Een toonbeeld van design

Het voornemen om zijn eigen schemerlampjes neer te zetten in de vertrekken van de Nederlandse ambassade in Peking om zich snel thuis te voelen, heeft ambassadeur Rudolf Bekink meteen bij aankomst laten varen. „Die zouden het hele concept verstoren.” Het gebouw dat vorig jaar mei werd geopend en waar Bekink sinds enkele maanden woont en werkt, is een toonbeeld van modern design.

De ambassade, ontworpen door architect Dirk Jan Postel van het Rotterdamse bureau Kraaijvanger Urbis, is een langgerekt gebouw met twee vleugels: de ene biedt onderdak aan de representatieve ruimtes, in de andere zijn de privévertrekken. Beide vleugels kijken aan de achterkant uit op hun eigen tuin en worden zowel gescheiden als verbonden door een wintertuin. Het opvallendste onderdeel is de lange muur van horizontale stroken Chinees natuursteen die op de lokale manier is gemetseld en die zich uitstrekt voorbij het eigenlijke gebouw. Toen de ambassade onlangs werd bekroond met een Chinese architectuurprijs, sprak de jury vooral bewondering uit voor de manier waarop de klassieke lokale bouwstijl en bouwmaterialen zijn gecombineerd met moderne materialen.

Daarmee lijkt architect Dirk Jan Postel geslaagd in de opdracht om een opvallend visitekaartje van Nederland neer te zetten. Voor de rest was de opdracht nogal vrij, vertelt de architect, die zelf ook erg te spreken is over het effect van de lange muur van natuursteen in combinatie met de glazen pui en het dak. „Het gebouw is sober en transparant, maar heeft onbedoeld ook oosterse trekken gekregen door het gevoel van stilte.”

Hoewel ambassadeur Bekink nog maar een paar maanden in China is, merkt hij nu al dat het gebouw impact heeft. „Het is niet zo dat de Chinezen Nederland niet meer associëren met klompen en tulpen, maar we timmeren nu ook flink aan de weg met architectuur en design. Dit gebouw is een heel prettig statement voor Nederland.”

Zelf had de ambassadeur misschien liever in een klassiek oud huis gewoond. Zijn eerste post was Stockholm, waar de residentie in een 17de-eeuws stadspaleis is gevestigd. „Een soort klein Mauritshuis.” Voordat hij in maart in Peking werd benoemd, was hij ambassadeur in Brussel, waar het goed toeven was in een klassiek oud pand uit de jaren dertig van de vorige eeuw.

„Dit is totaal anders en ik moet eerlijk zeggen dat sommige dingen me minder bevallen. Zo vind ik de designbanken in de salon te laag. Maar je kunt niet gaan rommelen in zo’n verantwoord interieur. Ik geniet wel elke dag van al het glas in het gebouw, dat een spectaculair gezicht biedt op de tuin, die wel wat groener had gemogen. Maar het allermooist vind ik het zicht op het gebouw vanuit de tuin als het gaat schemeren en binnen de lampen aangaan. Dan is het een wonder van transparantie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden