Een toegankelijker Veluwe? Graag!

In de plannen van Pieter van Vollenhoven moet de versnipperde Veluwe één groot Nationaal Park worden. Redacteur Hans Marijnissen wandelde er 263 kilometer doorheen. Hij struikelde over duizenden borden, en miste het wild.

'Hoe menigwerf zei ik tot mij zelven: men behoeft waarlijk niet naar Afrika te reizen om zich een denkbeeld van zandwoestijnen te vormen. Onze gids zocht telkens, zoo dikwijls er een nieuwe bui opkwam en de wind zich verhief, een' kleinen heideheuvel, hier en daar nog schaars verspreid, waar achter wij ons nedervleiden en een weinig adem schepten.'

Deze ervaring uit 1841, ten zuidwesten van Beekbergen, is bijna identiek aan die van deze regenachtige zondag in 2015. Het heeft de hele dag gegoten, de schoenen zijn volgelopen, en in het Hulshorsterzand biedt de lijzijde van een begroeide top de enige beschutting voor een korte lunch met volkorenboterhammen met komijnekaas, een Zonnatura-sesamcrunchreep en een pakje chocomel.

Grote delen van de Veluwe lijken nog steeds onaangeroerd, al bedriegt de schijn vaak en kent het landschap nieuwe woorden. Hoogleraar Auke van der Woud gebruikte in 'Het lege land', het dikke meesterwerk over de ontwikkeling van negentiende-eeuws landschap, het bovenstaande voorbeeld uit 1841 om de authentieke 'woeste gronden' te beschrijven. Maar wie in deze tijd op een zandvlakte de luwte van zo'n zelfde heuveltje zoekt, heeft grote kans juist in 'nieuwe natuur' te schuilen. Natuurorganisaties zijn op grote schaal bezig met enorme machines de dichtgegroeide zandvlaktes weer open te schrapen. De wind pakt daarna direct z'n rol op, net zoals anderhalve eeuw geleden.

De Veluwe heeft het allemaal nog: de rust, de leegte, de kale horizon, de stilte. Kwaliteiten die steeds zeldzamer worden in Nederland. Dat blijkt des te meer als je het ritme van de zondagse wandelingetjes vanaf de parkeerplaats doorbreekt, en je het gebied in etappes als het ware 'aaneenloopt'. Met startpunt Arnhem in de zuidelijke luwte van deze stuwwal, gaat het 'rondje Veluwe' langs Dieren en de door het ijs uitgesleten droogdalen van Loenen en de sprengen van Hoederloo. Via het arme Kootwijkerzand naar Vaassen, en door de kerkenpaden van Elspeet naar Putten aan de westkant. Om opnieuw via Kootwijk en Lunteren oostwaarts naar Arnhem terug te keren.

Op zo'n 260 kilometer lange route van tien etappes wordt pas duidelijk hoezeer al die verschillende landschappen zo nadrukkelijk bij elkaar horen. Wie alle wegen en spoorlijnen op de kaart weggumt, beseft dat de Veluwe het grootste aaneengesloten natuurterrein van Noordwest-Europa zou kunnen zijn. Maar dat is het niet. Het gebied is in stukjes gehakt. Oók door de wegen en spoorlijnen die het terrein doorkruisen. Maar vooral door de honderden terreineigenaren en natuurorganisaties die met soms bijna fluorescerende kunststof borden kenbaar maken dat dít plukje Veluwe van hen is.

Auteur Michiel Hegener liet zo'n tien jaar geleden in zijn boek 'Ons wilde oosten' zien dat het in zijn ogen 'bloempotbeheer' van de Veluwe ver teruggaat, zelfs tot het jaar 800. Op de grens van de droge Veluwe en de natte gebieden daaromheen ontstond toen een krans van nederzettingen. Op de Veluwe zelf was niet te boeren: de grond was arm én te droog. Op de randen wel. Daar kon je schapen houden, en met de mest uit de schaapskooi vermengd met heideplaggen werden de akkertjes rond het dorp verrijkt. Dit 'potstalsysteem' stortte eind negentiende eeuw in door de komst van kunstmest. De collectieve weidegronden waren inmiddels kaalgevreten - er was geen boom meer op te vinden.

Die waren eind negentiende eeuw alleen goed voor de verkoop. Ze waren niet duur, dus kocht in 1899 de voorloper van Staatsbosbeheer groot in. Het Geldersch Landschap en Natuurmonumenten sloegen hun slag. Prins Hendrik en koningin Wilhelma breidden Het Loo fors uit, maar ook particulieren als ertsmagnaat Kröller-Müller en adellijke families investeerden in stukjes Veluwe, terwijl het ministerie van oorlog destijds nog eens 13.000 hectare oefenterrein aankocht. En op dat moment moesten de infrastructurele doorsnijdingen nog plaatsvinden.

undefined

Shoarma-beheer

Juist door de enorme versnipperde eigendomsverhoudingen was er amper protest tegen wéér een strook asfalt of de doorklieving van het gebied door de A50. Iedere eigenaar was bezig met zijn eigen lapje grond, dé Veluwe bestond niet.

De situatie bestaat tot op de dag van vandaag. Hoewel het gebied op deze lange rondwandeling wel degelijk een landschappelijke eenheid uitstraalt, tonen alle ge- en verbodsborden van de verschillende eigenaren juist een 'shoarma-beheer'. Elk stukje heeft eigen regels, of dezelfde regels in andere woorden. Onderling zijn de gebieden afgerasterd, de ene eigenaar vraagt entree, de ander werft donateurs, een derde vangt overheidsgeld. Het ene gebied is open voor publiek, het andere gesloten. De ene organisatie laat wild toe, de andere beslist niet. Hier crossen de fietsers over de wandelpaden, daar zijn aparte parcoursen uitgezet.

En zo kan het zijn dat wat feitelijk Nederlands mooiste Nationale Park had kunnen worden, in werkelijkheid uit twee kleine Nationale Parken bestaat (Park de Hoge Veluwe en Veluwezoom) die, hoe kan het ook anders, voortdurend met elkaar van mening verschillen over het beheer en de exploitatie. Nee, we hoeven niet bang te zijn dat ze gaan samenwerken.

Is dat erg? In ecologisch opzicht zeker, al mogen ook de negatieve effecten op de economie niet onderschat worden. Wat opvalt tijdens zo'n 'rondje Veluwe' is de leegheid van het landschap. Behalve binnen de hekken van Park de Hoge Veluwe is er amper wild te bekennen. Oké, een wandelaar loopt een enkel keertje tegen een schaapskudde aan of wat uitgezette grazers, maar de uitgebreide landschappen zijn doorgaans leeg, waar herten en reeën voor spektakel hadden kunnen zorgen. Op een wandeltocht van 260 kilometer kronkelde welgeteld één gladde slang over het pad van de Buurlose Heide en wroetten de zwijnen naast de kampeerplek in Elspeet.

Maar voor de rest bleef het stil en leeg. Dat heeft absoluut te maken met de rasters tussen de verschillende gebieden en het schuwe gedrag door intensieve bejaging. Maar het zou wat zijn als de Veluwe één was, verzorgd door beheerders met eenzelfde visie, en gekoppeld aan de Oostvaardersplassen in het westen en het Duitse Reichswald in het oosten.

De historische versnippering en de traditionele voortzetting daarvan begint inmiddels tot economische schade te leiden. De Veluwe is verzadigd en bezadigd, was deze zomer de conclusie van de provincie. De bezettingsgraad van huisjesparken slonk de afgelopen jaren met 26 procent. De veredelde stacaravans worden vooral bevolkt door gescheiden mensen en seizoensarbeiders. Het aantal campings is in tien jaar tijd met 20 procent afgenomen. De langverblijvers die nog naar de Veluwe komen, zijn doorgaans grijs.

undefined

Caravans met heggetjes

De provincie ziet veel heil in het moderniseren van het huisjesaanbod: iets met safaritenten en tipi's. Zou het werkelijk? Dwalend door de Veluwe valt ook de versnippering van de recreatie op. Werkelijk overal staan caravans met heggetjes eromheen voor de privacy, en bij de ingang van de parken wapperen dan wel de vlaggen, maar bijna elk terrein oogt alsof het hier vroeger beter was. Naar alle recreatieterreinen lopen prachtige provinciale wegen, maar de vraag waaróm die parken op die locatie liggen, blijft een moeilijke. Het antwoord zal waarschijnlijk iets te maken hebben met, opnieuw, de historische versnippering. Toch zijn veel locaties onlogisch, en de wegen ernaartoe ook. De bezoekers houden van het groen, maar óók van de dorpjes, dus zouden ze beter aan de rand van de Veluwe kunnen verblijven. Nu bevolken ze vaak de kerngebieden, waardoor de natuurtoeristen wegblijven.

Het is misschien misplaatst om de Nederlandse Veluwe te vergelijken met een van de Amerikaanse parken, die doorgaans veel ouder zijn, maar in beheer veel vooruitstrevender. Yosemite bijvoorbeeld, aan de Westkust van de VS, is zo'n 3000 vierkante kilometer groot, tegen de 1000 vierkante kilometer van de Veluwe.

Daar geen wildgroei van campings, onnodige borden en alleen wegen die nodig zijn naar plekken die ertoe doen. Ze kennen allemaal een maximumsnelheid van omgerekend 50 kilometer per uur, soms minder. In de ruime omgeving liggen de dorpen, net als op de Veluwe, en daar ook zijn de campings. Het park wordt beheerd door één National Park Service en staat op de Werelderfgoedlijst. Daar zijn ze trots op (de Veluwe is die erkenning vanwege het onderling gekrakeel misgelopen). Net als andere Amerikaanse parken, is Yosemite in 'zones' verdeeld. In de buitenschil is ruimte voor groen vertier, maar naarmate bezoekers de kern van het gebied naderen, wordt de natuur ontoegankelijker.

Bezoekers kunnen wel een shuttle nemen naar de onderkant van de waterval, maar wie naar boven wil, moet klimmen. Wie nog verder wil, moet een permit kopen en mag een meerdaagse wandeling maken en 's nachts in het wild kamperen. Iedereen komt aan zijn trekken, terwijl niemand elkaar in de weg loopt. Een doorgewinterde langeafstandsloper zal er nooit op een caravan met kunstgras stuiten, wat op de Veluwe wel gebeurt.

undefined

Gebiedsfonds

Hoe kunnen we van de gefragmenteerde, uitgewoonde Veluwe één aantrekkelijk gebied maken, moeten ze op het Gelderse provinciehuis denken. Pieter van Vollenhoven gaf gisteren een aanzet. Hij adviseert in zijn rapport 'Monumenten; inspiratiebron voor de natuur' grote Nationale Parken te creëren met een eigen gebiedsfonds: een portemonnee die wordt gevuld met subsidie, maar ook met gelden van bedrijven en particulieren. Het geld vloeit niet naar de natuurorganisaties, maar is bestemd voor het gebied zélf.

Geen enkele terreineigenaar is verplicht mee te doen, maar ze zijn wel gek als ze dat geld laten liggen, denkt Van Vollenhoven. Zo kan de nieuwe financiering het breekijzer zijn waarmee samenwerking wordt afgedwongen. In zijn rapport staat ook één grote Veluwe getekend. Weg met de huidige twee Nationale Parken en al die kleine landgoederen en natuurgebiedjes: er staat een cirkel om het hele gebied, inclusief de dorpen die volgens hem óók tot dit groene erfgoed behoren.

De intensiteit van de regen neemt wat af en boven de bosrand komt een opklaring binnenvaren. Wat rest is de wikkel van de Sesam-crunchreep. Tijd om op te staan en verstijfd naar Putten te lopen. Door 'Het lege land' van Auke van der Woud. O, nee: daar is het eerste bord alweer.

undefined

Zelf wandelen

Het Veluwe Zwerfpad is in totaal 375 kilometer lang en voert vooral over onverharde paden door enorme stuifzandgebieden, over uitgestrekte heidevelden en glooiende heuvels. 'Streekpad 16 Veluwe Zwerfpad', euro 18,70, uitg. Nivon.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden