Een Turk of niet

De moord op de Haagse conrector Hans van Wieren kan beter begrepen worden als je rekening houdt met de Turkse identiteit van de dader, vindt cultureel antropoloog en criminoloog Hans Werdmölder. 'Zodra een Turkse man in zijn persoonlijke eer wordt aangetast, moet hij aan familie en bekenden laten zien dat hij niet zomaar over zich heen laat lopen. Niet voor niets werd de moord in een volle kantine gepleegd. De daad van Murat werd daarmee een openbaar ritueel, met de leerlingen en docenten als toeschouwers. Hij wilde aan iedereen laten zien dat hij een man is.'

Na de dodelijke schietpartij op de conrector van het Haagse Terra College, Hans van Wieren, liet het Openbaar Ministerie weten geen enkele mededelingen te zullen doen over de identiteit van de dader. Het speculeren over de identiteit en de achtergrond van de dader is dan allang begonnen. Mijn eerste spontane reactie was: het is een Turk. De bekende feiten zijn nog schaars, maar mijn 'culturele gevoel' zegt dat het om een Turkse dader gaat. In dit soort gevallen koop ik meestal De Telegraaf of ik ga te rade bij de lokale krant. De volgende dag laat het NOS-Journaal van acht uur weten dat het gaat om een Turkse verdachte. Nog tijdens het Journaal vragen kijkers zich af waarom zo nodig de identiteit van de verdachte moest worden vermeld. Was de informatie over de Turkse afkomst van de dader noodzakelijk?

Op de website van het NOS-Journaal geeft hoofdredacteur Hans Laroes, onder het kopje 'Een Turk of niet', een redactionele verantwoording. Hij zegt dat als je meer wilt weten over het hoe en waarom van de misdaad, je daar ook de etniciteit van de verdachte bij moet betrekken. Zo is het. De Turkse identiteit van de dader is wel degelijk van belang voor het begrijpen van het gebeurde.

De moord op conrector Hans van Wieren, gepleegd door Murat D., een 17-jarige scholier van Turkse afkomst, heeft naar mijn mening alle kenmerken van een Turkse erezaak. De communicatie tussen de conrector en de scholier verliep niet goed. Murat is in de tweede klas blijven zitten en volgens zijn vrienden had hij al twee jaar 'een vete' met meneer van Wieren. Maar de reactie van Murat is on-Nederlands en buitensporig. De aanslag vond nota bene op klaarlichte dag plaats, in een volle kantine. Zonder een woord te zeggen loopt de verdachte naar de conrector en schiet hem op korte afstand een of meer kogels door het hoofd. De moord heeft veel weg van een liquidatie. Was hier niet sprake van een bewuste, weloverwogen daad? Speelde persoonlijke wraak mogelijk een rol? Waarom kiest de dader een volle kantine uit als plaats om het delict te plegen?

Geweld is een probleem waarmee scholen al lange tijd worden geconfronteerd. Ook in Den Haag. Zo werd op 14 oktober 1994 in het Maerlantlyceum te Den Haag een persconferentie georganiseerd rond de publicatie van het draaiboek 'Effe dimme'. Het Haagse draaiboek voor agressie op scholen werd aangeboden aan de toenmalige wethouder van het onderwijs. Er volgde een reactie van de staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen, Tineke Netelenbos, en van de staatssecretaris van Justitie, Elizabeth Schmitz. Het draaiboek is gebaseerd op een groot onderzoek waarbij meer dan 71 scholen en zo'n 2000 leerlingen in het voortgezet onderwijs waren betrokken. Een van de conclusies van het onderzoek luidde dat een positieve sociale binding van de leerlingen aan de school een belangrijk preventief middel is om geweld van leerlingen te voorkomen. In dit onderzoek uit 1994 wordt vastgesteld dat er verschillende typen daders zijn. Er zijn leerlingen die 'storend schoolgedrag' vertonen, maar ook leerlingen die kunnen worden gekenmerkt als 'daders van fysiek planmatig geweld'. Een kwart van de leerlingen gaf aan over een wapen te beschikken. Een op de tien leerlingen zei wel eens met een wapen op school te zijn geweest. Met geen enkel woord wordt in het rapport gerept over het mogelijke verband tussen etniciteit en geweld. In 1994 was dit nog een groot taboe.

Met het verrichten van het onderzoek, het aanbieden van het draaiboek en de publiciteit wilde de gemeente Den Haag de problematiek rond agressie op scholen beter bespreekbaar maken. Het draaiboek bevatte praktische tips over de samenwerking tussen politie, justitie, scholen en betrokken gemeentelijke instanties. Ook werden in het boek aanbevelingen gedaan voor het aanbrengen van technische voorzieningen. Agressie op scholen moest uit de doofpot, zo was de boodschap.

Wie nu de verschillende berichten leest naar aanleiding van de gewelddadige moord op conrector Hans van Wieren moet vaststellen dat het Haagse Terra College de voorstellen uit het rapport 'Effe Dimme' heeft gerealiseerd. Meer dan dat zelfs. Er zijn beveiligingsmedewerkers aangesteld. Er was cameratoezicht, binnen en buiten de school. Het Terra College heeft zelfs de jaarlijkse Hein Roethof-Prijs in ontvangst mogen nemen met het preventieproject 'Trek die lijn'. Leerlingen van de school werden als surveillant ingezet op de tramlijnen 8 en 9 van en naar school, waar veel passagiers zich onveilig voelden. Er waren ook regelmatig buitenschoolse activiteiten. Er waren zelfs plannen voor een bioscoop in de school, waarvan ook mensen uit de directe omgeving gebruik konden maken. Zodoende zouden buurtbewoners op natuurlijke wijze kennis kunnen maken met de allochtone leerlingen. Wat moet een school nog meer doen om het geweld uit te bannen?

'Deze waanzin valt niet te voorkomen Deze school deugt', is de begrijpelijke reactie van de directeur van het Terra College. Alle getroffen maatregelen hebben de drieste moord niet kunnen voorkomen.

Maar misschien heeft het geweld alles te maken met de veranderende samenstelling van leerlingen. De etniciteit van de verdachte vormt, naast de sociale omstandigheden en zijn persoonlijkheid, wel degelijk een verklaring voor het buitensporige geweld.

Murat stond bekend als een lastige leerling. Een jongen met een 'dik ego'. Hij was voor de zoveelste keer in conflict gekomen met de schoolleiding. Er stond hem waarschijnlijk een schorsing te wachten. Maar eerst zou er nog een gesprek komen tussen de conrector en Murat, waarbij ook Murats moeder aanwezig zou zijn. Zijn vader zit vanwege een schietpartij in de cel. Murat zit in zijn eindexamenjaar. De conrector zat hem dicht op zijn huid.

Wat gebeurde er precies op die fatale dinsdagmiddag? 'Hij is doorgeslagen', laat zijn beste vriend tegenover de Haagsche Courant weten. ,,Nee, tegenhouden kon ik hem niet. Ik was net zo verrast als de rest toen hij de kantine met veel kabaal kwam binnengestormd. Mijn vriend liep recht op meneer Van Wieren af en schoot hem van twee meter afstand zo in zijn hoofd. Vervolgens wilde hij een andere leraar neerknallen, maar die dook snel weg achter een pilaar. Wat er in de seconden daarna is gebeurd, weet ik niet. Iedereen begon te gillen en er brak een enorme paniek uit.'' De vraag of hij niet vreselijk bang was toen hij zijn boezemvriend beetpakte en wegtrok, zorgt voor enig onbegrip. ,,Bang? Waarvoor? Ik ben toch zijn beste vriend? Mij schiet-ie niet neer. Dan had hij zich nooit meer kunnen vertonen.''

De Leidse Turkoloog en Turkije-kenner Ane Nauta meent dat deze zaak alle ingrediënten bevat van een zogenaamde 'Gurur-kwestie'. Een Turkse man heeft, evenals anderen uit het Midden-Oosten, een sterk ontwikkelde persoonlijke trots, in het Turks gurur. Elke man of vrouw heeft in die cultuur recht op respect en erkenning van eigenwaarde. Zodra een persoon in zijn persoonlijke trots wordt aangetast, in casu wordt vernederd, zal hij moeten reageren. Een man moet aan de anderen, de familie en bekenden, laten zien dat hij niet zomaar over zich heen laat lopen. Dat kan op allerlei manieren. Een doodslag duidt wel op een erg 'dik ego'.

Voelde Murat zich door de actie van de conrector gekrenkt, vernederd en aangetast in zijn persoonlijke trots? Het heeft er veel weg van. Die middag zou de conrector zijn moeder informeren over de reden van de schorsing. Zijn hele familie stond op het punt op de hoogte te worden gesteld van zijn persoonlijke falen. Volgens Nauta is een buitensporige reactie typerend voor mensen uit het Midden-Oosten en het Mediterrane gebied met een weinig stabiele culturele achtergrond. Door allerlei negatieve ervaringen, al dan niet gevoed door persoonlijke confrontaties met Nederlandse autoriteiten, kunnen Turken zich ook in Nederland afgewezen voelen. Het Nederlandse recht-voor-de-raap of botte taalgebruik kan in zo'n geval nogal eens als trigger fungeren. De zaak doet ook sterk denken aan de dodelijke schietpartij in café het Koetsiertje te Delft, op 5 april 1983. Daar schoot een Turkse man zijn pistool leeg op de stamgasten in de kroeg. Zes mensen vonden er de dood. Een paar dagen eerder zou een vaste stamgast in het café woorden hebben gehad met de Turkse dader. De stamgast zou iets tegen hem hebben gezegd in de trant van: ,,Al heb je tien Nederlandse paspoorten, je bent en blijft een kanker-Turk en een uitvreter.'' Een zeer grove belediging, die de Turkse cafébezoeker niet over zijn kant kon laten gaan. De schietpartij was het gevolg. De sterke haatgevoelens worden geprojecteerd op de persoon die hem heeft gekwetst. Vandaar dat de vriend van Murat niet bang hoefde te zijn ook slachtoffer te worden Het gevoel van eigenwaarde staat immers op het spel en de persoon die hiervoor verantwoordelijk is wordt gestraft - in extreme omstandigheden zelfs geëxecuteerd.

Ook in dit geval stond de persoonlijke eer op het spel. Murat moest ook rekening houden met de reacties van de eigen gemeenschap, zijn familie en de vrienden op school. Zij zouden op hem neerkijken wanneer hij de aantijgingen en het vermeende onrecht - in dit geval een langdurige schorsing - zomaar over zijn kant zou laten gaan.

Niet voor niets werd de moord in een volle kantine gepleegd. De daad van Murat werd daarmee een openbaar ritueel, met de leerlingen en docenten als toeschouwers. Hij wilde aan iedereen laten zien dat hij een man is. Zijn vrienden hebben kennelijk begrip voor het 'eer-karakter' van zijn daad. Ze organiseren zelfs een spontaan protest. Ze zijn erg boos dat Murat zo slecht wordt afgeschilderd. Volgens hen heeft de schoolleiding het zelf uitgelokt. ,,Elke pauze sprak Van Wieren hem aan. Murat heeft op alle manieren geprobeerd om zijn problemen op te lossen, maar iedereen heeft een grens”, zegt een van hen. De leerlingen hadden op een autoraam een groot papier geplakt waarop staat 'Murat we love you'. Ook riepen ze: 'Wij willen Murat' en 'We love you Murat'. De gruwelijke moord kan daarom worden gezien als een 'gurur-kwestie' ofwel een krenking, geweld als een extreme reactie op de aantasting van het gevoel van eigenwaarde. Murat zat moreel klem. Gegeven zijn persoonlijke en culturele achtergrond kon hij niet anders dan naar een wapen grijpen.

De politiek, het onderwijsveld en gemeentelijke autoriteiten beraden zich nu op maatregelen om dit soort gewelddadige incidenten in de toekomst te voorkomen. Een verbod op agressieve videospelletjes, detectiepoortjes, controle op kluisjes, betere voorlichting, betere communicatie met leerlingen, inhuren van deskundigen van buiten, strengere leraren? De vraag is of dergelijke culturele delicten wel voorkomen kunnen worden. Inderdaad, de samenleving is veranderd. De komst van nieuwe groepen brengt ook met zich mee dat we worden geconfronteerd met andere waarden, die niet direct passen in onze samenleving. Cultuur is niet zoiets als een jas die je zomaar uit kunt doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden