontwikkeld. Zijn 'Cinderella' (naar het sprookje van Charles Perrault) en 'Midzomernachtsdroom' (naar Shakespeare's Midsummernightsdream) zijn volgens de Engelse pantomimetraditie rond een duidelijk verhaal gecreëerd, in tegenstelling tot het werk van generatiegenoot George Balanchine die zijn ontwikkeling juist in de abstractie zocht. Ted Brandsen: ,,Ashton hield ervan op de lach te spelen. Maar dan niet de schuddebuiklach, meer de understated, ingehouden glimlach.” Nederlanders vinden zijn humor vaak wat aan de grove kant, constateert Brandsen. ,,Kerels in jurken die in 'Cinderella' de boze stiefzusters spelen, de speelse verwikkelingen in 'Midzomernachtsdroom': dat soort humor is bij Ashton, naast de ingetogen virtuositeit, een wezenlijk onderdeel van de choreografie.”

Solist Boris de Leeuw moet naar woorden zoeken om de Engelse balletstijl te omschrijven. Hij blijft steken bij ,,heel klassiek”. Is tuttig dan misschien het woord? ,,Dat woord wilde ik nou nét niet gebruiken!” lacht De Leeuw. ,,Als je de precisie van Ashton vergelijkt met de veel lossere en acrobatische stijl van George Balanchine, doet het inderdaad behoudend en 'gedragen' aan. Ashton is toch veel meer 'tuuterdetuut', snelle pasjes, afgemeten armen; ja, een beetje ouderwets.” Directeur Ted Brandsen, ooit zelf danser bij Het Nationale Ballet: ,,Toen Midzomernachtsdroom in de jaren tachtig weer op de speellijst werd gezet, dachten wij dansers 'moet dit nou'. We vonden het maar een moeilijk en ouderwets stuk. Ik denk dat de verfijning van de Engelse stijl veel mensen destijds op het verkeerde been heeft gezet. Die precisie werd in Nederland vooral als gedateerd ervaren.”

Maakt ouderwets niet onbemind? Onzin vindt Brandsen. ,,In Nederland moeten dingen al gauw 'vernieuwend' zijn. Jarenlang was 'avant-garde' de norm, gelukkig hebben de critici en het publiek tegenwoordig meer waardering gekregen voor de techniek en structuur van de dans.” Al vind je de Engelse stijl truttig en hou je niet van die Engelse humor; als geheel steekt 'Midzomernachtsdroom' volgens Brandsen razend knap in elkaar:

,,Het wérkt op toneel.” Elfenkoning Oberon, in de persoon van Boris de Leeuw, kijkt uit naar het moment dat hij in 'Midzomernachtsdroom' elfenkoningin Tytania op de bühne het hof kan maken. ,,Nu is het nog wat 'stressvol' om de rol onder de knie te krijgen, maar eenmaal zover, is het heerlijk om in een Ashton-ballet te dansen.”

Ook Sir Anthony Dowell is tevreden. Het werk van de 'Grote Meester' is prima neerzet. ,,Ik heb me beziggehouden met de 'purity' van de lijnen en de 'reserved quality' van het passenmateriaal. Frederic Ashton hield ervan de mooie kanten van het leven te belichten. Eigenlijk is de vreugde in zijn werk het allerbelangrijkste wat ik wil overdragen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden