Een terugblik op al die zaakjes

In de afgelopen jaren schreven Trouw-verslaggevers Nico de Fijter en Adri Vermaat honderden verslagen van kleine rechtszaken, elke maandag op pagina 2 van deze krant. De rubriek gaat door, maar zij stoppen ermee. Op deze pagina's hun terugblik op al die zaakjes die telkens weer drie hoofdrolspelers kenden: de politierechter, de officier van justitie en de verdachte.

DE RECHTER

Wie twijfelt: rechters zijn gewoon mensen. De een is chagrijnig en cynisch. De ander is zacht van karakter. De derde omarmt humor en is aartsoptimist. De vierde is zwaarmoedig en verbergt zich achter een façade van arrogantie.

In de ruim zeven jaar dat Trouw nu wekelijks op maandag de lezer een rechtbankrubriek biedt, zijn alle denkbare menselijke trekjes van rechters voorbijgekomen. Wellicht onbewust én omdat zij mens zijn, houden de politierechters in de rechtszaal hiermee de herinnering levend aan voormalig procureur-generaal Willem Berger bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Openhartig als deze telg uit de patriciaatfamilie Berger kon zijn, vertrouwde hij de lezers van Trouw dertig jaar geleden toe dat niets menselijks rechters vreemd is. Ze zijn in zijn algemeenheid slordig en gaan relatief vaak slecht met hun financiële huishouding om, zei Berger. Niet betaalde rekeningen zouden in rechterskring niet eens ongewoon zijn. Zoals die in alle lagen van de bevolking voorkomen.

Aanleiding voor Bergers constatering was een renteloze lening die een Limburgse rechter destijds had afgesloten met de toenmalige top van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. Het geld, rond een miljoen gulden, was bedoeld om het enigszins bouwvallige kasteeltje van de rechter mee op te knappen. Moreel kon de onderhandse lening niet door de beugel en de bewuste rechter kreeg oneervol ontslag aangezegd. Zijn lening kon hij daardoor niet meer afbetalen, hij moest afscheid van zijn kasteeltje nemen en werd failliet verklaard. Naderhand zou hij zijn dagen slijten als directeur van een streekmuseum, ergens in Noord-Nederland.

Voorsprong

Wat hiermee gezegd wil zijn, is dat een verdachte maar moet gissen wie hij tegenover zich vindt in de rechtbank. Hoewel steekhoudend en eenvoudig te verklaren, begint de rechter de zitting in dat opzicht met een aanzienlijke voorsprong. Hij immers kent het strafdossier, het strafblad van de verdachte en alle eventueel over zijn persoon uitgebrachte rapporten van de reclassering en andere (zorg)instanties.

Omgekeerd weet de verdachte vaak niet eens de naam van de man of vrouw in toga voor hem. Hooguit heeft zijn advocaat hem ingefluisterd over hoe hij zich bij welke rechter het beste kan gedragen. Is de rechter een chagrijn van het zuiverste soort, verbitterd als hij mogelijk is geraakt door de leugens en het bedrog waarmee verdachten al eeuwen achtereen hun vege lijf proberen te redden, een houding die hij nu zelf in dagelijkse praktijk ondervindt?

Of is de rechter jong, flexibel en idealist? Iemand die (nog) in het goede van de mens gelooft en dienovereenkomstig van nature neigt naar een mild oordeel, de dader een tweede, derde, misschien zelfs vierde of vijfde kans gunt? Of zit de rechter tussen deze uitersten in? Ervaren, gepokt en gemazeld, en met zijn voelhorens op de samenleving gericht, zodat het hem aan expertise, inleving, intuïtie, moed en gevoel voor recht niet ontbreekt?

De Rotterdamse strafrechter Jacco Janssen, bij wie onlangs nog een zitting in prachtige chaos eindigde, hoort tot deze laatste categorie. Hij boog zich als politierechter over een dossier, waarin een al meer dan tien jaar durende, onoplosbare burenruzie centraal stond. Van dit basisgegeven alleen al werd Janssen al niet vrolijk. Een burenruzie hoort thuis bij de buurtbemiddelaar of een sociaal werker, zo iemand dus en niet in het strafrecht, opperde hij bij het begin van de zitting.

Nochtans ondernam de rechter meteen een serieuze poging om de ruzie tussen een echtpaar en hun alleenstaande, vereenzaamde buurman in der minne te schikken. "Begin morgen met de rest van uw leven", opperde Janssen de kijvende partijen.

Even leek hij filosoof, dominee of een combinatie van beiden: "Wees niet chagrijnig. Ga straks in hotel New York een kopje koffie drinken". Wijzend: "U aan het ene tafeltje en u aan het andere." Hoon van de hoofdrolspelers, met inbegrip van hun meegereisde familieleden, viel de rechter ten deel.

De families gingen ook tegen elkaar tekeer. "Hou je rotmuil", riep de een. "Je kan doodvallen", riep de ander.

Wat moet je als rechter, mens van vlees en bloed, met zoveel onverdraagzaamheid? Janssen wist het. Hij sprak de verdachte wederhelft van het echtpaar vrij van bedreiging. "U bent er lang niet klaar mee, maar ik wel", maakte hij een einde aan de bonte vertoning.

Verstrooid

Weet een verdachte veel, waar en vooral bij welke rechter hij terechtkomt in de rechtbank. Weten zij veel of ze het goed of slecht met de rechter hebben getroffen. We herinneren ons hoe de strenge rechter E.W. Koning door de volgens hem 'onzinnige antwoorden' van een verdachte vrouw almaar bozer raakte. De rechter snoerde haar meegekomen echtgenoot de mond. "U houdt uw mond, anders laat ik u hier weghalen. Zo simpel is dat."

De vrouw zei dat twee rugoperaties de oorzaak ervan waren dat ze had gefraudeerd met haar aanvraag voor een ziektewetuitkering. "Ik kreeg een emotionele toestand over mijzelf", zei zij. Rechter Koning ontplofte bijkans en beet haar toe: "Schort het aan uw verstandelijke vermogens? Begrijpt u wel waarover het hier gaat? Uw antwoorden slaan als een tang op een varken. Kent u die uitdrukking?"

De vrouw schudde van 'nee', dook ineen, zei lange tijd niets, maar kwam er dankzij een milde eis met een voorwaardelijke straf vanaf.

Een enkele maal is de rechter, de mens eigen, zodanig verstrooid dat hij of zij relevante handelingen vergeet. Gelukkig voor de rechter is er op zulke momenten een griffier, zoals in december 2008 gebeurde, die op effen toon zei: "Mevrouw, de raadsvrouw moet nog aan het woord". De rechter reageerde met veel excuses naar de advocaat. "Het spijt mij erg. U was geheel buiten mijn blikveld."

Deze rechter liet zich na de zitting nog steeds van haar menselijke kant zien. Ze had hartstikke de pest in over het voorval, zei zij. Ze vergeleek haar blunder met de in justitiekring beruchte term 'tunnelvisie'. Zelfs de raadsvrouw vond dat een tikkeltje overdreven.

DE OFFICIER VAN JUSTITIE

Net als rechters zijn ook officieren van justitie gewoon mensen. Maar, heel anders dan bij rechters, is de rechtszaal niet de plek om daar achter te komen. Daar, bij de politierechter, laten de officieren van justitie maar heel weinig van zichzelf zien.

Heel soms, op de gang bij de bode, laat de officier zijn masker nog wel eens zakken.

Zoals de Utrechtse officier die - toen de rechter tegen het einde van een zitting liet weten dat hij zich even wenste terug te trekken alvorens uitspraak te doen - in de hal een praatje aanknoopte met de verdachte, een van de Veluwe afkomstige, in driedelig zwart gehesen pezige man met een vuurrood gezicht, die ervan werd beschuldigd een deel van zijn veestapel te hebben verwaarloosd. "Ik maakte pas nog een mooi fietstochtje bij u in de buurt", sprak de officier de man toe. "Het was bloedheet, dus ik had mijn shirt uitgetrokken. Vlak voordat ik bij u het dorp inreed, heb ik het weer aangetrokken. Het was zondag, dat leek me wel gepast in zo'n Veluws dorp." Om vervolgens in luid lachend gebulder uit te barsten. De man in het zwart wist zichtbaar niet hoe hij het had. Totdat hij even later werd vrijgesproken en dus niet de tweeduizend euro boete hoefde te betalen die de officier had geëist.

Zo nadrukkelijk het stempel kan zijn dat de rechter op het verloop en de uitkomst van een politierechterzitting zet, zo klein en minimaal is vaak de rol van de officier van justitie. In het vragenvuur dat de rechter opstookt om scherper in het vizier te krijgen hoe het nu precies gegaan is met die inbraak, die burenruzie of die winkeldiefstal, voegt de officier van justitie zich maar zelden.

Persoonlijke omstandigheden

Dat geldt ook voor een ander onderdeel van de zitting: de bespreking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Voor de rechter lijkt dat niet zelden welhaast het belangrijkste onderdeel. Dan wil hij weten hoe het met het huwelijk van de verdachte gaat, bijvoorbeeld. Of hij nog schulden heeft. Hoe hij denkt zijn leven nou eindelijk eens op de rails te krijgen. "Heeft u nog vragen over de persoonlijke omstandigheden?", vraagt de rechter uiteindelijk aan de officier. Dat is maar zelden het geval.

De officier beziet het dossier, maakt een afweging, neemt de strafrichtlijn van het Openbaar Ministerie voor het betreffende delict er nog eens bij en spreekt de strafeis uit. Vier weken voorwaardelijk. Twintig uur werkstraf. Een week in de cel.

Om het betoog dat aan die strafeis voorafgaat kracht bij te zetten, gebeurt het nogal eens dat de officier een reeksje open deuren intrapt die noch bij de verdachte noch bij de rechter effect lijken te sorteren. "Het is natuurlijk heel vervelend voor een winkelier als er spullen worden gestolen." Of: "Zo'n politieman moet gewoon z'n werk kunnen doen, dan past het niet dat u zo'n man uitscheldt."

In een zaakje waarin een jonge verdachte werd beschuldigd van het beledigen van een paar politiebeambten, liet de Utrechtse rechter Eddy Bueno de strafeis voor wat die was. Hij gaf de jonge verdachte opdracht een taart aan te schaffen, zich daarmee naar het politiebureau te spoeden om aldaar de beledigde beambten van excuses en gebak te voorzien.

DE VERDACHTE

Elke verdachte is anders, blijkt telkens weer bij de politierechter. Maar toch vertonen ze ook overeenkomsten. Bij de meeste zittingen bij de politierechter is wel een van de volgende typen verdachten te herkennen:

Het hopeloze geval

Doorgaans is hij man. Een ruziezoeker, die teleurgesteld als hij is in het leven, zijn toevlucht heeft gezocht in alcohol. Kind noch kraai bezit hij. De enige zekerheid voor hem is dat hij in de schuldsanering zit en daar de komende jaren niet uitkomt. Jarenlange begeleiding vanuit hulpverlening en reclassering hebben hem niet kunnen redden. Hij blijkt sterk genoeg om te overleven, maar onmachtig om er iets van te maken.

De nonchalante veelpleger

Vergis u niet in dit vaak veelzijdige talent. Hij is boeiend, zielig en misdadig tegelijk. Hij steelt en belazert, hij bedelt en vernielt, hij dreigt en scheldt, hij ontkent en vlucht, speelt toneel en sloopt ongezien halve auto-interieurs. In de rechtbank heeft hij nochtans het hoogste woord. "Hé, ken ik u niet ergens van?", zei er een tegen een hem bekende rechter. "Geintje hoor", riep hij nog na en spoedde zich als een hazewind naar een volgende klus.

De niet zo intelligente verslaafde

Slecht slapen, depressieve klachten, hoofdpijnen, regelmatig een greep naar de fles of naar drugs zijn zo de kenmerken. Besluiteloosheid overheerst. Over relaties bijvoorbeeld. Moet ik bij die man blijven of hem uit huis gooien? Gisteren was het niks met hem, vandaag is het fijn en morgen misschien weer niets. Weet je wat, in de kledingkast, bij de winterjassen, staan nog flessen huiswijn van de super. Die maar eens ontkurken en morgen zien we dan verder.

De boze buurman

Op een dag is de zelfbeheersing echt op. Dan is die kerel van hiernaast toch echt te ver gegaan. Dan gaat er een steen door de ruit, wordt de motorkap bekrast, een vuist in een gezicht geplant, en dan gaat eindelijk de kettingzaag in die door de buurvrouw zo geliefde populieren die de achtertuin al zolang in een steeds langduriger schaduw zetten. Om van die rothond maar te zwijgen.

De vrouwenmepper

Hij heeft vele gezichten. De ene keer tooit hij zich als een bozige werkloze die zijn ongerichte frustratie na een dag drinken plots botviert op zijn echtgenote. De andere keer draagt hij het masker van de correcte zakenman die het niet kon hebben dat zijn relatie nu toch echt over is. Meestal ontkent hij, maar soms laat hij in die ontkenning zijn ware aard zien. Dan zegt hij: "Als ik mijn vrouw echt had willen mishandelen, dan was ze er een stuk slechter aan toe geweest."

De uitglijder

Verwarring is hier het kernbegrip. De uitglijder is doorgaans tamelijk intelligent, maar nu begrijpt hij er desalniettemin niets van. Het strafblad is blanco. De schaamte groot. De spijt uitentreuren betoond. "Ik kan het niet vaak genoeg herhalen, edelachtbare, hoezeer ik het betreur dat we in deze situatie zijn beland. Ik wil nogmaals benadrukken dat ik het slachtoffer reeds kort na het incident mijn excuses heb aangeboden." Doorgaans loopt hij met een voorwaardelijke straf de rechtszaal uit. Om er nimmer meer terug te keren.

De rubriek Rechtszaak wordt vanaf 7 september verzorgd door Onno Havermans en Wilma van Meteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden