Een tasje van Escada, een pruik en koosjere sushi

Een fundamentalist was ooit een Amerikaanse protestant die zijn geloofsfundamenten veilig wilde stellen. Precies honderd jaar later gaat Trouw op zoek naar sporen van hedendaags fundamentalisme in de wereldreligies. Vandaag deel 6: Joods fundamentalisme.

Ze groeide op in New York, in een liberaal joods gezin. Inmiddels is Judith Frishman hoogleraar Jodendom aan de Universiteit Leiden en woont ze al jaren aan de Amsterdamse grachten. Ze woont er met haar man, rabbijn en conservator van het Joods Historisch Museum. Hun modern ingerichte huis ademt kunst en jodendom, getuige de magistrale collectie boeken en (kunst)voorwerpen. Van de twee gescheiden koosjere keukens voor melkproducten en vlees, wordt er maar een gebruikt, want ze eten vegetarisch. „Ik heb een koosjere huishouding, maar mijn visie op zaken is liberaal”, zegt Frishman (1953). „Bijvoorbeeld over de positie van vrouwen. De halacha, de joodse wet, is mijn uitgangspunt, maar heeft niet het laatste woord.”

Wat is joods fundamentalisme?

„Het jodendom heeft een antifundamentalistische inslag, omdat er altijd ruimte was voor diverse interpretaties van de leer. Alle meningsverschillen en debatten over de Thora zijn tussen de vierde en zesde eeuw vastgelegd in de Talmoed. Te stellen dat iets de enige interpretatie of hét fundament is, tast dus de kern van het jodendom aan. De meeste wetenschappers spreken daarom niet van joods fundamentalisme, maar van radicalisme.”

In de negentiende eeuw keerde een groep behoudende joden zich af van alles wat modern is; een volstrekt nieuwe koers. Frishman legt uit: „Door de emancipatie van joden groeide hun persoonlijke autonomie. In Nederland kregen joden bijvoorbeeld in 1796 burgerlijke gelijkstelling, in 1919 kregen alle Nederlandse vrouwen kiesrecht. De macht en autoriteit van de rabbijnen namen af. Joden pasten zich meer aan de moderne tijd aan, gingen meer om met niet-joden en hielden zich minder aan de sabbat. Ze gingen reizen en werken op deze rustdag. Rabbijnen vreesden hun gemeente te verliezen. In Hamburg ontstond onder leiding van leken de eerste liberale gemeente met een moderner gebedenboek en kortere diensten. Later zaten de vrouwen daar niet meer apart van de mannen.

Een andere reactie was te proberen de moderniteit zoveel mogelijk buiten te houden, met als belangrijkste vertegenwoordiger rabbijn Moses Schreiber (1762- 1839), ook bekend als Chatam Sofer. Van hem moesten joden zich van niet-joden onderscheiden. Mannen mochten bijvoorbeeld geen das meer dragen. Dat is heel interessant, want kleding was voor joden tot dan toe niet erg belangrijk. Vrouwen bedekten wel hun haar, maar dat deden bijna alle vrouwen. Schreiber zette zich ook af tegen het gebruik van de landstaal in het gebed, ook al is dat halachisch toegestaan. Hij beriep zich – heel ongebruikelijk – op de mystieke waarde van het Hebreeuws die gemeenschapsverbindend zou werken. Hij wilde minder autonomie.”

Slikten mensen dat, het inleveren van hun verkregen autonomie?

„Ja, maar die mensen zijn nu vooral te vinden onder de ultra-orthodoxen, in Amerika en Israel. Ongeveer 70 procent van alle joden is nergens bij aangesloten. Van de overigen behoort minder dan twintig procent tot het grote scala van orthodoxe groeperingen. De ultra-orthodoxen zijn het meest gesegregeerd, omdat ze het over veel oneens zijn.

Ze waken tegen de dreiging van buitenaf, zijn tegen verwatering van normen en waarden en hebben een eenduidige visie op de geloofsleer. Er wordt spottend over hen gezegd dat ze elke dag iets strenger leven dan de vorige dag. Religieuze handelingen bepalen hun dag.

In Nederland droegen mannen voor de oorlog zelden een keppeltje buitenshuis en dronken joden gewone melk, maar het aantal keppeltjes op straat neemt toe en sommigen drinken alleen koosjere melk. Zij zien zichzelf als authentiek joods en betwisten de status van iemand die naar hun maatstaven niet joods leeft. Ze wonen deels in hun eigen wereld, maar maken ook gebruik van de moderne tijd.

Ik ken in New York een joods winkelcentrum met een koosjere wijnwinkel met een enorm assortiment. Met bar mitswa (volwassenheidsritueel voor dertienjarige jongens) eten deze joden koosjere sushi. De vrouwen dragen tasjes van Louis Vuitton en Escada, maar ook een pruik of hoed en lange rokken. Iedereen vindt dat normaal.”

In hoeverre bestaat er ultra-orthodoxie in Nederland?

„Nederland heeft niet zo’n geschiedenis als Duitsland waar radicale hervormingen ontstonden en waarop intellectuele orthodoxen reageerden. Daar heb je een grote, diverse groep joden voor nodig. De joodse populatie is daar in Nederland te klein voor, nu tussen de 30.000 en 45.000. Ook ontbrak hier groot leiderschap van rabbijnen. Chassidiem (ultra-orthodoxe joden) uit Oost-Europa hebben we hier nauwelijks. Het Nederlandse jodendom is een gematigd jodendom. Ook de meest orthodoxe joden zijn gericht op integratie, hebben nooit een zuil opgericht.

Daarom vallen die paar uitgesproken types meteen op. Zoals Gidi Markuszower (ex-kandidaat voor de PVV en ex-bestuurslid van de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge in Amsterdam, red.). Hij wilde joden met kritiek op Israël uit de joodse gemeenschap zetten en uitte dreigementen. Dat vind ik een heel radicaal iemand. Er is maar een heel klein groepje joden dat Geert Wilders steunt, omdat hij op zou komen voor Israël. Zij voelen zich bedreigd in Nederland door antisemitisme. De overgrote meerderheid van de joden zou nooit op Wilders stemmen. Zijn opvatting om bevolkingsgroepen uit te sluiten of te deporteren doet hen te veel denken aan hun geschiedenis in de Tweede Wereldoorlog.”

Joods radicalisme zie je dus vooral in landen met veel en een grote verscheidenheid aan joden, vooral in de staat Israël. Hoe is radicalisme daar ontstaan?

„Ver voor de oprichting van de staat Israël in 1948 kwam Rav Abraham Isaac Kook (1865-1935) uit Litouwen als eerste met een radicaal geluid. Hij geloofde dat de komst van de Messias nabij was en dat je God daarbij een handje moest helpen. Hij riep alle joden op om terug te keren naar Zion en het land klaar te maken voor de Messias. Zijn invloed was klein. De meeste zionisten, zoals Ben Goerion, waren niet eens religieus.

De meeste joden wilden naar Israël in navolging van zionist Theodor Herzl, die vond dat een eigen natie voor joden het enige antwoord was op het antisemitisme. Een groep joden die al voor 1948 in Palestina woonde én de meeste ultra-orthodoxen vonden dat een terugkeer naar Zion in Gods handen lag en dat menselijk ingrijpen verboden was. Daaruit ontstonden radicale groepen die de staat Israël niet erkenden: de Aguda Yisrael en de Neturei Karta. De overgrote meerderheid van de Aguda heeft Israël geaccepteerd omdat de staat nu de realiteit is. De Neturei Karta wijst de staat nog af, maar dat is een kleine minderheid.”

Hoe groot is het gevaar van joods radicalisme in Israël?

„De groep orthodoxen die alle bezette gebieden wil verjoodsen én de groep die de staat Israel niet erkent, vind ik zeer radicaal. Na 1967 zie je geweld van ultra-orthodoxen – ook van seculieren – die in de bezette gebieden wonen en Palestijnen eruit willen hebben. Dat is voor veel joden shockerend, ook voor mij. Je ziet kolonisten op de Westoever die met het gebedenboek in de ene en het geweer in de andere hand het land Israël zo terugwillen als in de Bijbel zou zijn beschreven. Je vraagt je af of dit is wat Gods belofte inhield.

Ik vind het gevaarlijk voor de toekomst van Israël dat de kloof tussen orthodoxen en niet-orthodoxen groeit. Veel intellectuele, linkse, niet-religieuze joden verhuizen van Jeruzalem naar Tel Aviv of Haifa waar de winkels en restaurants wél open zijn op sabbat. Daardoor wordt Jeruzalem een bolwerk van ultraorthodoxen en orthodoxen die bijvoorbeeld wegversperringen neerzetten om rijdende privéauto’s op de sabbat tegen te houden.

Het sterkste is joodse kritiek op wat er gaande is in Israël. Zo is het goed dat er elke dag een groep joden protesteert tegen de uitzetting van Palestijnen en dat de media dat verslaan. Het is belangrijk dat in Jeruzalem mensen met andere meningen komen wonen. Mensen zeggen daarom tegen mij: ’Kom hier maar wonen’.”

En wat zegt u dan?

„Het leven in Israël is vol spanning en ik meen dat ik meer bij kan dragen vanuit Nederland, in dialoog met mijn studenten en aanhangers van andere geloven, dan in Israël.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden