Een straatveger beweegt zich op de Albert Cuypmarkt anders dan in de chique Beethovenstraat

De regen daalt met bakken neer op de Docklands in Amsterdam-Noord. Het gekletter op het dak van de loods van de voormalige Nederlandse Dok- en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) wordt binnen overstemd door het geronk van vuilniswagens en veegkarretjes. In alle soorten en maten crossen ze in uitgemeten lijnen door de immense hangar.

De indrukwekkende afvalmachinerie wordt achternagezeten door zeven dansers van Dansgroep Krisztina de Châtel, die op hun beurt in een strenge choreografie worden klem gereden. Duwend en schoppend groeperen ze zich om vervolgens in fraaie dansconstellaties uit te waaieren. De atmosfeer in de loods raakt bezwangerd met een merkwaardig aroma van uitlaatgassen en de weeïg-zoete geur van vuilnis.

De dansers van choreografe Krisztina de Châtel zijn het inmiddels gewend dat ze op verrassende locaties worden geconfronteerd met niet voor de hand liggende omstandigheden en ’dans-vreemde’ medeperformers. Er werd geploeterd tegen orkaankrachtige windmakers in ’Typhoon’ (1986). In ’Ló’ (1997) werden met gedresseerde paarden in de duinen pas de deux aangegaan. En op een sportveld zijn stoere American Footballspelers uitgedaagd in de dansfilm ’Blindside Block’ (1998).

Daar worden nu ronkende veegkarretjes, denderende afvalverzamelaars, klepperende kliko’s en dertien robuuste vuilnismannen en straatvegers van de Afvalinzameling en Veegdienst Amsterdam Oud Zuid aan toegevoegd. De voorstelling ’Zooi’ is een voortzetting van De Châtels zoektocht naar samensmelting van ruimte, de haar zo typerende repetitieve dans en alledaagse werkelijkheid. Maar bovenal is deze Julidans- en Over het IJ-productie een ode aan de vuilnisman en zijn fysieke bewegingskwaliteiten.

„Prachtig hoe die grote mannen vuilniszakken vol sierlijke Schwung in de afvalwagen slingeren”, zegt Krisztina de Châtel. „Met die opvallende uniformen vormen ze zo’n vertrouwd onderdeel van het stadsgezicht.”

In haar werk zet De Châtel een vergrootglas op de wereld om ons heen. „Daar creëer ik dan alle ruimte voor, vaak letterlijk door op locatie te werken. Ik betrek de maatschappij in mijn werk, kijk verder dan een prachtig danserslichaam. Wat die vuilophalers doen is zó belangrijk en daarbij ontzettend fysiek. Het is niet niks om met afval te werken en toch zie je ze op straat nooit een lang gezicht trekken. In ’Zooi’ is het niet aan de orde dat ik ze ’mooi’ laat dansen, het gaat om hun eigen stoere verschijning en hoe ze met hun materieel omgaan.”

Ondanks het feit dat ze niet daadwerkelijk hoeven te dansen, was het nog niet zo simpel om vuilophalers voor ’Zooi’ te mobiliseren. Plannen om het groots aan te pakken met Stadsdeel Centrum liepen op niets uit. De leiding van Centrum was erg enthousiast en opperde een act tijdens Koninginnedag van 2004, een ’vuilnisdag’ pur sang waarop de Afvalinzameling zo’n twee ton afval moet zien te verwerken.

De Châtel: „Maar zodra we de mensen benaderden die daadwerkelijk op de straat werken, was de reactie ’geen sprake van, we zijn geen mietjes’. Ik ben met twee van mijn mooiste danseressen naar het stadhuis gegaan om een presentatie te geven. De grootste onwennigheid werd hierdoor weggenomen, het lukte de stadsdeelleiding echter niet om hun medewerkers te enthousiasmeren.”

Besloten werd ’Zooi’ uit te stellen en een kleiner Stadsdeel te benaderen. Dat werd de Afvalverzameling Oud Zuid, waar de leiding haar medewerkers wél voor ’Zooi’ wist te porren. „Het is een veel kleiner stadsdeel en een deel van hun wagenpark is ondergebracht in dezelfde straat waar wij onze studio hebben. Als ’buren’ hebben we de mannen heel rechtstreeks kunnen benaderen. Zo hebben we ze voor onze gezelschapsborrel uitgenodigd om te laten zien waar wij als dansgroep mee bezig zijn.”

In een scène uit ’Zooi’ stappen zeven vuilnismannen uit hun reinigingsmobiel. Opgesteld in een rechte lijn staan ze oog in oog met het publiek. Zeven totaal verschillende types in dezelfde karakteristieke fluorescerende oranjeblauwe uniformen van de Afvalinzameling Oud Zuid. De een groot en ferm met de armen over elkaar, een ander bonkig onwennig met de armen in zijn zij. Straatveger Roberto Giancola is een van hen, gehuld in opperste concentratie. Als de dansers zich om hem en zijn collega’s heen kronkelen, volgt hij op aanwijzing van De Châtel de bewegingen nauwlettend. Zijn arm wordt door een danseres gebruikt bij een afzet voor een halve draai; Giancola geeft haar een ’kontje’ voor een sprong in de lucht.

„De allerleukste scène”, vertelt Giancola later. „Alleen is het doodeng dat we van Krisztina het publiek recht aan moeten kijken. Straks zitten daar ook onze collega’s tussen!” De afgelopen periode kreeg hij voor elke repetitie twee uur ’van de baas’, de overige repetitie-uren waren eigen tijd. Geen enkel bezwaar voor Giancola die met ’Zooi’ voor het eerst op een bühne staat en dans alleen van televisie kent: „Het is geweldig dat Krisztina elementen uit ons werk tot iets heel moois weet te maken. Amsterdammers onderschatten hoe belangrijk ons vak is en vergeten dat wij ook maar gewoon mensen zijn. We worden steeds vaker agressief benaderd. Je moet dus wel veel van dit werk houden om het te kunnen uitoefenen, daarom is het zo bijzonder dat Krisztina ons vak op deze manier onder de aandacht brengt.”

Behalve de liefde voor het reinigingsvak, speelden ook persoonlijke beweegredenen een rol voor deelname. „Als straatveger ben je wat geïsoleerd. Je doet je route, komt steeds dezelfde mensen tegen. Ik vond het leuk me in een nieuwe wereld te begeven.”

Dat leverde het inzicht op dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen de wereld van de dans en die van de Afvalinzameling. Van een ’cultuurclash’ was in het repetitieproces dan ook geen sprake. Giancola: „Het was vanaf het begin hartstikke leuk en open. Mijn collega’s komen overal ter wereld vandaan, net als de dansers van Krisztina. In ben zelf van Italiaanse origine, maar er zijn ook Turken, Surinamers, Bosniërs; een mix van mensen die het prima met elkaar kunnen rooien, of het nou in dans is of in de reiniging. De dansers spelen hun rol voor het publiek, dat doen wij in ons werk ook. Als ik de Albert Cuypmarkt veeg, beweeg ik me anders dan in de chique Beethovenstraat.”

De regen stroomt na afloop van de repetitie nog steeds ongenadig van het dak. Danseres Swantje Schüuble staat met haar fiets aan de hand twijfelend door de loodsdeuren naar buiten te kijken. „Ik regel een lift voor je”, zegt Roberto Giancola. Zeker vier mannen melden zich om Swantje een slinger richting centrum Amsterdam te geven. „Dat bedoel ik nou”, roept Giancola. „Wat nou, ’cultuurclash’?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden