Een straat met twee getijden

WIM BOEVINK

De eerste april. De wreedste maand. In de ochtendvroegte is het nog volop winter; het eerste zonlicht op het berijpte schuurdak, mezen zijn als schichten in de kale hortensia in de weer. De jas moet hoog dichtgeritst als ik de binnenstad inrijd die nog stil is met het eerste personeel achter nog gesloten winkeldeuren.

Ik betreed de bibliotheek, andere habitués hebben hun plaatsen al ingenomen, in de koffiehoek sist hete lucht schuimend in de melk. De grote ronde tafel is vrij, zoals gewoonlijk, en ik spreid er Die Zeit op uit, een weekkrant met een formaat uit vervlogen tijden.

'Waar komt vertrouwen vandaan?' staat groot op de voorpagina gedrukt, eronder een verwijzing naar het wetenschapskatern. Het komt uit een hormoon, uit C45H66N12O12S2 opgebouwd, en bevat koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof en een beetje zwavel. Ze stoppen het gekoeld in bruine, glazen flesjes - je kan het in je neus sprayen.

Online is het te koop als Liquid Trust, het is ook goed voor de seks, denken ze. Zijn farmacologische naam is oxytocine. Duitsland is het centrum van het oxytocine-onderzoek. Het is ook het land met zelfvertrouwen.

De zon valt naar binnen en lokt naar buiten.

Daar is iets gebeurd.

Het klimaat is veranderd.

De pleinen en straten hebben zich met mensen gevuld, het roezemoest opgewonden tegen de gevels op en de terrassen stromen vol. Ik loop de boekhandel binnen, er liggen zeventien titels uitgestald van Martin Bril, de grote columnist.

Ze dragen rode prijsplakkers, waaroverheen weer witte zijn aangebracht. Op de witte staat 5 euro. Op de rode eronder 12,50. Ik koop de bundel 'Wat een man nodig heeft', drie jaar na zijn dood gedrukt, en vind op het zonnige, tegenover de boekhandel gelegen terras een stoel. Naast me is nog een vrije stoel, en ik leg mijn onderarm op de leuning, net op het moment dat het meisje aan de andere kant van de stoel hetzelfde heeft bedacht. De armen botsen even, we verontschuldigen ons beiden.

You brush against a stranger and you both apologize, zong Joni Mitchell.

Ach, Martin Bril. Zijn vulpen, zijn pak, zijn hemden en de strijk, zijn sokken, zijn velgen, zijn auto, stukjes over wijn en olie en Nibb-its, een volmaakt universum om een man met duidelijke voorkeuren.

Ik bestudeer met afgunst zijn techniek, dat Brilse parlando, je ziet gewoon hoe de ene zin de andere baart, als vanzelf en volkomen logisch, en je ziet ook waar de auteur even inhoudt en nadenkt om een wending aan te brengen. Daar is het hard werken. Het hoofd is even leeg gevloeid en moet zich weer vullen, zoals de Tesla's die ik aan hun blauwe kabels in parkeerhavens zie staan.

Voor me zit een meisje dat in dit nieuwe klimaat alleen nog een hemdje draagt, ik schat haar zeventien, achttien, je weet het niet. De zon op haar blote armen en schouders, hij vonkt op de kale schedel van een passant.

De winter heeft zich in de schaduwzijde van de straat teruggetrokken, maar hier vallen jassen open en botten bomen uit.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden