Tuin in de Eifel

Een tuinman is nooit klaar

Gerbrand Bakker Beeld Maartje Geels

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

‘The Constant Gardener’ is een boek van John le Carré uit 2001. De titel is in het Nederlands vertaald als ‘De toegewijde tuinier’. Daar zal de vertaler best zijn redenen voor hebben gehad, maar waarom ‘toegewijd’ als je er ook ‘Een tuinman is nooit klaar’ van had kunnen maken? Geen idee waar het boek over gaat, het is een Le Carré, dus een spannend boek, maar de titel schoot me door het hoofd toen ik voor de vijfde keer de coniferenrotstuin uit elkaar sloopte. Ik heb hier ooit geschreven dat ik vermoedde dat de vierde plek het eindstation was.

Niet dus, en dat is de schuld van collega Anton Dautzenberg. Die liep de Japanse tuin binnen en het eerste wat hij zei was: “Is dat niet een beetje te vol?” Inderdaad. Te vol. De essentie van een Japanse tuin is juist dat er zo min mogelijk planten en struiken in staan. Het gaat om de vorm, om de steen-tjes die mooi aangeharkt worden, de ene grote kei ín die steentjes. Nu is het zo dat mijn Japanse tuin een geheel eigen interpretatie van een Japanse tuin is. Na die opmerking van Anton was het toch tijd om te minimaliseren.

Gehecht geraakt

Van de vier coniferen en twee korte schoorsteenpijpen met tijm en salie zijn er twee over en die twee staan in de vierkante houten bak waar ik ietsje te vroeg de tulpen uitgegraven heb. Twee, een kleine jeneverbes en een bergden (Pinus mugo). Al ettelijke keren liep ik erheen om het resultaat te bekijken. Twee. Ik kan het niet laten. Waarom niet die ene bergden? Eén conifeer in een vierkante houten bak vol platte leistenen. Is het omdat ik de coniferen en aardewerken schoorsteenpijpen met inhoud elders kwijt moest? En dat ‘elders’ ook nogal vol staat? Met andere woorden: mag je dingen weggooien of aan buurman Klaus geven?

Ik denk het wel, maar ik vind dat moeilijk. Op de een of andere manier raak je gehecht aan elke afzonderlijke plant of struik of boom, weet je dat ze al jaren meegaan, dat ze je jaren plezier hebben gegeven. Ik kan ze natuurlijk in mijn bos zetten, of in het bos van iemand anders, ik zou hier het guerrilla-tuinieren kunnen introduceren. Buurman Max gooit zijn gras ook op de berg achter mijn huis, overal in het bos tref je illegale groenstortplekken aan. Uiteindelijk heb ik niets weggegooid. Écht vol is een tuin natuurlijk nooit, een bergdennetje of een pijp met salie moffel je makkelijk ergens tussen. Direct na het omplanten begon het te regenen.

En tja, die tulpen. Iets te vroeg, het blad was door zon en warmte verdroogd, niet versnot. Daar verkeek ik me een beetje op. Bij het bollenpellen moet je dan niet alleen de wortels verwijderen, maar ook stukjes min of meer verse steel. En dan maar hopen dat er genoeg energie in zit voor volgend voorjaar. Ze gaan eerst lekker overzomeren in de Hauswirtschaftsraum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden