'Een toga roept ontzag op'

Respect heeft talloze betekenissen. Het raakt onder meer aan gezag, ontzag en afstand. Hoe creëer je die? Simpel: draag een uniform. Dat tooit je met gezag. Maria van de Schepop (49) ervaart dat dagelijks als zij haar toga aantrekt, en in de rol van rechter stapt.

'Deze gang maak je maar één keer in je leven. Het is voorjaar 2000. Ik zit in de auto van Leiden naar Bergen op Zoom, op weg naar een erkende speciaalzaak voor toga's. Toga's zijn duur; je draagt hem als het goed is tot aan je pensioen. Bij de Raad van State, waar ik na mijn studie negen jaar stafjurist was, hoefde ik er nog niet aan. Maar nu ben ik aan het werk als rechter in opleiding bij de rechtbank van Haarlem en moet ik voor het eerst op de rechterstoel plaatsnemen. In vol ornaat.

Mijn man geeft mij de toga cadeau. Tweeduizend gulden kost die. Ik moet wel zelf naar de winkel om mijn maten te laten opmeten - God verhoede dat je in de rechtszaal over je eigen toga struikelt. Veel smaken zijn er verder niet. 'Synthetisch of met wol', vraagt de togamaker. Ik denk aan hete zomers, aan lange zittingen, zwetend in een toga, die je over je normale kleren draagt. 'Doe mij maar wol, natuurlijk materiaal, dat ademt, zeg ik.

Die aanschaf is nu dertien jaar geleden. Zo speciaal als toen zal mijn toga vermoedelijk nooit meer voelen. Haast gedachteloos trek ik hem nu op een doorsnee werkdag van de kapstok. Hij hangt in mijn werkkamer in de rechtbank van Den Haag. Dan loop ik naar de raadkamer achter de zittingszaal. Let wel: de toga heb ik nog niet aan. Door de gang lopen met je toga aan, dat doe je niet. Waarom precies weet ik niet, maar dat is de traditie. Met mijn toga over de ene arm en mijn dossiers in de andere doorkruis ik het gebouw. Ik ben nog niet in functie, ik ben nog steeds gewoon Maria.

De raadkamer ligt in een gesloten gedeelte achter de zittingszaal, waar alleen de drie rechters, de griffier en de officier van justitie kunnen komen - die laatste heeft overigens een eigen kamer. Nu pas trek ik mijn toga aan. Ik bekleed mij met het ambt. De eerste keer voelde ik die overgang van persoon naar functie heel nadrukkelijk. Gaandeweg is die vertrouwder geworden. Ik kan niet zeggen dat het aantrekken van de toga met veel plechtigheid gepaard gaat, maar als we een hele zware zaak onder handen hebben, is er wel enige nervositeit in de raadkamer te merken. Soms realiseer ik me op dat moment opeens dat de mensen zo meteen met ontzag naar me zullen kijken. Naar mijn toga. Daar is veel respect voor, in de loop der jaren heb ik daarin geen verandering gezien.

Dat besef is een moment later alweer verdwenen. Zodra de deur naar de zaal opengaat, alle mensen opstaan en wij naar binnen lopen - de voorzitter voorop, dan de oudste rechter, de jongste rechter en als laatste de griffier - voel ik mijn toga niet meer. Ik ben volledig geconcentreerd, gericht op de inhoud van de zaak en op degene die ik zo meteen voor me zal zien.

Ik ga wel eens bij collega's kijken. Dan zit ik dus zelf in het publiek. En weet u wat zo gek is? Zodra de rechters de zaal betreden gaat er een rilling langs mijn rug. Ik weet wie er onder die toga's schuilgaan, ik ken deze mensen persoonlijk. Ik zou die rilling dus zo kunnen wegrelativeren, maar dat doe ik op dat moment niet. Er gaat een gevoel van ontzag door de zaal dat me niet onberoerd laat. Ook mij imponeren die toga's. Maar als ik zelf in functie ben, ervaar ik dat ontzag niet meer. Heel vreemd vind ik dat.

Jonge collega's zie ik hun toga nog wel eens als een schild gebruiken. Als beginnend rechter ben je onzeker en op zoek naar hoe je je moet opstellen in de rechtszaal. Dan helpt zo'n toga wel. Hij geeft je een veilig gevoel en tooit je met het gezag dat je innerlijk nog niet voelt. Je moet nog groeien in je rol. Die ontwikkeling gaat natuurlijk altijd door, maar na dertien jaar ervaring hoef ik me niet meer te verschansen achter mijn toga.

Louter het ambt vertegenwoordigen is voor mij niet voldoende. Er is niet alleen afstand nodig. Je moet als het ware ook af en toe onder je toga vandaan durven kruipen. Ik wil maatwerk leveren als rechter en daarom is het voor mij heel belangrijk om op een gegeven het goede gesprek met de verdachte te hebben, van mens tot mens. Het is de kunst om te balanceren tussen nabijheid en distantie. Hoe langer ik dit werk doe, hoe makkelijker me dat afgaat.

Niet dat ik ooit echt uit mijn rol stap, ook niet tijdens zo'n 'persoonlijk' gesprek. Ik ben me er zeer van bewust dat ik me nooit helemaal op hetzelfde niveau kan opstellen als waar de verdachte staat. Ik ben en blijf de rechter. Ik ben bekleed met gezag, dat gebaseerd is op macht. Zolang ik mijn toga draag, representeer ik de rechtsstaat en moet ik uit naam van de samenleving een beslissing nemen over het lot van een ander mens.

Dat is niet altijd makkelijk. Een tijd geleden kwam er een Namibische vrouw de rechtszaal binnen, een kindje op haar arm. Ze zat in vreemdelingenbewaring. Wat voorlag was de beslissing om haar vast te houden en voor te bereiden op uitzetting. De regels zijn strikt op het terrein van het vreemdelingenrecht, ruimte om te manoeuvreren was er niet. Ik was hier puur en alleen om de afwijzing van haar asielaanvraag op procedurele juistheid te toetsen. Als rechter was ik hier snel uit, want de procedure was correct gevolgd. Toch raakte haar situatie me. En ik kon persoonlijk niets voor haar betekenen. Toen ik die avond thuiskwam stond haar verschijning me nog helder voor ogen. Ook nu kan ik me haar gezicht nog zo voor de geest halen. Daar kan geen toga me tegen beschermen."

Dit artikel is de zevende aflevering van de serie Respect & Werk, die deze maanden in Trouw verschijnt, en zal uitmonden in een symposium op 11 juni, dat Trouw samen met Instituut Gak organiseert. De dag is kosteloos. Er is ook een blogwedstrijd aan verbonden. Voor meer info: www.trouw.nl/respect

Een goede toga gumt de privépersoon onder de mantel weg
Togamaker Debby Schout (42), eigenaar van Toga Atelier Schout in Rotterdam, neemt haar vier medewerkers soms mee naar een zitting in de rechtbank van Rotterdam. Als bedrijfsuitje. Toga's kijken in het echt. "Aan het rimpelwerk op de bef of de mouw kun je direct zien in welk atelier de toga is gemaakt", zegt ze. "Ja, je kijkt dan echt met een technisch oog hè."

Schout zit al vijftien jaar in het vak. Net als in de zeven andere 'toga-ateliers' in Nederland worden de toga's in Schouts atelier met de hand gemaakt - "een gezellige boel hoor, tijdens het naaien draaien we rockmuziek, Radiohead".

Een toga is een symbool en een symbool is gebaat bij eenvormigheid. Elk onderdeel van de rechterlijke mantel is dan ook wettelijk vastgelegd in het 'Kostuum- en titulatuurbesluit rechterlijke organisatie' uit 1997. Moeiteloos somt Schout de bepalingen op. Bij een toga, legt ze uit, komt het aan op 'een stukje anonimiteit'. Het gaat erom de privépersoon onder de mantel weg te gummen. Om de lichaamsvormen van de drager te verhullen moet de toga wijd genoeg zijn. Voor die verhulling zorgt ook het plooiwerk op de mouw en de rug, dat even breed dient te zijn als de achterzijde van de boord. Een precisiewerkje.

De toga van een rechter verschilt overigens van die van een advocaat: een rechter heeft twee zijden banen van 18 centimeter aan de voorkant. Bij een lid van de Hoge Raad zijn die banen van fluweel. Drie knoopjes op de schouder herinneren aan de tijd dat daar de mouwomslag werd bevestigd. "Stofnesten waren dat", aldus Schout. Tegenwoordig zijn die omslagen doorgestikt.

Toch mogen die knoopjes niet weg. Net zo min als de knoopjes aan de voorzijde van de toga die met een voorgeschreven afstand van vijf centimeter ertussen van hals tot enkel lopen. Klein en rond moeten ze zijn. Matzwart. Een doel dienen die circa dertig knoopjes niet. "Toga's hebben een blinde sluiting, van maar vijf knopen", verklapt Schout. Een symbool is gestolde traditie: ook al hebben de knoopjes hun eigenlijke functie verloren, voor de toga als symbool zijn ze onmisbaar.

De toga's van Schout zijn gemaakt van een heel glad soort wol, kosten rond de 800 euro en wegen zo'n 1260 gram. Vederlicht, vindt Schout. "Nog maar twintig jaar geleden waren toga's gerust vier keer zo zwaar!" Met de lengte smokkelt ze wel eens. "Ze moeten tien centimeter boven de grond komen. Dat is zo hinderlijk lang dat wij er stiekem vijftien centimeter van maken. Andere ateliers maken het trouwens nog bonter. Op televisie zie ik soms toga's tot net onder de knie."

Veel ruimte voor variatie heeft ze verder niet; mode is in de togabranche des duivels. Behalve, zegt Schout enthousiast, als het om de bínnenkant gaat. "De ene kiest voor een knalroze voering - die zijn erg populair op dit moment - en de ander voor turkoois. Zo kun de toga toch je eigen stempel geven, ook al ziet niemand dat van buiten. Ook je naam wordt in de rugvoering geborduurd. Soms willen mensen zelfs hun geluksnummer erbij."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden