Een trap tegen de wereld van ontbijtkoek en thee

The Rolling Stones bestaan vijftig jaar. Mijn generatie, de verafschuwde babyboomers, die nu ook op pensioengebied op het punt staat zijn vernietigende slag te slaan, had op muzikaal gebied wel heel erg de wind mee. Het is toch niet te geloven dat onze puberteit zo mooi op kwam zetten precies op het moment dat The Stones, The Beatles, Dylan, Hendrix en Zappa tot uitbarsting kwamen? En dat alles terwijl de kerk op onnavolgbare wijze zichzelf met duivelse finesse na bijna tweeduizend jaar onherstelbaar de grond in werkte.

Het kan geen toeval geweest zijn, maar over de samenhang van een en ander wordt achteraf te veel gesmaald naar mijn zin. The Beatles waren voor mij als veertienjarige de belichaming van alles wat sexy was, en grappig. The Stones daarentegen waren niet grappig. Ze waren grimmig, boos, wild, grof, gevaarlijk, waaghalzen die veel te veel risico's namen op het gebied van sex and drugs and rock-'n-roll.

Je kon het ook aan ze zien: rauwe types die onze ouders bang maakten. The Beatles waren wel verontrustend, maar ze hadden charme. The Stones niet. Ik vergeet nooit de karakteristiek van een van mijn leraren in 1963: 'Het zijn eigenlijk gewoon schoften'. Hij meende het. Wij vonden dat prima. Het optreden in Scheveningen, waarbij de Kurhauszaal even werd afgebroken, paste helemaal in dit stramien. The Stones waren immers verwoestend, dat was hun missie.

Het fascinerende aan muziek is dat het woordloos communiceert. Onze ouders voelden precies aan hoe ondermijnend de schorre bastonen in 'Satisfaction' waren. Van de tekst begrepen ze werkelijk helemaal niets. Wij eigenlijk ook niet veel, maar dat maakte niks uit.

In vergelijking met Dylan waren The Stones en de Beatles nog redelijk te volgen. De boodschap in deze muziek was immers een stevige trap onder de kont van Cliff Richard, Perry Como, Pat Boone; die hele zelfgenoegzame wereld van ontbijtkoek met margarine en slappe thee. The Stones trokken de mat weg onder kerk en staat, en vooral onder de tergende sufheid van een generatie die zijn tijd zat weg te dutten nu ze de oorlog had gewonnen. Nou ja, zo klonk het in onze oren.

In de filosofie bestaat een gekoesterde onmogelijkheid: een voorwerp kan niet tegelijkertijd helemaal groen en helemaal rood zijn. En de discussie is of het hier om een begripsmatige of een empirische onmogelijkheid gaat. In Nederland bestond een vergelijkbare en al even gekoesterde onmogelijkheid: een normaal mens kon niet tegelijkertijd Stones- en Beatlesfan zijn. Het werd onmogelijk geacht om echt van allebei te houden.

Ik vond dat erg frustrerend omdat ik 'Aftermath' net zo ijverig grijs draaide als 'Rubber Soul'. Ik moet wel toegeven iets meer Beatles- dan Stonesfan te zijn. Dat uitte zich in smachtend kijken naar foto's van The Beatles en de smartelijke vraag op welke ik het meeste leek. Ik hoopte op George.

Dat smachten kende ik niet bij The Stones. Ik vond Mick en Keith te brutaal. Wat zij durfden (wist ik veel) zou ik toch nooit durven.

Overigens bestond die kunstmatige tweedeling gelukkig niet in Groot-Brittannië, waar ik vanaf 1968 woonde. Ik weet niet goed hoe dat nu is voor jongeren, maar toen betekende verhuizen naar Engeland in geestelijk opzicht nauwelijks een verplaatsing. Alles wat ik hoog hield op het gebied van kleding, muziek, haardracht, politiek en enigszins literatuur, was daar hetzelfde, maar wel in veel grotere hoeveelheid aanwezig. Ik zeg 'enigszins' bij literatuur, want de Britten zullen het voor eeuwig zonder Nescio, Elsschot, Carmiggelt en Reve moeten stellen.

Maar The Stones waren in Groot-Brittannië precies even groot als bij ons. Ik vond op YouTube een interview uit 1967 waarin Mick na een veroordeling wegens drugsbezit het opneemt tegen de gevestigde orde. De BBC plaatste hem tegenover William Rees-Mogg, hoofdredacteur van The Times, Thomas Corbishley, 'een vooraanstaand Jezuiet', Lord Stow Hill, oud minister van binnenlandse zaken en John Robinson, Anglicaans bisschop. Ik kan het niet helpen, maar nog altijd als ik naar zo'n opname kijk, verschijnt er een brede grijns op mijn gelaat. Waarom? Omdat ik het zo intens vermakelijk vindt om te zien hoe vier uitzonderlijk lelijke mannen, die zichzelf inschatten als ongelooflijk knap waar het gaat om de intellectuele duiding van de actualiteit, zich in allerlei bochten wringen om wijs te worden uit wat daar in een verzengende versie pal voor ze zit: jeugd, rebelse jeugd.

Ik heb The Stones één keer live gezien, in de Arena. Laten we het er maar niet over hebben. De geluidskwaliteit was erbarmelijk en we zijn halverwege weggegaan.

Maar ik ken het rare dansen van Mick natuurlijk wel uit de vele filmopnames. De mate waarin ik nog altijd Stonesfan ben, bleek onlangs toen Henny Vrienten tijdens 'Zomergasten' terloops sprak over Mick Jagger als 'die mislukte ballerina'. Ik kan daar niet tegen en denk dan meteen: 'Jij moet je mond houwen, Vrienten, wat heb jij ooit gemaakt dat de ontbijtkoek met margarine ontsteeg?' En wat Micks bewegingen betreft: kijk eens hoe hij Shelley voorlas in Hyde Park.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden