Een traag vlezig dier dat er met brokken vandoor gaat opinie

Wij hebben een hond en een kat. Ze zijn dikke maatjes. Doorgaans ben ik het die ’s avonds laat voor het slapen gaan de hond uitlaat. Voor ons huis is een lantaarnpaal. De kat is avonds altijd buiten. Hij hoort mij en de hond voor de laatste wandeling de achterdeur uitgaan, en tegen de tijd dat we de straat bereiken, zit hij ons op te wachten, onder de lantaarnpaal. De hond loopt dan naar hem toe, besnuffelt hem even en de kat maakt een onverwachte zijwaartse luchtsprong. Dit betekent: ik wil spelen.

De hond heeft daar nooit zin in, althans ’s avonds laat. ’s Middags in de achtertuin maakt de kat meer kans. Dan zet de hond achtervolging in en rennen ze rondjes, achter elkaar aan, midden op het gazon. Dit is een aandoenlijk gezicht, ook omdat hond en kat elkaar in formaat weinig ontlopen, de kat is een forse rode kater, de hond een verkleinde uitgave van de cocker spaniel, de zogenaamde Cavalier King Charles. Zijn kleur is egaal roodbruin, ruby heet dat in hondenland, en ook die overeenkomst in kleur maakt ze tot een innemend stel.

Terwijl de hond in het schemerduister rond de geparkeerde auto’s scharrelt, volgt de kat hem, stelt zich verdekt op achter een wiel of een muurtje of een struik en doet een verrassingsaanval. De hond kijkt niet eens op en scharrelt verder. Hij weet dat hij maar een paar minuten heeft, en er is een hoop te doen. De kat vermaakt zich intussen door op hoge snelheid tegen boomstammen op te rennen. Vanaf de eerste tak gat hij dan naar de hond zitten kijken, alsof hij wil zeggen: dat kun jij lekker niet.

Vorige week heeft in ons huishouden een huisdier zijn intrede gedaan, eveneens roodbruin. Een lange, dunne naaktslak. Hij woont onder poot van een tafeltje in de keuken, vlakbij de voederbakken van de hond en de kat. Dat we hem als nieuw huisdier beschouwen heeft drie redenen, hij is nu al enige dagen aanwezig, hij laat zich door ons voeden en, misschien wel het belangrijkst, de hond en de kat lijken hem te accepteren. En dat terwijl hij hun voer eet.

Ja, deze naaktslak eet honden- en kattenbrokken. Een hondenbrok is bijna twee keer zo hoog als zijn eigen kopje, maar dat maakt hem niet uit. Zodra hij er eentje gelokaliseerd heeft begint hij hem voor zich uit te duwen, richting zijn schuilplaats. Het duwen gebeurt vooral met zijn neus, enfin, wat ik aanneem dat zijn neus is, waarbij het sturen wordt verzorgd door de voelhoorns, als dat de juiste term is voor de buigzame, telescopische uitstulpsels op zijn kop. De snelheid is ongeveer een centimeter per minuut.

Ik heb nog niet het geduld kunnen opbrengen om zo’n reis helemaal te volgen en te zien wat er vervolgens gebeurt, als hij met de hondenbrok zijn schuilplaats bereikt heeft. Heeft zo’n beest een bek, waarmee hij aan een hondenbrok kan knagen, of gaat het proces heel anders in zijn werk?

Een traag vlezig dier, dat er bovendien met een van je brokken vandoor gaat, je zou verwachten dat een kat of een hond daar korte metten mee zou maken, maar dat is niet zo, ze snuffelen even aan hem en laten hem verder met rust. ’Brokken zat’ denken ze, denk ik, en dat is ook zo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden