Een toonbeeld van rust en welvaart op de Westelijke Jordaanoever

Een Israëlisch-Arabische vrouw loopt over de markt in Jenin, op de Westelijke Jordaanoever. (FOTO REUTERS)

Jenin stond bekend als de hoofdstad van de terreur, nu werken Palestijnen en Israëliërs weer voorzichtig samen. Maar het proces is broos.

’We weten dat aan beide zijden politieke krachten gekant zijn tegen onze samenwerking, ze vinden die verwerpelijk, ongepast of gewoon te vroeg.” Kadoera Moesa, gouverneur van het district Jenin in het noorden van de Westoever, refereert aan de goede contacten met zijn collega in Israël, hoofd van de regio Gilboa, en aan de verrassende omslag in de stemming onder de inwoners van Jenin en hun Israëlische buren.

„Extremistische Israëliërs”, klaagt hij, „vinden elke stap om het lot van de Palestijnen te verbeteren misplaatst. En veel Palestijnen koesteren de verdenking dat elke hulp van Israël bij het herstel van de Palestijnse economie, slechts onderdeel is van premier Netanjahoe’s visie een ’economische vrede’ te bewerkstelligen in plaats van een politieke oplossing en een Palestijnse staat.”

Noch Moesa, noch zijn tegenhanger aan de Israëlische kant van de grens van 1967, Daniel Atar, laat zich afschrikken door al die kritiek.

Wat het des te opmerkelijker maakt is dat juist Jenin, een stad van 150.000 inwoners, bekend stond als de hoofdstad van de terreur tijdens de Tweede Intifada (2000-2007), de stad die meer dan enige andere plaats plegers van zelfmoordaanslagen heeft voortgebracht. Toen Israël in het voorjaar van 2002 het vluchtelingenkamp van Jenin binnenviel , mondde dat uit in bloedige gevechten, waarbij 23 Israëliërs en 52 Palestijnen werden gedood.

De Palestijnse strijders hebben inmiddels hun wapens ingeleverd in ruil voor amnestie. Door de VS getrainde Palestijnse veiligheidstroepen patrouilleren in de straten. Jenin is nu een toonbeeld van rust en ontluikende welvaart, als ook van unieke economische samenwerking met de naburige Gilboaregio –en dat in een tijd dat de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe en de Palestijnse president Mahmoed Abbas zelfs niet met elkaar praten.

Sinds half november, toen een doorgang werd geopend in het ’hek’ bij Jalame, net ten noorden van Jenin, mogen Israëlische Arabieren in hun eigen voertuigen Jenin inrijden, voor zaken, familiebezoek, of gewoon op zoek naar koopjes in de winkelcentra. Het onlangs geopende luxe hotel aan de rand van Jenin is een magneet voor Palestijnen uit de Westoever en uit Israël.

Onder aanvoering van Tony Blair, de vertegenwoordiger van het Kwartet (VS, EU, VN en Rusland) zijn er plannen ontwikkeld om een Palestijns industrieel park aan te leggen bij de grens. En in oktober vorig jaar de hebben de gouverneurs van de regio’s Gilboa en Jenin al een vierdaagse ’vredestoer’ in hun gebied getest, die ze binnenkort op de markt willen brengen om toeristen uit Europa te trekken.

„We kennen hier al een geschiedenis van wederzijdse goodwill”, zegt Atar. Tijdens de optimistische jaren na de Oslo-akkoorden bezochten lokale Israëlische en Palestijnse ambtenaren gezamenlijk de Boven-Rijn regio om daar het lokale model voor economische samenwerking tussen Frankrijk, Duitsland en Zwitserland te bestuderen. „Een van de dingen die we toen ontwikkelden was de open markt in het grensgebied, waar iedereen zijn goederen kon verkopen”, vertelt Atar. „Het was waarschijnlijk de meest bruisende markt in het hele Midden-Oosten.”

De Tweede Intifada bracht dat alles tot stilstand. Maar sinds de benoeming in 2006 van Kadoera Moesa, een Fatah-functionaris die twaalf jaar doorbracht in een Israëlische gevangenis, tot gouverneur van Jenin, wordt er weer gestaag gewerkt aan de samenwerking en het opbouwen van een gevoel van wederzijds respect. „De basis daarvoor is dat elke kant de waardigheid en de rechten van de ander erkent”, zegt Moesa in een taal die het afgelopen decennium nauwelijks te horen was. Atar, vertelt hij, lobbyde intensief opdat Israël de Jalameovergang weer openstelde. Het resulteerde binnen twee maanden in een verlaging met tien procent van de verlammende werkloosheid (58 procent) waar Jenin onder gebukt gaat. Hij lobbyt nog steeds om de industriële zone te verwezenlijken. En hij brengt ook elke buitenlandse ambtenaar of delegatie die zijn regio bezoekt naar Jenin om ook daar te kijken wat de behoeftes zijn. Een gevolg is dat bij het horen van het Hebreeuws –van de ambtenaren van Atar– in een populair restaurant in Jenin, de bewoners meteen met de beste wensen toestromen.

Toch beseft Moesa maar al te goed hoe broos de huidige stemming is, zolang er geen vooruitgang op andere fronten is. „Mensen in Jenin zijn blij met de toestroom van bezoekers, maar hun geloof in verandering en verbetering zal niet eeuwig duren. Ze wachten nog steeds vol ongeduld op een oplossing voor de Palestijnse gevangenen die in Israël vastzitten, en natuurlijk op een hervatting van het vredesproces.”

Hoewel de frustratie over het uitblijven van een oplossing toeneemt, gelooft Moesa niet in een uitbarsting, zoals bij het uitbreken van de Eerste en Tweede Intifada. Tegelijkertijd weet hij dat de afgelopen tijd het aantal gewelddadige ’incidenten’ weer aan het toenemen is. Hij blijft voorzichtig: „Als jonge mensen geen uitzicht of hoop meer hebben”, zegt hij, „kan niemand garanderen dat de situatie niet zal terugkeren naar wat het was.”

(Trouw)Beeld REUTERS
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden