Een tikje vrijblijvend

Drie debutanten mijden reflectie op de tijdgeest

Zo kakelvers als het jaar zijn ze niet; hun bundels zagen dit najaar al het licht. Maar jonge dichters zijn het wel: Rens van der Knoop, Runa Svetlikova en Saskia Stehouwer. Het zijn drie nieuwe stemmen die wel wat gemeen hebben. Want hun poëzie bekommert zich weliswaar om de verhouding tussen ik en ander, tussen mens en wereld, maar van actualiteit trekken deze dichters zich weinig aan.

Rens van der Knoop (1987) debuteerde eind 2014 met 'Twee mannen spreken elkaar onopgemerkt aan'. Zo'n titel belooft iets, en Van der Knoop, die de opleiding beeld en taal aan de Rietveld Academie volgde, wisselt K. Schippers-achtige observaties over afstand en kijken af met beeldende strofen: "Het dak verzet zich / huivert even / om de hoogte die hem opgelegd / maar eigen is". Maar als poëzie wil het niet echt tot leven komen, de prozaïsche regels missen spanning. Dan is 'Deze zachte witte kamer', de eerste dichtbundel van Runa Svetlikova, kleuriger. Met Gerrit Kouwenaars 'totaal witte kamer' heeft de bundel overigens niets van doen. Svetlikova (1982), Vlaamse, ziet de mens als een 'banaal signaal', wat niet wegneemt dat haar vrije, wat wijdlopende gedichten over hele menselijke dingen gaan. Over een klind dat ter wereld komt, schrijft ze met een wrang soort humor: "Ze heeft mijn ogen zeggen ze, alsof dat / een voordeel is." En verder over liefde en hoe mutsen, jassen en sjaals kunnen verhinderen dichter bij elkaar te komen.

En over ouders die een mislukte poging tot emigratie naar een buitenland ondernemen: "ik // wist niet dat we heen vlogen in de ene taal en / terug in de andere want ik wist niet eens // wat taal was".

Het meest gerijpt klinkt de bundel van Saskia Stehouwer (1975). Een van haar gedichten kwam enkele jaren terug al bovendrijven bij de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd: "toen onze vader het huis uit / en zijn hoofd in liep / hoorden we de deur / dichtslaan".

In Stehouwers kalme gedichten kan alledaags leven groteske vormen aannemen. Het is er vredig en duister tegelijk. Een huismeester, verzamelaar van sigarenbandjes, vermaalt de grieven van bewoners 'tot een gladde puree / die goed op de muren blijft zitten'. Elders beschrijft ze hoe een man en een vrouw langzaam uit elkaar gegroeid zijn en dreigende verandering een overzichtelijk leven overspoelt:

hij kan haar rimpels niet duiden

voelt dat de pleister

van zijn leven wordt getrokken

fronst zijn voorhoofd

tegen de zwermen woorden

die vlekken maken op het tapijt

Toch blijft de lezer na het lezen van deze bundels met een wat leeg gevoel achter. Misschien omdat deze poëzie iets vrijblijvends houdt. Want al stipt Svetlikova ergens het CO¿-probleem aan, wat ontbreekt is waar dichter Erik-Jan Harmens een paar jaar geleden in een geruchtmakend manifest zo nadrukkelijk om vroeg: 'reflectie van de tijd'.

Rens van der Knoop: Twee mannen spreken elkaar

onopgemerkt aan. De Bezige Bij; 60 blz. euro 18,90

Runa Svetlikova: Deze zachte witte kamer.

Marmer; 83 blz. euro 12,50

Saskia Stehouwer: Wachtkamers. Marmer; 88 blz. euro 12,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden