EEN TOREN VOOR BEATRIX !

Dankzij een pas verschenen brievenboek is nu bekend dat koningin Emma in huiselijke kring Moempie heette en dat Juliana haar ouders Vek en Mek noemde. Onthullend! Mogen wij op onze beurt een duit in het zakje doen door op deze heuglijke dag een plan te onthullen voor een Nationaal Cadeau voor Trix? De Wilhelminatoren (tel. 04406-12509) en Romeinsche katakomben (Plenkertstraat 55, tel. 04406-12554) te Valkenburg zijn evenals de Julianatoren te Apeldoorn (tel. 055-552015/553265) geopend voor publiek; de auteur van dit artikel, verbonden aan de kunstredactie van deze krant, bereidt als kunsthistoricus een publikatie voor over de projecten die Jan Diepen en architect P. J. H. Cuypers in Valkenburg uitvoerden.

Dit toekomstig Nationaal Cadeau voor koningin Beatrix heeft zijn wortels in het soms wonderlijke verleden. Hiervoor moeten we terug naar de periode vlak voor de eeuwwisseling. Plaats: Valkenburg in het Geuldal, een gehucht dat zich met de aanleg van het spoorlijntje Aken-Maastricht tot toeristenplaatsje ontwikkelde, omdat het in de heuvels rondom zo gezond en aangenaam vertoeven was. Een rijke maar wat ziekelijke textielbaas uit Tilburg, Armand Diepen geheten, kocht in 1891 in Valkenburg een riant onderkomen (Villa Alpha) en een flink stuk hooggelegen grond, waar hij op aanraden van de dokter in de frisse buitenlucht aan het houthakken sloeg. Hij schiep er het Rotspark, waar na de aanleg van elektrische verlichting steeds meer toeristen zo tegen de avond kwamen genieten van een goed glas bier en levende muziek. Dit particuliere Rotspark groeide aldus gezwind tot 'stadspark' uit. Armand Diepen zelf was slechts weinig tijd gegund om zich op zijn buitenverblijf te verpozen, hij stierf vier jaar na de aankoop ervan, nog geen 49 jaar oud, al het houthakken ten spijt. Zijn oudste zoon Jan nam zijn zaken over.

Van hem huurde de Valkenburgse Vereniging Het Geuldal, Nederlands oudste VVV, in 1898 een lapje grond boven het Rotspark. Op deze plek deed zij een dertig meter hoge houten uitzichttoren verrijzen, voor zover bekend de eerste in Nederland. De naam van deze toren was dan ook simpelweg: de Uitzichttoren. De toerist had volgens een oud gidsje van Valkenburg zo de mogelijkheid 'om daar het heerlijke landschap in een reusachtig groote schilderij op te nemen in zijn ziel en van dien aanblik een heuglijke herinnering mede te nemen naar huis'. Zo leek alles er pais en vree, daar in het land van Valkenburg.

Maar Vereniging Het Geuldal kreeg alras een geduchte concurrent in een clubje notabelen dat onder de naam Falcobergia het plaatsje Valkenburg de status van Kur-oord trachtte aan te meten. Er gebeurde het onvermijdelijke: beide verenigingen gunden elkaar het licht in de ogen niet. Vereniging Het Geuldal exploiteert een uitzichttoren? Dan wij ook! En dus liet Vereniging Falcobergia in 1906 op de Heunsberg tegenover het Rotspark een even hoge uitzichttoren plaatsen. Het baas-boven-baas-principe werd daarbij echter geenszins veronachtzaamd: de toren werd niet uit hout maar uit steen opgetrokken en kreeg bovendien de koninklijke naam Wilhelminatoren. De bouw van deze toren, naar een ontwerp van architect Alphons Prevoo, duurde zes maanden. Het bouwmateriaal, mergelblokken uit de groeve van het nabijgelegen Sibbe, werd op karren naar de bouwplaats vervoerd. Daar zaagden de arbeiders het materiaal in kleinere blokken, om die vervolgens torenhoog op te metselen.

Het kersverse bestaan van de stenen Wilhelminatoren, luxueus voorzien van café-restaurant met terras, werd min of meer de nekslag voor de houten Uitzichttoren op het Rotspark. Het bezoekersaantal van ruim tienduizend per jaar kelderde zienderogen. In 1910 kwam langzaam maar zeker de sloop van de toren in het verschiet, omdat de exploitatie voor Vereniging Het Geuldal nauwelijks nog winst opleverde.

Het dreigende verdwijnen van de houten uitzichttoren kwam de katholiek en hobby-archeoloog Jan Diepen slecht uit. Op zijn landgoed was hij immers bezig met de ondergrondse aanleg van een replica van de belangrijkste gedeeltes van de catacomben te Rome, de begraafplaatsen van de eerste christenen aldaar. Voor de uitvoering van dit stichtelijke project had hij de bevriende, katholieke bouwmeester P. J. H. Cuypers in de arm genomen, bekend van Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam. Deze was ook verantwoordelijk voor het ontwerp van een restaurant, dat in 1910 op het Rotspark verrees (en dat enige jaren geleden door onwetenden gesloopt werd). Dat de toeristenstroom zich geheel en al naar de aantrekkelijke Wilhelminatoren op de Heunsberg zou verleggen, ten nadele van het Rotspark met nieuw restaurant en in aanbouw zijnde catacomben, moest voorkomen worden door tenminste een toren op het Rotspark te handhaven.

Maar zoals gezegd, de dagen van de houten uitzichttoren waren geteld. Het laatste bericht over het bestaan van deze toren treffen we aan in verband met een bezoek van prins Hendrik aan de bijna voltooide Valkenburgse catacomben in 1910. Op 13 augustus van dat jaar schreef de toenmalige commissaris der koningin in Limburg, Ruys de Beerenbrouck (vader van de latere premier), vanuit Maastricht een nog niet eerder gepubliceerde brief aan Jan Diepen:

WelEdelgeboren heer,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins der Nederlanden heeft Hoogstdeszelfs goedkeuring gehecht aan mijn voorstel om aanstaanden dinsdag 16 dezer, in den namiddag den Romeinsche katakomben te Valkenburg te komen bezichtigen.

Daartoe zal Z.K. Hoogheid vergezeld door Hoogstdeszelfs adjudant Jhr. van Suchtelen van de Haere en door mij, dinsdag des namiddags tusschen 4.20 en half vijf uren per auto aan den uitzichttoren boven het Rotspark aankomen. (Verleden woensdag maakte ik tot daar een proefrit).

Van daar zoude Z.K. Hoogheid dan onder uw geleide rechtstreeks naar de katakomben kunnen gaan en na derzelver bezichtiging in de zich in de nabijheid bevindenden zaal op het terras een kop thee of enige andere verversching kunnen gebruiken zooals wij dat onlangs bespraken: thee dient in ieder geval gereed te staan. Vervolgens dalen wij door het Stadspark naar beneden, waar aan den ingang van hetzelven mijn auto gereed staat om naar Maastricht terug te rijden, hetgeen uiterlijk te 5.25 moet plaats hebben. Voor het geheel bezoek te beginnen aan den uitzichttoren en te eindigen bij het oogenblik van vertrek is derhalve een uur beschikbaar, voor het bezoek der katakomben zelver dus een half uur.

Wilt deze mededeling strikt geheim houden, ten einde toeloop van nieuwsgierigen te voorkomen. Dr. Cuypers zou door u kunnen worden gewaarschuwd, eveneens onder verplichting zijnerzijds van geheimhouding.

Mocht het wenschelijk voorkomen mij nog voor de dinsdag aanstaande te nemen maatregelen te komen spreken, dan kan ik u daartoe ontvangen hetzij overmorgen maandag in den voormiddag tusschen 10 en 12 uren hetzij aanstaanden dinsdag des morgens tusschen 9 en 10 uren.

Het was toen niet anders dan vandaag de dag: koninklijke bezoekjes werden in het geheim tot in de perfectie geregeld.

Besprak Jan Diepen samen met prins Hendrik tijdens diens bezoek aan de Valkenburgse catacomben de kwestie van de houten uitzichttoren en de stenen toren 'aan de overkant' die naar zijn echtgenote vernoemd was? Deed prins Hendrik in een joviale bui Jan Diepen soms wat tips aan de hand? In ieder geval werd de houten uitzichttoren een à twee maanden na het bezoek van prins Hendrik gesloopt en besloot Jan Diepen dat er een nieuwe toren op het Rotspark zou verrijzen. En het was natuurlijk zaak om de Wilhelminatoren te overtreffen; opnieuw trad het baas-boven-baas-principe in werking. Even werd nog met de voor die tijd tamelijk revolutionaire gedachte gespeeld om een ijzeren toren met lift te bouwen, waarmee Valkenburg zowaar het Nederlandse Parijs geworden zou zijn.

Maar uiteindelijk kozen 'archeoloog' Jan Diepen en architect Cuypers voor de bouw van een replica van de Dillenburger toren. Want: was Willem van Oranje niet geboren op Dillenburg, het stamslot van het Nederlandse koningshuis? Vereniging Falcobergia zou het nakijken hebben met haar Wilhelminatoren! Cuypers maakte ontwerptekeningen voor de nieuwe toren van steen, die een dubbele trap zou krijgen voor gescheiden op- en afgaan. Maar met een kostensom van tienduizend gulden, een vorstelijk bedrag voor die tijd, bleek het plan uiteindelijk te duur om daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. Geen Dillenburger toren in Nederland dus, de ontwerptekeningen van Cuypers moeten nog ergens in een archief of op een particuliere zolder een sluimerend bestaan leiden. Er wordt naar gezocht.

Een tweede koninklijke toren kwam er wel degelijk in Nederland, maar op een geheel andere plaats. Na Valkenburg ontwikkelde zich ook de Veluwe snel tot toeristencentrum. En voorbeeld doet volgen. In 1910 zette cafébaas G. Middelink bij Apeldoorn (bekend van paleis Het Loo) enige bouwvakkers aan het werk, die uit witte kalkzandsteen een 24 meter hoge toren optrokken. Deze uitzichttoren, naar een ontwerp van architect Andr. van Driesum, vernoemde hij naar prinses Juliana, die toen één jaar oud was. Net als de 'moedertoren' in Valkenburg, de Wilhelminatoren, had de Prinses Julianatoren een café-restaurant.

Beide torens, de Wilhelminatoren te Valkenburg en de Julianatoren te Apeldoorn, hebben maar liefst twee wereldoorlogen doorstaan. Dat mag een klein wonder heten, vooral wat de Wilhelminatoren betreft. Natuurlijk, de Eerste Wereldoorlog leverde vanwege Nederlands neutraliteit geen gevaar op, maar voor wie in die tijd de Wilhelminatoren beklom, kwam de oorlog toch akelig dichtbij. Een oud ANWB-gidsje meldt: “In het begin van den grooten oorlog konden van hier de gevechten in België, dicht bij onze grenzen, worden gevolgd en waren de branden in de Belgische dorpen duidelijk waar te nemen.”

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in de mobilisatietijd, nam een afdeling van de luchtwachtdienst haar intrek in de Wilhelminatoren. Deze bestond uit dienstplichtige Valkenburgers die vijandige vliegtuigen moesten signaleren en volgens overlevering er niet voor terugdeinsden zichzelf 'het roemruchte bloedbataljon' te noemen. Bij de bevrijding werd in en rond Valkenburg zwaar gevochten en ook het hoge gebouw liep flinke schade op. Maar toch, de Wilhelminatoren hield stand, gelijk de koningin in Engeland.

De Duitsers hadden overigens met de bezetting van Nederland niet alleen de leden van het koninklijk huis lijfelijk verdreven, er werd ook alles aan gedaan om de herinnering aan hen weg te poetsen. Getuige de volgende, in 1953 gepubliceerde anekdote over de Wilhelminatoren: “Toen de toren werd ingewijd kreeg de schilder A. den Hartich opdracht om op een der wanden in het café een drie en een halve meter hoog portret van de toenmalige Koningin Wilhelmina te schilderen. Gedurende de laatste oorlog hing er op bevel van de bezettende macht een gordijn voor deze wandschildering. Bezoekers (de toren was normaal geopend en niet voor militaire doeleinden bestemd) vroegen wat er achter dat gordijn hing. Nauwelijks had men in de gaten wie daar verstopt was of het Wilhelmus klonk uit volle borst. Toevallig zaten enkele Duitse militairen op het terras hun biertje te drinken. Bij de eerste strofen van het volkslied stoven zij naar binnen en in opgewonden bewoordingen werd bevolen, dat binnen 24 uur het portret verwijderd moest zijn. De directeur, de heer B. W. H. Schetters, wist er wel raad op. Een behanger toog aan het werk, spijkerde latten, spande jute en weg was de schilderij.”

Na de oorlog kwam de koningin weer tevoorschijn (zowel letterlijk als figuurlijk) en het portret is nog steeds te zien in de toren te Valkenburg. En ook de toren bij Apeldoorn ontkwam niet aan de censuur van de Duitsers: tijdens de bezetting mocht de Julianatoren slechts Juliatoren heten; een kwestie van twee letters wegmoffelen. (bij de Wilhelminatoren speelde zoiets niet, reeds bij aanvang van de oorlog stond de naam niet meer op het gebouw.)

Dit alles overziende zal de lezer aan één conclusie niet kunnen ontsnappen: Nederland is niet af zonder Beatrix-toren. Wij spreken hier op zijn zachtst gezegd van een perfect Nationaal Cadeau, een geschenk van hopelijk duurzame allure, dat bij Beatrix' zestigste verjaardag in 1998 klaar dient te staan. Resten natuurlijk nog een paar vragen. Moet er ook nog een naar koningin Emma vernoemde toren gebouwd worden? Neen, naar haar is ooit een mijn vernoemd (bij Heerlen), en da's mooi genoeg geweest; weliswaar was zij een geliefd koningin, maar zij is nooit regerend vorstin geweest, zoals Wilhelmina en Juliana; zij nam 'slechts' als regentes het koningschap voor haar minderjarige dochter waar.

En waar moet dan de Beatrix-toren verrijzen? Deze vraag laat zich eenvoudigweg beantwoorden aan de hand van een eerlijke, de meest voor de hand liggende meetkundige formule. Elke afstand tussen Wilhelmina-, Juliana- en Beatrix-toren dient gelijk te zijn, zodat de drie torens op de hoeken van een denkbeeldige gelijkzijdige driehoek liggen, die overigens symbolisch de drieëenheid grootmoeder-moeder-dochter weergeeft; men neme de kaart van Nederland en een simpele passer, men zette de afstand Valkenburg-Apeldoorn in cirkelbeweging vanuit zowel Valkenburg als Apeldoorn uit, en ziedaar: op het kruispunt van beide cirkellijnen ligt precies de plaats waar de Beatrix-toren zich thuis mag voelen.

En wie o wie blijken dan de gelukkigen te zijn?

Inwoners en notabelen van het Zeeuwse Tholen! Uw prachtige eiland is uitverkoren om een koninklijk baken te ontvangen. De Beatrix-toren is u op geheel onpartijdige wijze toegewezen en komt met uw welnemen vlakbij Stavenisse te staan. Richt extra Oranje-comités op, start landelijke acties ten behoeve van de financiering van hét Nationaal Cadeau! Schrijft onder architecten een prijsvraag uit voor het beste ontwerp voor de bouw van de Beatrix-toren! Er kan wellicht een museum in ondergebracht worden, want Middelburg heeft verzaakt en koningin Beatrix staat bekend om haar kunstlievendheid! Van verre zullen ook de bezoekers komen om van het zeepanorama te genieten, en uw middenstand vaart er wel bij! Koningin Beatrix is ongetwijfeld bereid haar toren persoonlijk te komen openen, gelijk haar grootmoeder dat volgens overlevering deed bij háár toren in het land van Valkenburg, waar zij naar zeggen als jong meisje dikwijls placht te vertoeven om er te schilderen. Talmt niet, Tholenaren, u heeft slechts een paar jaar de tijd!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden