Een strot van goud

Het laatste concert dat Luciano Pavarotti (69) in Nederland gaf vond plaats in 1997, op Koninginnedag, in de nog naar nieuwigheid geurende Amsterdam Arena. Het voorgekookte en ingeblikte gebeuren was een matte aangelegenheid waarvoor de Arena absoluut niet volstroomde en waarover de nationale pers slechts in fletse termen schreef. Toen al speculeerde Pavarotti over zijn afscheid en nu, acht jaar later, is hij daadwerkelijk met een wereld-afscheidstournee van 35 concerten bezig. Vorig jaar maart zette hij met drie 'Tosca'-optredens in New York al een punt achter zijn opera-loopbaan. Morgen doet hij het Rotterdamse Ahoy' aan (kaartjes kosten 125 euro) en de tournee stopt op 12 oktober van dit jaar, de dag dat Pavarotti 70 jaar hoopt te worden. Daarna gaat hij lesgeven.

Na Enrico Caruso (1873-1921) was Pavarotti in de vorige eeuw beslist de operatenor die de meeste media-aandacht op zich gericht wist, die de meeste liefhebbers aantrok, die het grootste enthousiasme genereerde, die het vaakst afzegde en die -zeker de eerste vijftien jaar van zijn carrière- het mooist denkbare geluid produceerde. Hij was jarenlang de geliefde operapartner van Joan Sutherland, met wie hij de lange lichaamslengte deelde, van Montserrat Caballé, met wie hij het exorbitante lichaamsgewicht deelde en van Mirella Freni, met wie hij in hun beider geboorteplaats Modena dezelfde min deelde -wat een wondermelk! Pavarotti debuteerde in Reggio Emilia op 29 april 1961 in 'La bohème'. De rol van Rodolfo in die opera zou zijn visitekaartje worden; hij maakte er in alle belangrijke operahuizen zijn debuut mee en nam de opera met Freni bij zijn platenmaatschappij Decca op onder leiding van Herbert von Karajan. In lyrische rollen als Rodolfo was Pavarotti ongeëvenaard en zijn grote doorbraak kwam in Donizetti's 'La fille du régiment', waar hij de negen hoge c's in de beruchte aria met het grootste gemak uit zijn strot toverde. Een strot van goud, die ook letterlijk goud waard was. Daarmee begonnen de problemen.

,,Luciano's zorgen om soldi, geld, verdrongen zijn aandacht voor andere zaken zoals het instuderen van muziek, of het leren van zijn rollen, of het vernieuwen van zijn repertoire dat hoegenaamd niet veranderde sinds hij met het geven van concerten begon. Wat er gebeurt als er dergelijke honoraria in beeld komen, is dat je gaat geloven dat je echt een heel bijzonder iemand bent. Je gaat je eigen publiciteit geloven. En je krijgt het gevoel dat als je werkelijk zó goed bent, je dan ook niet meer zo hard hoeft te werken.''

De kwalificatie staat in het boek 'The King & I' dat eind vorig jaar uitkwam. Het boek is geschreven door Herbert Breslin, voormalig manager van Luciano Pavarotti, en is niet geheel vrij van rancune. Breslin werd door Pavarotti aan de dijk gezet toen de Hongaar Tibor Rudas hogere honoraria voor de tenor kon regelen. Rudas was ook de bedenker van het 'The Three Tenors'-concept, dat inmiddels miljarden heeft opgeleverd. Maar Breslin is in zijn boek grootmoedig genoeg om toe te geven dat de stem van Pavarotti de mooiste is die hij ooit hoorde.

Het is een spagaat waarin ook serieuze musicografen terechtkomen als ze over het fenomeen Pavarotti willen schrijven. Je proeft de worsteling die ze hebben met de afschuw voor de dolgedraaide commercie rondom de stadion- en casino-optredens van big P en het toegeven aan hun bewondering voor zijn unieke geluid.

Veel meer dan zijn generatiegenoten Domingo en Carreras wordt alles wat met het product Pavarotti te maken heeft, breed uitgemeten in de internationale pers: zijn gewicht, zijn relaties, zijn afzeggingen, het feit dat hij geen noten zou kunnen lezen, zijn problemen met de belasting. Die aandacht en Pavarotti's openhartigheid over zijn grillen geven aan dat hij een echte media-superster à la Michael Jackson werd, een soort Italiaanse wacko Jacko: super bijgelovig, een grote zakdoek in de hand tegen de zenuwen en zich op het operatoneel bewegend van het ene verstopte bekertje water naar het andere.

Pavarotti mocht dan niet zo veelzijdig zijn als Plácido Domingo en niet zo dramatisch overtuigend als José Carreras, van de nu bijna uitgezongen generatie van de 'drie tenoren' had hij het allermooiste geluid. Daar veranderen matte, elektronisch versterkte stadion-optredens niets aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden