Een tijd die ten onrechte is verdoezeld

De Bataafse Revolutie bruiste, maar het elan was eindig

In de vaderlandse historie kwam de tijd van de Bataafse Revolutie (1795) er lang bekaaid vanaf. De gevestigde orde had belang bij het verdoezelen van deze jaren. Nederlands glorietijd was de Gouden Eeuw. Tussen 1795 en 1813 was sprake van verloren jaren, wilde men de mensen laten geloven.

Fransen en Fransgezinden maakten in die periode de dienst uit. Waanideeën en revolutionaire nieuwlichterij verdrongen verstandig beleid en bestuur. Het was bon ton om de Bataafse Revolutie te negeren of te ridiculiseren. Die vertekening was mogelijk door slim gebruik van de nagedachtenis aan de laatste jaren onder Frans regime, toen Parijs de teugels flink aanhaalde, onder meer om zijn oorlogen met mensen en middelen te kunnen voortzetten.

Met de realiteit had die beeldvorming minder te maken. De omwenteling aan het eind van de achttiende eeuw bracht ook veel goeds. De Bataafse Revolutie vormde de radicaalste reorganisatie van het staatsbestel ooit vertoond: Nederland werd een eenheidsstaat, kreeg voor het eerst een grondwet en gekozen volksvertegenwoordiging, gilden en adelstand werden afgeschaft, kerk en staat gescheiden, minderheden als de katholieken kregen een stem, individuele rechten een waarborg. Het koninkrijk van na 1813, met de Oranjes als koning, bouwde deels voort op verworvenheden van 1795 en de jaren direct daarna. Andere noviteiten werden pas in 1848 of nog later overgenomen.

In de loop van de twintigste eeuw werd het vertekende beeld wel iets gecorrigeerd, maar het belang en de complexiteit van deze overgangstijd wordt pas goed duidelijk door studie in de afgelopen jaren. Van groot belang daarbij was het in 2008 gestarte onderzoeksproject 'The first Dutch democracy: the political world of the Batavian Republic, 1795-1801'. Uitgeverij Vantilt stak haar nek uit door veel werk te laten verschijnen van historici die in deze periode gespecialiseerd zijn. Het nu verschenen 'Het Bataafse experiment' biedt een aangename dwarsdoorsnede van veel van de nieuwe inzichten van de afgelopen jaren.

De bundel begint met wat algemenere stukken die de tijdgeest en politieke cultuur goed neerzetten - al had een chronologisch overzicht met hoogte- en dieptepunten niet misstaan aan het einde van het boek. Ronduit voortreffelijk zijn de artikelen die inzoomen op kleinere onderwerpen. Deze schijnbare deelstudies blijken wonderlijk veel te zeggen te hebben over het stilaan verlopen van het revolutionaire elan en de beperking van de zo vurig beleden principes.

Zo gold gelijkheid begin negentiende eeuw niet voor vrouwen. Hun bemoeienis met staatszaken was ongewenst. Door het goed bestieren van huishoudens konden ze misschien wel een gunstige invloed uitoefenen op mannen, zodat die de juiste beslissingen namen.

De vrijheid van meningsuiting werd beperkt door de bepaling dat uitgevers, drukkers en schrijvers hun naam op publicaties moesten vermelden. En satire moest liefst de nieuwe orde bevestigen.

Tussen droom en daad gaapte een gat. Gedebatteer kon bovendien niet eindeloos duren en moest maar eens loskomen van de abstractie, vonden mensen als Rutger-Jan Schimmelpenninck, die Nederland een aantal jaren leidde. Hij waarschuwde voor 'metaphysische harsenschimmen' en 'verkeerde theoretische lugtreizen'. Praktisch resultaat, daar ging het om.

Wat was vrijheid eigenlijk precies?, vroeg publicist Gerrit Paape zich af. "Kan men ze indrinken gelyk een bouteltje wyn of een vaderlandsche borrel?" Lag op den duur de onverschilligheid niet op de loer?

Het vuur van de revolutie doofde. Activisme maakte plaats voor apathie en zelfs antipolitieke gevoelens. Burgers hoefden niet meer zo nodig voorop te gaan, alles uit te proberen. Ze werden passief, genoten in stilte van door de staat gegarandeerde vrijheden.

De auteurs waken voor parallellen met het heden. Maar 'Het Bataafse experiment' is wel een boek dat stiekem prettig prikkelt tot vergelijkingen met de turbulentie van het afgelopen decennium en de vragen over burgerschap, rechten, plichten en het functioneren van de politiek.

De bundel onderscheidt zich verder door de vele illustraties. In zwart-wit én in kleur, voorbeeldig afgedrukt. Een roerig tijdsgewricht komt tot leven in beeld. Een plaatje van een boek.

Frans Grijzenhout, Niek van Sas & Wyger Velema (red.): Het Bataafse experiment. Politiek en cultuur rond 1800. Vantilt, Nijmegen; 374 blz. euro 29,95 (na 15 september: euro 32,50)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden