Een theateravontuur van bijna een halve eeuw

afscheid | Na een lang en veelbewogen theaterleven valt morgen definitief het doek voor toneelgroep De Appel. Het oudste repertoiregezelschap van Nederland, dat de improvisatie tot techniek verhief, dat brutaal zijn eigen theater kraakte en het publiek de rol van feestelijk ontvangen gast gaf, moet stoppen.

Al in de allereerste voorstellingen van toneelgroep De Appel was het er: de bijzondere vormgeving, de expressieve lichaamstaal, de muzikaliteit. Soms gewoon zand op de vloer, maar ook witgeschminkte gezichten met felrood geverfde lippen en jute gewaden of poederpruiken met kuitbroeken. Of je het nou de schoonheid van de armoe, de lol van het groteske of de originele inzet van klassieke en commedia dell'arte- elementen noemde, De Appel onderscheidde zich direct na de oprichting in 1972 van andere repertoiregezelschappen - zoals stadgenoot de Haagse Comedie - met een ongebreidelde fantasie, theatraliteit en dynamiek.

De improvisatie die regisseur en oprichter Erik Vos (1929) introduceerde als techniek om ongekende dimensies in spel en tekst aan te boren, stond garant voor de levendigheid. Soms uitbundig, mede door het lef om circusacts als clowns of acrobatiek te integreren - of Sacha Bulthuis als buikspreekpop in het gedenkwaardige 'Ghetto' van Joshua Sobol - dan weer uitgesproken sober, geïnspireerd op de Poolse theatermaker Jerzy Grotowski. Afhankelijk van de associaties die een stuk tijdens de repetities bij spelers en regisseur opriepen.

Na een paar jaar in het piepkleine Theater aan de Haven in Scheveningen met de ultrasteile tribune, kraakte De Appel in 1976 brutaalweg de voormalige paardentramremise op een steenworp afstand. Daar kwamen de hang naar avontuur en de experimenteerzucht pas goed tot hun recht. Voor vrijwel elke voorstelling werd de speelruimte verbouwd. Voor de openingsvoorstelling 'De storm' van Shakespeare stonden de tribunes als een amfitheater rond de piste, bij 'Op de bodem' van Maxim Gorki keek het publiek neer in een met roestige platen afgezette kuil, voor 'Trilogie van het zomerverblijf' van Goldoni was het theater tot een waterbassin omgetoverd met grote houten vlotten. Behalve klassiekers bracht De Appel ook moderner repertoire, zoals Thomas Bernhard of een aangrijpende 'Groot en klein' van Botho Strauss.

De Appel kon rekenen op een trouw en enthousiast publiek, maar het artistieke concept - eerder esthetisch dan politiek uitgesproken - raakte allengs sleets. Met subsidieperikelen als gevolg. Vos' opvolger, Aus Greidanus, bracht redding en nieuw vuur met op de mythologie geënte theatermarathons als 'Tantalus' en 'Odysseus'. Ongeacht alle busladingen dankbare vwo'ers, ook die bron droogde op.

De Appel reisde niet: een comfortabele positie, maar ook riskant. Almaar thuis feestelijk (vaak met diner) omlijste voorstellingen presenteren mag het familiegevoel versterken, maar duwt het publiek tegelijk ongemerkt in de rol van erkentelijke gast. Dat concept leek steeds minder te prikkelen tot zelfkritiek, broodnodig voor een frisse wind.

Morgen speelt De Appel zijn ultieme dernière. Spijtig zeker. Erger is dat een niet al te koosjere gang van zaken bij de gemeentelijke advisering én binnen het gezelschap zelf, de pas aangetrokken nieuwe artistiek leider, Arie de Mol, geen kans heeft gegund. Dat geeft het afscheid een bittere bijsmaak.

undefined

We hebben keihard gewerkt

Eveline van Leeuwen (marketing)

"Begin oktober zat ik achttien jaar bij De Appel. Een geweldige periode. Ik kreeg van meet af aan de vrijheid mijn werk zelf in te richten en te ontwikkelen naar de huidige maatstaven. Daardoor blijf je er zoveel plezier in houden. En dat met een artistiek leider als Aus Greidanus, zelf misschien wel de beste marketingman die er is: met zijn marathons haalde hij in één keer evenveel publiek binnen als anders met drie voorstellingen.

"Eén grote voorstelling per seizoen gaf mij de kans diep in het vak te duiken, allerlei manieren van promotie uit te proberen, gerichter te zoeken naar wie je publieksgroepen zijn en hoe je ze hiernaartoe krijgt. Met een relatief klein team is het keihard werken, maar wat het bijzonder maakte, was dat je samen in een eigen huis zat en zo meemaakte hoe er steeds vanuit het niets prachtige voorstellingen ontstonden. Als straks de nieuwe fusie-instelling Het Nationale Theater dit gebouw zou krijgen om te bespelen, zou ik dat wel erg zuur vinden.

"Dat we nog vijf extra voorstellingen en extra stoelen hebben moeten inzetten vanwege de ongelooflijk grote belangstelling voor onze zwanenzang 'Hamlet' hadden we niet gedacht. Dit einde had ik absoluut niet zien aankomen, maar we gaan nu wel met opgeheven hoofd ten onder."

undefined

Ons doel was tegenwicht bieden

Erik Vos (oprichter, eerste artistiek leider)

"Als mensen mij vragen 'Grijpt het je aan?', dan zeg ik 'Nee'. Destijds was De Appel zeer belangrijk in mijn leven en heb ik er mijn ziel en zaligheid in gegooid, maar na Aus heb ik me een beetje losgemaakt. Ook uit zelfbehoud. Al merk ik, nu het bijna zover is en het einde onherroepelijk, dat ik er wel meer mee bezig ben.

"In 1972 ben ik met De Appel begonnen uit onvrede met het ingedutte toneelbestel en repertoiretoneel. Wij wilden tegenwicht bieden met een zelf te ontwikkelen vrije speelstijl, met vitaal en fantasievol theater. We hadden geen cent, maar het was het avontuur meer dan waard. En dat doel, tegenwicht bieden, is gebleven. Ik vind dat een stad met een beetje allure naast één groot gezelschap een kleiner gezelschap moet hebben als een broeinest van theatrale anarchie. Dat heeft invloed op de hele ontwikkeling van de stad.

"Absurditeit, onvoorspelbaarheid, het ruimtelijk experimenteren, de emotionaliteit, de poëzie, bekoorlijke grilligheid: dat waren zo van die dingen waarmee we het publiek altijd weer verrasten. Ik heb in die jaren zeventig al meteen openbare repetities ingesteld. De Appel was de eerste groep die dat deed, en het werkte. Men zag wat er allemaal bij het maken van een voorstelling kwam kijken. Daarmee bouw je een enorme band met het publiek op."

undefined

Het intieme van De Appel

Geert de Jong (actrice)

"Het kleine, het vertrouwde heb ik altijd zo prettig gevonden. Ik heb De Appel in de hoogtijdagen meegemaakt - ik was er vanaf 1973 bij - en ben door Erik Vos gevormd. Dat was echt een meester, een dirigent. Natuurlijk neem je je eigen karakter, je eigen persoonlijkheid mee, maar hij liet je zeker door zijn aanpak met improvisaties heel onverwachte kanten in jezelf én van de personages ontdekken. Daardoor ontwikkelde je een creativiteit die als vanzelf op het publiek oversloeg en het met nieuwe ogen leerde kijken.

"Na tien jaar ben ik een poos weggeweest, naar het Ro Theater en Nationale Toneel, maar dat paste me niet echt. Wat een fabriek, wat moet je met veel mensen rekening houden, dacht ik. Het intieme van De Appel gaf een gevoel van veiligheid, waarin je heel veel durfde. Er lag niets van tevoren vast, niet voor de spelers, niet voor de mise-en-scène, niet voor decor- en kostuumontwerpers. Zo bleef het hele werkproces spannend. Dat gaf ook die speciale, die Appeliaanse vitaliteit aan de voorstellingen.

"Niet voor niets hebben wij zo veel Vrienden van De Appel - de grootste van alle gezelschappen in het land, geloof ik - en die hebben ons ongelooflijk gesteund. Na Aus, die nog een beetje in de traditie van Erik bleef werken, vond ik de sfeer niet meer prettig. Het familiegevoel was aangetast, het was alsof ik na dertig jaar huwelijk wakker werd. Maar misschien is de tijd rijp."

undefined

Er zijn andere gezelschappen met een vernieuwend concept

Joris Wijsmuller (wethouder voor cultuur in Den Haag)

"Natuurlijk vind ik ook dat Den Haag schatplichtig is aan De Appel. Het is al vijfenveertig jaar geleden dat De Appel een eigen plek veroverde. Het Appeltheater is een begrip geworden.

"Wel heeft De Appel vaker ter discussie gestaan. Ik kan mij nog demonstraties en optochten door de straten van Den Haag herinneren. In 2002 viel de rijkssubsidie weg en heeft Den Haag het overgenomen. Met name toen Aus Greidanus met de theatermarathons begon, was dat een blijk van een vernieuwend theaterconcept.

"Nu, met de wisseling van de artistieke macht, was dat vertrouwen er niet. En er zijn natuurlijk nog andere kleine gezelschappen en theaterinitiatieven in Den Haag - Appel-acteur/regisseur David Geysen bijvoorbeeld heeft ook een eigen theatergroep - die belangstelling in die richting zouden kunnen hebben.

"Het gebouw van De Appel heeft een culturele bestemming en die culturele infrastructuur moet wel behouden blijven. Er zijn op alle fronten gesprekken gaande, maar wat er gebeurt is nu nog de verantwoordelijkheid van de eigenaar, de Stichting Exploitatie Appel Theater (SEA)."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden