EEN TER DOOD VEROORDEELDE LIEFDE

“Ik ben een keer of elf in San Quentin geweest. Daar zit ook Richard Ramirez, de Night Stalker, de beruchte seriemoordenaar. Alle elf keren zag ik een andere vrouw aan zijn tafeltje zitten. Dat zijn de prison groupies, die serieuze vrouwen een slecht imago bezorgen.”

JOOP BOUMA

Ze is 35 jaar en wil Iris worden genoemd. Ze kwam vijf jaar geleden in contact met een 40-jarige ter dood veroordeelde Amerikaan, die zij Alan noemt. Begin dit jaar trouwde ze met hem. “Als je me vijf jaar geleden had verteld dat ik met hem zou trouwen, zou ik je uitgelachen hebben.” Ze schreef in het begin ook met een andere ter dood veroordeelde. “Maar die begon erotisch getinte brieven te sturen. Daar ben ik snel mee gestopt.”

Met Alan bloeide de correspondentie. Soms gingen er in een week dertigbrieven heen en weer tussen Nederland en Californie. “Ik was toen nog getrouwd, maar al bezig met de scheiding”, vertelt ze. “Mijn ex-man is een alcoholist. De vaak humoristische brieven van Alan waren voor mij lichtpuntjes in de duisternis.”

Uiteindelijk schreef Iris Alan dat ze meer voor hem was gaan voelen. “Ik vertelde hem dat ik mijn gevoelens voor hem niet meer kon negeren. Ik heb daar heel lang over nagedacht. Ik wist dat er altijd een kans zou zijn op executie. Ik wilde eerst zeker weten of ik dat aan zou kunnen. En ik wilde absoluut zeker zijn van mijn gevoelens. Als hij wordt geexecuteerd, sterft er ook iets in mij.” Pas na lange tijd heeft ze Alan gevraagd waarvoor hij de doodstraf had gekregen. Voor moord, roof en verkrachting. Ze is overtuigd van zijn onschuld.

Ze wachtte haar scheiding af, richtte haar nieuwe woning in en besloot eerst met haar zoontje wat tot rust te komen. “Een jaar later zijn we naar Californie gegaan. We hebben bij zijn familie geslapen. Dat eerste bezoek aan hem, ik zal het nooit vergeten. Ik was doodnerveus. Je komt in een andere wereld. Maar toen hij daar in de bezoekzaal van de gevangenis zijn armen om me heen sloeg, was het alsof ik thuiskwam na een lange reis.”

Haar ex-man weet niet van het huwelijk. Wel van haar briefwisseling met die gevangene in Amerika. Een ziekelijke hobby, noemde hij dat ooit. “Hij heeft mijn zoontje erg opgestookt. ”Alan is een moordenaar en die gaat je moeder ook doodmaken”, zei hij tegen het kind. Maar inmiddels is de jongen twee keer mee geweest naar de gevangenis. Ik wil uiteindelijk permanent in de Verenigde Staten gaan wonen. Mijn zoontje heeft het daar best moeilijk mee. Hij heeft te veel meegemaakt. We worden al drie jaar door mijn ex-man bedreigd. Hij noemt mij een gevangenishoer.”

Er zijn in San Quentin ongeveer tien Neder-landse vrouwen die iets hebben met een ter dood veroordeelde. “De vrouwen die ik ken zijn geen gefrustreerde typetjes. Om een relatie aan te kunnen met iemand in de dodencel, moet je verdomd sterk staan. Je hoort vooral kritiek. We worden als prison groupies met z'n allen over een kam geschoren. Nee, als ik een veilige relatie wilde, was ik wel een LAT-relatie begonnen met iemand in Groningen. Dat zou in meer opzichten makkelijker zijn, je kunt elkaar financieel steunen en je kunt ook nog eens met iemand naar bed.”

“Ik had me mijn toekomst heel anders voorgesteld, hoor. We zijn gaan trouwen, omdat we een wilden zijn in de ware zin van het woord. Het is voor mij een band voor het leven. Ik denk dat het ook voor hem heel veel scheelt. Op de geboorte van mijn zoon na, was dit huwelijk de mooiste gebeurtenis in mijn leven.”

In een motel in Michigan City verblijft sinds januari 1997 Jose Roche-Brinkman (44) uit Gouda. Ze is op 5 januari ”96 getrouwd met de ter dood veroordeelde Chuck Roche, na een heftige briefwisseling. “Via brieven is het contact veel intensiever dan wanneer je iemand in een kroeg leert kennen. Wat me zo aansprak, was dat Chuck ondanks al die jaren in de cel zichzelf zo had weten te bewaren. Daarvoor kreeg ik diep respect. Zijn interesse in mij, in wat mij bewoog. Zijn belangstelling voor wat er ”buiten” gebeurde, zijn openhartigheid, zijn eerlijkheid. Ik zou zelf in zo'n situatie emotioneel allang dood zijn geweest.”

“Maandenlang hebben we geschreven zonder dat we foto's van elkaar hadden. We waren alleen maar gericht op elkaars persoonlijkheid, we wilden dat niet laten vertroebelen door uiterlijke factoren. Maar op een gegeven moment dacht ik, het maakt me geen moer meer uit hoe hij eruitziet, ik vind 'm gewoon vreselijk aardig. En toen schreef hij: ”ik wil je wel eens zien”. Ik ben meteen naar het reisbureau gestapt. Toen ik in Indiana was, zijn we de derde dag met elkaar getrouwd. Twee dagen hebben we gebruikt om aan elkaar te wennen. Toen wisten we dat we het allebei wilden. Ik had bij hem van het begin af aan het gevoel dat ik hem m'n hele leven al kende.”

“We wisten dat we nooit zouden kunnen samenwonen. Er was niets anders mogelijk dan te trouwen om zo de buitenwereld te laten merken dat het serieus was. En: ik wilde hem het gevoel geven dat het goed zat tussen ons. Hij was vaker in mensen teleurgesteld.”

Ze liet uiteindelijk haar hele hebben en houden achter in Nederland en trok in een kale motelkamer, vlakbij de gevangenis waar haar man op de doodstraf wachtte. Roche werd veroordeeld voor een dubbele moord. De gouverneur van Indiana bepaalde vorige maand de executiedatum: woensdag 22 juli, 's ochtends om zes uur zal een gifinjectie een einde maken aan het leven van de 34-jarige Chuck Roche.

Roche heeft zijn beroep ingetrokken en om uitvoering van het doodvonnis gevraagd. “Ook al zou de doodstraf worden omgezet in levenslang, dan nog zal ik nooit bij je kunnen zijn. Als ik dood ben, wil ik dat je mijn as meeneemt naar Nederland. Dan ben ik in mijn geest toch bij je”, heeft hij tegen zijn vrouw gezegd. Jose echter, vecht voor uitstel van de executie.

“Vaak hebben deze vrouwen voor het eerst in hun leven zeggenschap over hun relatie met een man. Zij is het middelpunt van zijn leven, zijn belangrijkste band met de buitenwereld. Zij wordt zijn stem en belichaming buiten de gevangenispoort. En hij kan haar niet bedriegen, althans niet met een andere vrouw.”

De Amerikaanse sociologe Netta Gilboa zoekt de verklaring voor de bijzondere aantrekkingskracht van gedetineerden in de voordelen die de relatie de vrouw biedt. Een vrouw die alleen per brief, telefoon of door de tralies met haar man communiceert kan niet door hem worden geslagen. Gilboa komt tot de vlotte conclusie dat “vrouwen die een voorgeschiedenis hebben van geestelijke, seksuele of lichamelijk mishandeling door mannen, veiligheid zoeken in hun relatie met mannen achter tralies”.

De Britse psychiater dr. Glenn Wilson grijpt terug op de evolutietheorie die vrouwtjes aanraadt op een sterke vent te vallen. Bij Wilson wordt de gedetineerde een superman, geïsoleerd van de samenleveing en behept met een hoge dosis testosteron.

Kortom, de wetenschap weet het niet. Er zijn tal van theorieën in omloop, zegt forensisch psycholoog dr. Frans Koenraadt: “Het is denkbaar dat vrouwen die zelf ooit een nare ervaring hadden met justitie identificatie zoeken met mede-slachtoffers. Anderen denken dat het vooral om vrouwen gaat die naar een soort redders- of verlossers-status streven. Zij zien zich als de goede vrouw wier liefde de slechte man zal redden.”

Koenraadt is verbonden aan het Utrechtse Pieter Baancentrum, het psychiatrisch onderzoeksinsttuut van Justitie. Als psycholoog rapporteert hij geregeld aan de rechtbank over gedetineerden. “Bij sommige vrouwen is er”, denkt hij, “sprake van een solidarisering met gevangenen.” Koenraadt ziet datzelfde soms gebeuren met rechtenstudenten die in contact komen met gevangenen. “Je merkt dan dat ze, geïmponeerd door de gang van zaken in een gevangenis, zo'n gedetineerde zielig gaan vinden. Koenraadt waarschuwt echter voor overdrijving: “Het is heus niet zo dat dagelijks zakken fanmail de gevangenissen worden binnengesleept.”

De Nederlander Bart Stapert, die in de VS als advocaat werkt, en mannen 'on death row' verdedigt, weet als geen ander weet hoe penvriendinnen het leven van een gedetineerde beïnvloeden. Hij heeft gemengde gevoelens over vrouwen die een correspondentierelatie met een gevangene laten uitlopen op een romantisch contact.

“Je hebt zo veel verschillende mensen met zo veel verschillende motieven. Veel correspondenten beginnen te schrijven om iets tegen de doodstraf te doen. Daar zit ook normale nieuwsgierigheid bij. Wij kennen de doodstraf niet, het is ver van ons bed. Hier heb je opeens een kans om in direct contact te komen met een 'slachtoffer'. Met mensen die om deze redenen een correspondentie aangaan heb ik geen enkel probleem. Integendeel. De meeste ter dood veroordeelden zijn door de buitenwereld afgestoten; familie heeft zich soms uit schaamte afgewend. Ik ken gevallen van mensen die meer dan acht jaar lang geen enkel menselijk contact hebben gehad met de buitenwereld. Geen post, niemand om te bellen, geen bezoekers. Natuurlijk is een vriendelijke brief van iemand aan de andere kant van de wereld dan meer dan welkom. Wanneer je vastzit in een systeem dat erop is gericht je menselijkheid te ontkennen, is zo'n signaal van groot belang.”

Maar er is ook de andere kant, zegt Stapert. “Ik hoop dat het de uitzonderingen zijn, de mensen die doorschieten, die van de ter dood veroordeelde een soort heilige maken. Overigens is dit iets dat niet alleen correspondenten doen. Zelfs advocaten hebben in mijn ogen soms die neiging en misschien ik zelf ook wel. Hoe ver ga je in het bevestigen van de menselijkheid van een ter dood veroordeelde? Ga je daarin zo ver dat ook moord gewoon menselijk wordt? Sommigen geloven letterlijk alles wat hun gevangene hen vertelt, inclusief dat hij onschuldig is.”

“In deze groep zitten ook de mensen die hun eigen identiteit ontlenen aan de veroordeelde. Hun leven wordt als het ware overgenomen door de gedetineerde, de correspondentie is het belangrijkste of soms zelf het enige in hun leven. Elk woord wordt voor waar genomen, elke subtiliteit van zijn gevoelens wordt uitvoerig beschreven en geanalyseerd. En, er ontstaat een soort bezitterigheid: dit is 'mijn' ter dood veroordeelde, ik ben de enige of in ieder geval de belangrijkste persoon in z'n leven. Ik ben zijn enige hoop.”

Stapert was begin jaren negentig nauw betrokken bij de verdediging van een ter dood veroordeelde in Pennsylvania, Ronnie Hoke. “Ronnie had per brief contact met een vrouw die ik maar even Ruth zal noemen. Voordat zij met hem ging schrijven, schreef Ronnie met zeker tien vrouwen, in Zwitserland, Engeland, Nederland, Frankrijk en de VS. Ter dood veroordeelden hebben alle tijd van de wereld - in de meeste staten zitten ze 23 van de 24 uur in hun cel - dus schrijven is relatief gemakkelijk. Ruth was een ongelukkig getrouwde vrouw uit Engeland en zij begon steeds meer te vragen over Ronnie's andere penvriendinnen. Langzaam maar zeker groeide dit uit tot een jaloezie. Op een bepaald moment schreef ze dat als Ronnie met haar 'verder' wilde hij de correspondentie met de anderen moest afbreken. Dat heeft hij gedaan. In het laatste jaar voor zijn executie schreef hij alleen nog met haar. Zij bleef hem weliswaar tot aan zijn executie bijstaan, maar die bezitterigheid, dat manipuleren, heb ik haar erg kwalijk genomen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden