Een trouwring, nep of echt, doet wonderen

Iris Hannema heeft van reizen haar beroep gemaakt. In haar serie over hoe je dat doet en wat je onderweg zoal tegenkomt: hoe overleef je als vrouw alleen?

Het oneindige zand lijkt te bewegen. Achter me liggen de aaneengeregen roestkleurige bedoeïenententen waar ik vannacht logeer. De late middagzon hult de Israëlische woestijn in Van Goghs zonnebloemkleuren.

Ik loop terug en zie dat alle auto's en het toeristenbusje weg zijn, alleen de geiten drentelen rond. "Waar zijn de Fransen gebleven? En de andere toeristen?", vraag ik aan een van de bedoeïenenjongens, die samen met een groepje mannen in kleermakerszit rond een waterpijp zit. Alle zeven hebben ze een sjaal om hun hoofd gebonden, zwart-wit geblokt, de arafatsjaal. "Vertrokken naar Jeruzalem", zegt een oudere man en met een handgebaar nodigt hij mij uit erbij te komen zitten: "Meisje, houd ons toch gezelschap, we zullen samen zingen."

"Ik ga liever bij de vrouwen zitten", zeg ik, maar de oudere man schudt lachend zijn hoofd: "No women here, only goats."

De zon is onder, zo vlug dat de verandering van licht naar diepdonker me niet eens was opgevallen, en het is de nachtelijke kilte van de Negev-woestijn die me eraan herinnert. Ik voel een stroperige paniek opkomen. Waarom heeft niemand gezegd dat de andere toeristen voor het donker zouden vertrekken? En de bus? Dan schiet me te binnen dat het vrijdag is, sabbat, de bus rijdt vanavond niet. Vanmiddag was ik nog zo gelukkig geweest, nu heb ik spijt. Ik zak in kleermakerszit, pak een wollen deken voor over mijn schouders en zie mijn gedachten voorbijflitsen, een voor een, zoals een computer de kaarten voor een potje patience uitlegt.

De deken ruikt naar paard, de geur waar ik als meisje zo van hield en ik wil terug naar toen, opgehaald worden door mijn ouders. Ik weet dat de mannen me binnen een paar minuten zullen vragen waar ik vandaan kom, waarom ik alleen reis, of ik getrouwd ben en waarom ik hier ben. Alsof de deur naar het tijdloze even opengaat, krijg ik het lumineuze idee om te antwoorden dat ik hier ben voor het wereldkampioenschap kickboksen en krav maga, een zelfverdedigingssport ontwikkeld door het Israëlische leger. Ik praat als ingefluisterd door een souffleur en zeg dat ik in beide disciplines momenteel heersend wereldkampioen ben, dat mijn man ook mijn trainer is en hij mij morgenochtend vroeg zal komen ophalen. Er wordt druk geknikt, er klinken prijzende Arabische woorden in lange uithalen en ik krijg de waterpijp toegeschoven. "Dat je maar mag winnen dit jaar, insjallah", zegt de oudere man en de anderen knikken. De sfeer is gekeerd, van joviaal naar iets wat op collectieve teleurstelling lijkt.

Ik had de pook gestoken in de zwakte van het trotse mannelijke hart: de kans fysiek vernederd te worden door een vrouw. Wie fysiek niet sterker is, moet slimmer zijn en voor ons, vrouwen alleen op reis, geldt: wij slimmer dan zij.

Het zijn dit soort benarde reismomenten, waarin ik me eenzamer voelde dan ik dacht dat mogelijk was, waar ik het meest van leerde: mijn eigen zelf speelt op afroep voor fluisteraar. Vaak wordt de lof voor de moed van mijn keuze om als vrouw alleen te reizen onmiddellijk gevolgd door het klassieke repertoire van waarschuwingen.

Ik hoor vaak dat ik roekeloos of zelfs dom ben, een Russische roulettespeelster en dat het geluk mij op een dag, als een geliefde, zal verlaten. Wie denkt dat een reis een aaneenschakeling van mazzel is, heeft er niet het juiste beeld van. Je redt het in je eentje in een vreemd land niet met een vaag principe als geluk - stel je toch eens voor hoeveel klavertjes vier en beschermengelen er dan mee moeten. Reizen, helemaal als je alleen bent, is praktisch en pragmatisch: opletten, wakker zijn, vooruitdenken, je intuïtie en mensenkennis ontwikkelen, creatief en wereldwijs zijn, snappen wat een situatie van je vraagt, aanvoelen wat komen gaat en snel kunnen handelen.

Met afschuw volgde ik in de Nederlandse media wat het nieuws over twee Argentijnse reizigsters die begin dit jaar in Ecuador vermoord werden ontketende: een debat over alleenreizende vrouwen. Eigen schuld galmde het, eigen schuld van de meisjes die het verzonnen hadden met z'n tweeën op reis te gaan. Ze hadden geen mannen of vaders mee, reisden niet in een groep? Hoe onverantwoord! Saudi-Arabië heeft daar een wet voor: vrouwen verplaatsen zich per definitie in gezelschap van een chaperon.

Ja, als vrouw alleen op reis komt er zonder twijfel een moeilijkheidsgraad bij en dat betekent dat het een goede voorbereiding en een heldere geest vraagt. Een aantal adviezen opgetekend uit eigen ervaring: ga nóóit alleen met een mannelijke gids op pad, overnacht niet in een hotel waar de sloten gammel zijn of waarvan je onderbuikgevoel zegt dat de receptionist niet te vertrouwen is, draag geen schoenen waar je niet goed op kunt lopen, stem je kleding op de cultuur af, zorg dat je fit bent, zeg nooit dat je vrijgezel bent, durf een handtastelijke man een klap te geven, ga in een taxi altijd achterin zitten en een trouwring, nep of echt, doet over de hele wereld wonderen.

Het allerlastigste is hoe je in het dagelijkse reisleven op een duidelijke manier kunt omgaan met de andere sekse, niet de toevallige passanten maar mensen met wie je hoe dan ook te maken krijgt: een gids, een chauffeur, een hoteleigenaar. Aardig zijn, simpele Hollandse vriendelijkheid, een kletspraatje, vragen naar het welzijn van vrouw en kinderen, een kopje thee drinken omdat je het onbeleefd vindt dat af te slaan; in culturen waar dit niet de gewoonte is, kan dit te veel op het maken van avances lijken, de grens is zo dun als vloeipapier. En daar komt het onaangename uit voort, dat je iemand die je kent en aardig vindt moet afwijzen, of erger, dat je geen nee durft te zeggen.

Want het is nu eenmaal zo dat in landen waar mannen zich het rambam vervelen, vechtfilms populair zijn, het heet en vochtig is, de moeder aanbeden wordt en de macho bewierookt, vriendschap tussen man en vrouw gewoonweg niet bestaat, in de zin van: nooit. Reizen is je tot in het redelijke aanpassen aan een cultuur en als dat betekent dat je als vrouw niet aan een tafel in een theehuis vol mannen aanschuift om backgammon te spelen, dan schuif je dus niet aan in een theehuis vol mannen om backgammon te spelen.

Wie met dit soort culturele leefregels moeite heeft, kan voor de eigen gemoedsrust beter een reisbestemming kiezen waar de cultuur vergelijkbaar is met de onze en dus geen bijzonder aanpassingsvermogen vraagt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden