'EEN STUKJE MET GOD ERIN' - U KUNT NU NOG AFHAKEN

Filosofie Magazine (033-465 5431), maart, ¿ 10,50. Savante (030-231 9844), winter 1995, ¿ 7,50. The New Yorker, 26/2 en 4/3, ¿ 12.

JAAP DE BERG

Het eerste periodiek haalt, onder het motto 'denken in godsnaam', het thema 'ratio en geloof' van stal. Het tweede werpt zich op de maagdom van Maria. The New Yorker ruimt in een vrouwennummer vijf pagina's in voor de Maria van het post-christelijk feminisme, Mary Daly. En in NRC-Handelsblad liet J. L. Heldring dezer dagen weten dat hij God als een noodzakelijke hypothese beschouwt.

De column met deze openbaring heette 'Een stukje met God erin'. De kop was bedoeld als waarschuwing, “zodat iedereen die niets van zulke stukjes moet hebben, kan afhaken”. Blijkbaar is God nog niet overal welkom als onderwerp van beschaafde conversatie. Wat Heldring deed, heeft iets weg van de manier waarop de Britse overheid in de vorige eeuw de automobiel bejegende. Voor dit riskante voertuig moest altijd een man met een rode vlag lopen. Deze bepaling werd in 1896 afgeschaft.

OOK ZEUS, KRISHNA, VISHNU OF DE OERKOE ADHUMBLA

Een paar stappen verder dan Heldring met zijn noodzakelijke hypothese gaat de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga. Ger Groot interviewde hem voor Filosofie Magazine (FM). In een van zijn boeken moderniseerde Plantinga het godsbewijs van aartsbisschop Anselmus van Canterbury (1033-1109). Een kernpunt van diens bewijsvoering was, dat een mens wel mòet denken dat absolute volmaaktheid bestaat, omdat niet-bestaan onvolmaaktheid insluit. Hoe Plantinga met deze argumentatie omgaat, legt FM niet uit, vermoedelijk omdat er wiskundige logica aan te pas komt.

Overigens geeft de Amerikaanse filosoof toe dat geredeneer op dit terrein maar van beperkte waarde is. “Als je een bepaalde geestelijke rijpheid hebt bereikt”, geloof je niet meer in God op basis van argumenten, maar op grond van een bepaald soort ervaringen. Elders in FM valt de Leidse hoogleraar Herman Philipse, auteur van een recent 'Atheïstisch manifest', deze stelling aan. Hij gaat ervan uit - maar verklaart niet waarom dat per se zou moeten of hoe dat zou kunnen - dat een mens andermans ervaringen even zwaar moet laten wegen als die van hemzelf. De een concludeert uit een godservaring dat de God van de bijbel bestaat; een ander, die ook een godservaring heeft, trekt dezelfde conclusie ten aanzien van Zeus, Krishna, Vishnu of de oerkoe Adhumbla. Als ze 'eerlijk zijn', zouden beiden volgens Philipse moeten vaststellen dat er kennelijk talloze goden bestaan.

Met een tweede gelovige denker die in FM geïnterviewd wordt, weet Philipse minder goed raad. Hilary Putnam, evenals Plantinga Amerikaan, is een praktiserende jood. Religie is voor hem 'een vorm van morele perfectie'. Ze heeft te maken met 'werken aan jezelf' (een term die Putnam niet gebruikt, maar die zijn bedoeling zo te zien wel weergeeft) en met 'het erkennen van zowel de mogelijkeid als de onmogelijkheid, jezelf te transformeren'.

Over vragen als 'bestaat er een God met die en die eigenschappen?' laat Putnam zich niet rechtstreeks uit. Wel wekt hij de indruk dat gelovigen en atheïsten zijns inziens langs elkaar heenpraten - en ook niet anders kunnen. Hij citeert Wittgenstein, die twee soorten van begrijpen onderscheidde. “De ene manier is: in staat zijn om een zin te vertalen in een andere zin met dezelfde betekenis. De andere manier is: kunnen uitleggen waarom op die plek geen enkel ander woord of geen enkele andere zin zou kunnen staan.”

De eerste manier is geschikt om - zo maak ik uit Putnams verhaal op - deze krant of de redeneringen van prof. Philipse te begrijpen. Maar een gedicht of een muziekstuk kan alleen op de tweede manier worden begrepen. En dat “is ook het soort van begrip dat van toepassing is op religie”. Aan deze uiteenzetting verbindt Philipse de slotsom dat Putnams religiositeit zich kennelijk niet leent voor een rationele discussie.

'ALLE WERELDGODSDIENSTEN ONGENEESLIJK PATRIARCHAAL'

In een wat overzichtelijker theologische gedachtenwisseling mengt zich Caroline Arps in het tijdschrift Savante. Zij toetst de gedachte als zou Maria driedubbel maagd zijn geweest - te weten: vóór de geboorte van Jezus, tijdens de bevalling en na de bevalling - aan bijbelse en andere zeer oude teksten. Voor wie niet warm kan lopen voor Arps' probleemstelling, is het stuk altijd nog onderhoudend. Zo citeert ze een spreker op een Nederlands congres over Maria's maagdelijkheid anno 1933, in wiens gedachtengang enige overeenkomst met Anselmus' godsbewijs valt op te merken. De man had het over fase twee van Maria's maagdelijkheid, de zg. virginitas in partu (tijdens de bevalling dus). Hij nam die als feit aan omdat Maria de meest volmaakte maagd moest zijn geweest die men zich denken kon, en bijgevolg in geen enkel opzicht kon of mocht achterstaan bij welke andere maagd ook.

Mary Daly rekent in The New Yorker niet alleen met deze spreker af, maar met iedere katholieke bespiegeling over Jezus' maagdelijke geboorte. Alle theorieën daaromtrent zijn voor haar 'een slap aftreksel en een omkering' van oeroude mythen waarin een godin geen zonen, maar dochters voortbracht. Voor het overige is haar artikel vooral autobiografisch. Het schetst hoe een katholiek meisje, dat verteerd werd door woede omdat ze geen misdienaar mocht wezen, zich ontwikkelde tot een expert in de middeleeuwse theologie en allengs tot het inzicht geraakte dat waanideeën over mannelijke superioriteit het wezen van het christendom uitmaken - en ook trouwens, schrijft ze, van alle andere wereldgodsdiensten en hun surrogaten, het marxisme en de leer van Freud inbegrepen.

Losjes samengevat: het zijn allemaal produkten van ongeneeslijke mannelijke zelfoverschatting. Voor de symbolen daarvan heeft Daly een scherper oog dan feministen die denken dat het christendom tweeduizend mannetjescultuur nog te boven kan komen door terug te keren tot het authentieke evangelie. Daarvoor ziet Daly te veel protserige fallussen om zich heen. Onder andere in de gedaante van kansels, zoals die gigantic phalluslike pulpit die zij in 1971 moest bestijgen, toen ze als eerste vrouw een zondagse preek mocht houden in een kerk van de universiteit van Harvard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden