Een taaie cultuur van vrouwenhaat

Een Indiase protesteert tegen geweld tegen vrouwen Beeld afp

Jyoti Singh Pandey werd verkracht, Malala Yousafzai neergeschoten. De één in hindoeïstisch India, de ander in islamitisch Pakistan. De landen hebben een diepgewortelde vrouwenonderdrukking gemeen. Waar komt die toch vandaan?

Op 16 december 2012 werd een 23-jarige studente uit New Delhi het slachtoffer van een gruwelijk misdrijf dat binnen en buiten India hevige emoties opriep. Jyoti Singh Pandey werd na een bezoek aan de bioscoop door zes mannen verkracht en gepenetreerd met een ijzeren staaf. De mannen lieten haar meer dood dan levend achter langs de kant van de weg met haar ingewanden all over the place. Jyoti overleed aan haar verwondingen op 29 december.

Obsceniteit
Begin januari werd bekend dat de 15-jarige Malala Yousafzai het ziekenhuis in Birmingham mocht verlaten. Dit Pakistaanse meisje kreeg daar specialistische hulp nadat ze vorig jaar oktober in de Swatvallei in haar hoofd werd geschoten door Taliban-strijders. Malala, die op het moment van de aanslag op weg was van school naar huis, werpt zich al sinds haar elfde op als voorvechtster van onderwijs voor meisjes. Voor militante islamisten een regelrechte 'obsceniteit' en dus reden om haar uit de weg te willen ruimen.

Net als de groepsverkrachting van Jyoti Singh Pandey leidde de aanslag op Malala Yousafzai nationaal en internationaal tot een stroom van protesten, petities en persverslagen met woorden als keerpunt, doorbraak, omslag, kentering en kantelmoment. Jyoti en Malala worden opgevoerd als heldinnen die de geschiedenis van hun land bedoeld of onbedoeld een onomkeerbare wending geven: agents of change, die de situatie van vrouwen in India en Pakistan in de nabije toekomst verbeteren.

Dat is een heel aantrekkelijk beeld. Maar het geweld tegen vrouwen in India en Pakistan laat zich niet zomaar oplossen.

Op het eerste gezicht hebben Jyoti Singh Pandey en Malala Yousafzai weinig met elkaar gemeen. Jyoti was een anonieme jonge hindoevrouw die op het punt stond een studie fysiotherapie af te ronden, Malala is een moslimmeisje dat in de belangstelling kwam te staan doordat ze in 2009 een blog bijhield voor de BBC. Daarin schreef ze over de situatie in de Swatvallei, waar de taliban de macht hadden overgenomen. Onderwijs voor meisjes werd in de ban gedaan, scholen werden gesloten of verwoest. In het blog is te lezen hoe Malala toch naar school gaat. Om niet te veel op te vallen heeft ze haar schooluniform thuis gelaten, zich niet realiserend dat haar kleurige kledij er in de ogen van de machthebbers ook niet mee doorkan.

Ondenkbaar
In buurland India is die situatie ondenkbaar. Een Indiaas meisje krijgt geen kogel door haar kop omdat ze recht op onderwijs opeist. Met name voor de opkomende middenklasse is scholing juist het middel bij uitstek om de sociale ladder te beklimmen. Ouders getroosten zich enorme financiële offers om hun kroost vooruit te helpen. De druk om goede schoolprestaties te leveren is zelfs zo groot dat er her en der kritische geluiden opklinken. Het aantal zelfmoorden onder studenten is de laatste tijd explosief gestegen. Vorig jaar werd bekend dat zelfmoord de tweede doodsoorzaak onder hoogopgeleide jongeren is. Om excessen te voorkomen is het dus raadzaam om de studieboeken af en toe van tafel te vegen.

Het verhaal van Jyoti Singh Pandey past naadloos in het patroon van de zich emanciperende middenklasse. Jyoti's ouders kwamen dertig jaar geleden van het platteland naar New Delhi, op zoek naar een beter leven. Vader Singh Pandey nam het ene slecht betaalde baantje na het andere aan maar zag desondanks kans om vooruit te komen. Om de opleiding van zijn enige dochter en haar twee jongere broers te bekostigen, had hij in zijn dorp een stuk land verkocht.

Jyoti zelf droeg een steentje bij door naast haar studie in een call center te werken. Ze had graag een Samsung smartphone willen hebben. En misschien een Audi. Later.

Girl next door
Jyoti is de girl next door die het nieuwe India representeert. Er is niks mis met haar, wat voor een deel de enorme woede verklaart die losbarstte na haar verkrachting en ontijdige dood. Toch bevat haar geschiedenis een element dat binnen de Indiase cultuur niet onomstreden is: Jyoti was naar de bioscoop geweest met een vriend. Een jonge vrouw die zich 's avonds op straat begeeft in gezelschap van een man die noch haar broer noch haar echtgenoot is, wordt al snel het doelwit van roddel en achterklap. Een vrouwenreputatie is in India zo verknald. Een hoer worden genoemd is net zo rampzalig als een hoer zijn. En vrouwen wringen zich in de gekste bochten om dat te voorkomen.

In de tijd dat ik in Varanasi (Uttar Pradesh) onderzoek deed naar de relatie tussen vrouwen en hindoegodinnen liet mijn tolk Seema - net als Jyoti jong, ongetrouwd en afkomstig uit de lagere middenklasse - zich steevast ophalen door haar broer als het weer eens laat was geworden. Niet dat ze nou zo dringend een escorte nodig had, maar de buren mochten onder geen beding merken dat ze in de avonduren alleen over straat ging. Ze zouden er eens iets van kunnen zeggen!

 
Een vrouwenreputatie is in India zo verknald. Een hoer worden genoemd is net zo rampzalig als een hoer zijn. En vrouwen wringen zich in de gekste bochten om dat te voorkomen.
Protesten in Mumbai na een nieuwe groepsverkrachting van een jonge vrouw Beeld reuters

Seksualiteit onderdrukt
Met name in het noorden van India heerst een conservatieve, patriarchale cultuur waarin seksualiteit onderdrukt wordt en het vrouwelijk lichaam een voorwerp van minachting is. Dat is in de hindoetraditie ook wel eens anders geweest. De monnik die ergens tussen de tweede en de vierde eeuw na Christus de Kama Sutra op schrift stelde, beschouwde de kunst van de lichamelijke liefde als een bijna religieuze aangelegenheid.

Ook in de periode daarna is de relatie tussen seksualiteit en sacraliteit in filosofische geschriften, schilderkunst, beeldhouwwerken, gedichten en literatuur vaak levensgroot aanwezig. De erotische kunst die is aangebracht op de tempels in het plaatsje Khajuraho, gebouwd rond de tiende eeuw na Christus, is daar het meest spectaculaire voorbeeld van: nooit zijn stenen lichamen zo zacht, zo wulps, zo teder geweest.

Het seksuele is in de loop der tijd in de taboesfeer beland door de opkomst van een meer orthodox hindoeïsme dat zwaar leunt op de tegenstelling tussen zuiver en onzuiver. Het ascetisch ideaal, al in de tweede eeuw voor Christus uitgewerkt door de filosoof Patanjali, is daarbij van grote invloed geweest. Patanjali baseerde zijn leer op de tegenstelling van purusha (ziel) en prakriti (materie), waarbij prakriti gelijk wordt gesteld aan het vrouwelijke. Het lijden ontstaat door identificatie met de materie of het lichamelijke zijn, waar ook het denken toe behoort. De asceet legt zich toe op de bevrijding daarvan door zichzelf te verwerkelijken als ongebonden, zuivere ziel. Vasten, seksuele onthouding en meditatie - respectievelijk bedoeld om de eetlust, het libido en het denken te ontstijgen - zijn belangrijke middelen om dit doel te bereiken.

In de eeuwen die volgden, zouden vrouwen steeds meer vereenzelvigd worden met seksualiteit en andere lichamelijke genoegens die de mannelijke asceet juist moet weerstaan om een reine ziel te kunnen worden. Het is de vraag of Patanjali het zo bedoeld heeft, maar zijn filosofie sloot naderhand prachtig aan bij de tendens om vrouwen als onzuiver te bestempelen en naar de marges van het religieuze en maatschappelijke domein te verwijzen.

Sekstempels
Die situatie wordt nog een slag ingewikkelder door de komst van de moslims. Van 1528 tot 1858 werd het Indiase subcontinent overheerst door de Mogols, moslimkeizers die hun wortels in Centraal-Azië hadden. Tijdens hun regeerperiode beleefden poëzie, schilderkunst en architectuur - denk aan de Taj Mahal - een grote bloei, maar het vrouwelijk lichaam raakte steeds verder in diskrediet. Eerwraak en gezichtsbedekking deden hun intrede in de hindoecultuur, de vijandige houding ten aanzien van seksualiteit nam toe. Tegen de tijd dat de rol van de Mogols was uitgespeeld, stonden de Britten al klaar om het over te nemen. En die waren met hun Victoriaanse moraal net zo geschokt door de sekstempels in Khajuraho als hun islamitische voorgangers.

Het lijkt een universele wet te zijn: waar seksualiteit wordt onderdrukt, worden vrouwen en vrouwelijkheid onderdrukt. India en Pakistan vormden tot 1947 één gebied waar hindoeïsme en islam in elkaar overliepen. Daarmee hebben Jyoti en Malala in zekere zin een gedeeld verleden, ze zitten opgescheept met een culturele erfenis die hun verhalen op een dieper niveau met elkaar verbindt. Wat Jyoti Singh Pandey en vele andere Indiase vrouwen is overkomen, gebeurt ook in Pakistan.

In 1947 werd Brits-Indië langs religieuze scheidslijnen opgesplitst in een islamitisch en een hindoeïstisch deel. Mahatma Gandhi, de spirituele leider die India op geweldloze wijze naar onafhankelijkheid had willen leiden, was daar fel op tegen. "Mijn hele ziel komt in opstand bij de gedachte dat hindoeïsme en islam twee tegengestelde culturen en geloofssystemen zijn", verklaarde de Mahatma. Wat hem betreft was de opdeling van India en Pakistan niet meer of minder dan een ontkenning van God zelf.

En daar kreeg hij in zekere zin gelijk in. Tijdens de slachtpartijen die op de Partition volgden, kwam een half miljoen mensen om het leven en raakten zo'n tien miljoen mensen ontheemd. Moslims die op Indiaas grondgebied woonden namen de wijk naar Pakistan, Pakistaanse hindoes vluchtten in allerijl naar India. Daarmee kwam de gezamenlijke geschiedenis van de twee landen tot een abrupt einde.

Mahatma Gandhi
Saillant detail is dat Mahatma Gandhi een verband veronderstelde tussen het gewelddadige karakter van de opdeling en zijn eigen, celibataire levenswijze. Gandhi was sinds jaar en dag een radicale en zeer fanatieke exponent van het ascetisch ideaal. Seks was in zijn ogen een gevaarlijke verspilling van energie. Een nachtelijke zaadlozing beleefde hij als een persoonlijk falen dat hem vervulde met een immens gevoel van schuld.

Volgens Sudhir Kakar, de vader van de Indiase psychoanalyse, was Gandhi ervan overtuigd dat de gewelddadigheden van 1947 te wijten waren aan zijn gemankeerde celibaat: hij was er niet in geslaagd zijn seksualiteit volledig uit te bannen. Of Gandhi zich ook verantwoordelijk voelde voor het seksueel geweld dat met de opdeling gepaard ging - naar schatting werden 75.000 tot 100.000 moslim- en hindoevrouwen ontvoerd en verkracht - vermeldt het verhaal niet. Volgens sommige Gandhi-kenners ging de Mahatma ervan uit dat een vrouw haar verkrachting zelf in de hand heeft.

Dat deed de advocaat van enkele verdachten van het fatale geweld tegen Jyoti zeker. Hij merkte fijntjes op dat het slachtoffer er zelf schuld aan had gehad; hij had nog nooit gehoord van een 'respectabele vrouw' die verkracht was. En het Indiase nieuwsagentschap Tehelka onthulde vorig jaar dat hoge politieofficieren beweerden dat alleen vrouwen die erom vroegen met verkrachting te maken kregen.

Een andere wind
Toch lijkt er anno 2013 een andere wind in India te gaan waaien. Na de dood van Jyoti Singh Pandey riep de Indiase overheid, die verder toch niet bekend staat om haar efficiëntie, binnen een paar dagen een aantal snelrechtbanken in het leven, speciaal bedoeld voor de behandeling van geweldszaken tegen vrouwen. De advocaten die verbonden zijn aan het hof waar de verkrachters van Jyoti berecht worden, hebben vervolgens en masse geweigerd om de verdachten bij te staan.

Dat is in India zegge en schrijve één keer eerder gebeurd: bij de berechting van het Pakistaanse zelfmoordcommando dat in 2008 als enige de grootscheepse aanslagen in Mumbai overleefde. Dit betekent dat de verkrachting van Jyoti net zo zwaar wordt opgevat als islamitisch terrorisme. De zaak van Jyoti Singh Pandey heeft ontegenzeglijk iets in gang gezet in India.

Maar in Pakistan blijft, ondanks de bijval voor Malala, de positie van vrouwen en meisjes uiterst kwetsbaar. Zolang de Pakistaanse overheid er niet in slaagt om het geweld van de taliban en andere extreme moslimgroeperingen uit te bannen, is er geen uitzicht op wezenlijke veranderingen, en zullen de toegezegde onderwijshervormingen op z'n best ergens halverwege stranden. Dat Malala genomineerd is voor de Nobelprijs voor de Vrede doet daar niets aan af. Het is dus zaak om de problematische - en zeer ingewikkelde - verhouding met Afghanistan te reguleren, maar ook het netwerk van madrassa's moet worden aangepakt. Deze streng islamitische opleidingsinstituten fungeren al decennia als voedingsbodem voor een militante islam. Het heeft weinig zin om voor meisjesonderwijs te pleiten als jongens in de tussentijd radicaliseren. Malala zit vooralsnog gevangen in een vicieuze cirkel.

Ook in India is het leed nog lang niet geleden. Het patriarchaat roert zich. In een van de noordelijke deelstaten is een verbod voor vrouwen afgekondigd om na zessen te werken; de politie in New Delhi weet niets beters te verzinnen dan meisjes te adviseren zoveel mogelijk thuis te blijven. Zo wordt de pas verworven vrijheid van vrouwen meteen weer ingeperkt.

Volgens mijn vriendin Smriti gedragen de mannen die de straten van Varanasi bevolken zich nog opdringeriger en zelfverzekerder dan ze al deden. Meer dan om haar eigen veiligheid - Smriti werkt in de avonduren buitenshuis - maakt ze zich zorgen om de veiligheid van haar 17-jarige dochter. De nalatenschap van Gandhi is hoogst actueel.

'Ze vraagt er zelf om'
'Verontrustend gebruikelijk' noemde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch seksueel misbruik van kinderen in India deze maand. Het komt alarmerend vaak voor in huiselijke kring, maar ook op scholen en in weeshuizen.

Onder druk van het massale protest tegen vrouwenverkrachting heeft India deze maand zijn wetgeving tegen seksueel geweld aangescherpt. Toch is de hoofdredacteur van persbureau Tehelka, Shoma Chaudhury, niet heel optimistisch: "De harde waarheid is dat verkrachting geen uitzondering is, maar welig tiert, door een houding die in ons brein verankerd zit. Het is de Indiase cultuur die verkrachting sanctioneert, een denken dat in alle lagen van de bevolking aanwezig is: geweld tegen vrouwen wordt altijd in verband gebracht met hun eigen verantwoordelijkheid. Had ze zich maar beter moeten kleden, voorzichtiger moeten wezen, en zuiverder van karakter. Ze heeft erom gevraagd."

 
Seks was in de ogen van Gandhi een gevaarlijke verspilling van energie. Een nachtelijke zaadlozing beleefde hij als een persoonlijk falen dat hem vervulde met een immens gevoel van schuld.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden