EEN STORM IN EEN BOLLEKE KONINCK

Zijn oordeel is hard en direct. Piet Piryns, voormalig hoofdredacteur van het Vlaamse dagblad De Morgen, windt er geen doekjes om. Zodra hij het programmaboek van 'Vertoog & Literatuur' onder ogen krijgt, waarvan het eerste exemplaar net van de pers is gerold, zegt hij: "Dit is een non-boek. Een relatiegeschenk. Duidelijk bedoeld om niet te lezen. Het boek heeft evenveel sex-appeal als mijn filofax. Stom."

HANNEKE WIJGH

Hij heeft gelijk. Sinds die middag sjouw ik met een onmogelijk boekwerk door Antwerpen, een cahier dat 'Over het interessante' heet. Het ziet er onappetijtelijk uit, nog afgezien van de goedkope spiraal die de pagina's samenbindt. Wat direct opvalt is het kloeke formaat, 38 bij 28 centimeter, en de dikke kartonnen voor- en achterkanten, waardoor het boekwerk nog eens ettelijke kilo's gewichtiger lijkt.

Toch is het jammer. Want het onderdeel 'Literatuur' springt er wel degelijk uit in het totaalaanbod van Antwerpen 93. Bart Verschaffel, de 36-jarige projectleider van 'Vertoog & Literatuur', heeft een goed onderbouwde keuze gemaakt voor kunst, voor echte kunst wel te verstaan. Verschaffel, in het dagelijkse leven filosoof en hoogleraar, heeft een hartgrondige hekel aan oppervlakkigheid. Hij houdt niet van praatprogramma's op radio en televisie, van literaire spektakels als Saint-Amour in Vlaanderen en de jaarlijkse Nacht van de Poezie in Utrecht, of het zoveelste interview met een schrijver in week- en dagbladen. Allemaal kermisgedoe, vindt hij.

Verschaffel wil terug naar het echte lezen, het langzaam genieten van een tekst, het woord voor woord proeven van een betoog. In de verantwoording bij 'Vertoog en Literatuur' schrijft Verschaffel: "Antwerpen is van oudsher een Stad van Boeken. In het bij elkaar brengen van uitgevers, schrijvers en geleerden ligt haar belangrijkste bijdrage aan de Europese cultuur. In dezelfde traditie kiest het programma-luik 'Vertoog & Literatuur' voor het boek, en voor datgene waar het boek voor staat: twijfel, afstandelijkheid, concentratie, verwoording, luciditeit."

Als patroonheilige van het project koos Verschaffel de Grieks-Egyptische god Harpocrates, die als god van de stilte met een bil tegen een boomstronk leunt, terwijl hij met zijn rechter wijsvinger tot zwijgen maant.

Het vereist moed om tegen de stroom in te zwemmen. Aan moed ontbreekt het niet bij Verschaffel, ondanks de wagonladingen kritiek die er sinds de presentatie van zijn plannen over hem is uitgestort. "Als je kiest, kies je ook automatisch tegen iets. Ik had geen evidente instemming verwacht, dat zou al te gemakkelijk zijn geweest, maar ik betreur de weerstand die in een vroeg stadium is georganiseerd. Het verwijt van Luc Coorevits of Tom Lanoye dat Antwerpen 93 niets met literatuur te maken heeft, heeft in de media massale bijval gekregen. Zelfs zo dat schrijvers als Paul de Wispelaere en Hugo Claus zich hebben teruggetrokken uit het cahierproject. Je kunt je tegen deze kritiek wel verweren, maar als het zuur eenmaal in de spieren zit krijg je het er niet meer uit."

Voor de zes cahiers die in september verschijnen, heeft Verschaffel een keur aan Europese zwaargewichten uitgenodigd, zoals de Hongaarse schrijver Gyorgy Konrad en de filosoof Rudolf Boehm uit Berlijn. In de cahiers komen thema's aan de orde als 'Lijn, grens, horizon', 'Woordeloosheid', Provincialismen - Ontworteling', 'Zoologie. Over (post)-moderne dieren', 'Orthodoxie (. . .) Applaus' en 'Restauraties. Vormen van herstel'. De thema's ogen tamelijk vaag en abstract, maar wie het programmaboek doorbladert, krijgt een vermoeden van kwaliteit en oorspronkelijkheid.

Voorafgaand aan de verschijning van de zes cahiers komt in het openingsweekend van Antwerpen 93 de eenmalige Franse vertaling uit van 'Bezette Stad' van Paul van Ostaijen. In mei gevolgd door 'Nouvelle Synthese d'Anvers', bestaande uit een film en een band met stadsgeluiden. In december tenslotte verschijnen nog eens twee bundels met kunstkritiek.

De vraag is: voor wie zijn al die mooie projecten bedoeld? Wie koopt straks deze cahiers? Wie gaat ze lezen? Is er in Vlaanderen (en Nederland) wel een publiek voor zoveel eruditie? Neem bijvoorbeeld het programmaboek dat opent met een dialoog van de Franse schrijver en filosoof Jean-Francois Lyotard over wat nu precies 'het interessante' is. Voor wie zich niet laat afschrikken door de lelijke letter en de brede bladspieggel zonder witregels, krijgt een geleerd debat voorgeschoteld tussen een 'hij' en een 'zij' waarin de hele Europese cultuur in redelijk begrijpelijke taal de revue passeert, al staan er ook echte hersenkrakers in als: "Tussen Narcissus en Narcissus valt interesse samen met esse."

Bart Verschaffel veegt de opmerking dat 'Vertoog & Literatuur' te elitair zou zijn, met een brede armzwaai van tafel. "Kunst, en zeker het essay, is nu eenmaal elitair. We hebben in Vlaanderen te maken met een minderheid die op een tamelijk intensieve manier met boeken bezig is. Een uitverkoren groep weliswaar, maar ook een bedreigde minderheid. Het is goed dat Antwerpen 93 voor deze lezers opkomt, er geld en middelen voor vrij maakt. Antwerpen 93 is een eigentijds kunstenfestival, waar niet het feest centraal staat, maar het werk. De opdracht is om iets met theater te doen, met muziek, met lezen en schrijven. Kunst is geen vrijetijdsbesteding. Kunst verschaft werk."

De term 'Vlaamse mafia' is niet door Bart Verschaffel bedacht, maar door de schrijver Guido Lauwaert. Die plakte de betiteling op een selecte groep dichters, schrijvers, critici en uitgevers, die elkaar de bal toespelen en lovend elkanders werk te bespreken in een van de Vlaamse periodieken, aldus zijn verwijt. Opperbaas van de 'Vlaamse mafia' is volgens Lauwaert de Antwerpse dichter en criticus Herman de Coninck, tot voor kort literair redacteur van De Morgen en nog altijd hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift. ( "Ik heb totaal geen macht, alleen de macht om slechte stukken te weigeren, van Guido Lauwaert bijvoorbeeld." )

Tot de groep behoort ook de 'ideoloog' Piet Piryns, tevens presentator van de Nacht van de Poezie, de dichters Benno Barnard en Eddy van Vliet, de schrijfster Kristien Hemmerechts (bovendien getrouwd met Herman de Coninck), de columnist Tom Lanoye, de uitgevers Leo de Haes (Houtekiet) en Rudy Vanschoonbeek (Dedalus) en zeker ook Luc Coorevits, de organisator van evenementen als Saint-Amour.

Coorevits is nog altijd gebeten op Antwerpen 93. Hij voelt zich geschoffeerd door de wijze waarop hij in een vroegtijdig stadium door de organisatie aan de kant is geschoven. "De keuze voor het essay houdt ook een afwijzing in van de dingen waar ik mee bezig ben: het promoten van schrijvers. De grote vraag is natuurlijk hoe je literatuur definieert. Als je literatuur terugbrengt tot filosofie, zijn de gevolgen duidelijk. Dan krijg je cahiers waarin over alles wordt gereflecteerd, behalve over literatuur. Eric Antonis, de intendant van Antwerpen 93, antwoordde op mijn kritiek dat de literaire sector zelf maar met initiatieven moest komen. Zoiets zeg je toch ook niet tegen museumdirecteuren of theatergroepen. Door de botte afwijzing van Antonis heb ik de Saint-Amour-lezingen van Harry Mulisch en Hugo Claus overal geprogrammeerd, behalve in Antwerpen. Ontzettend stom, want er zaten wel vierduizend mensen in de zaal."

Volgens Coorevits hadden zijn spektakels een waardevolle aanvulling kunnen zijn op de cahiers van Verschaffel, als het spreekwoordelijke toefje slagroom op de appeltaart. Maar het werd Coorevits al snel duidelijk dat de keuze voor autonome kunst elke vorm van samenwerking uitsloot. "Er is de facto zoveel charlatanerie, commercie, gezwets, middelmatigheid, en zoveel ijdele kunst die alleen maar van succes droomt" , schrijft Bart Verschaffel in het maartnummer van Archis, waarin hij het andermaal zijn keuze voor kunst verdedigt: "omdat een aantal houdingen en gevoeligheden die aan een democratische cultuur ten grondslag liggen maar nog nauwelijks zuurstof krijgen, daar een voorlopige, precaire beschutting (kunnen) vinden: kennisdorst, twijfel, het verdragen van niet-weten, het omgaan van onduidelijkheid en complexiteit, afstandelijkheid, persoonlijk inzicht en persoonlijk oordeel, creativiteit en verbeelding, vrij denken en vrij leven."

Hoewel Verschaffel niet expliciet naar het Vlaams Blok verwijst, laat zijn statement niets aan duidelijkheid te wensen over. Wie de democratie wil redden, geeft de kunst alle prioriteit, zegt Verschaffel in feite. Alleen dan ontstaat er een vrijplaats voor het denken waardoor rassenhaat, discriminatie en onderdrukking geen kans meer krijgen. Maar is een dergelijke softe benadering van het Vlaams Blok terecht? Moet het beest niet gewoon bij de naam worden genoemd, zonder al te veel filologische omzichtigheden?

De schrijfster Kristien Hemmerechts kan zich wel vinden in de afstandelijke benadering van Verschaffel. Zij is het ook niet eens met het verwijt dat Antwerpen 93 kortere metten had moeten maken met het Vlaams Blok. "Je moet oppassen dat je het Vlaams Blok niet in de rol van martelaar duwt. De kopstukken zijn onmiskenbare neo-nazi's, maar dat geldt niet voor alle kiezers die op 24 november 1991 massaal op het Vlaams Blok hebben gestemd. Er zaten ook veel proteststemmen bij." Herman de Coninck valt haar bij: "Je moet inderdaad rustig verder gaan met het ontwikkelen van de eigen cultuur. Het is toch het gevecht van cultuur tegen een on-cultuur."

Volgende maand presenteert zich een nieuwe groep, niet aan enige partij of politiek gebonden, die brede lagen uit de bevolking weer voor de democratie wil interesseren, vertelt Kristien Hemmerechts. "De mensen moeten opnieuw het besef krijgen dat ze deel uitmaken van een democratie, ook de inwoners van Borgerhout. Daarom is het goed dat Antwerpen 93, naast een kunstmanifestatie, ook een volksfeest is, met zeilraces en fanfares, zodat iedere Antwerpenaar het gevoel kan krijgen: ik hoor erbij. Bovendien houd ik zelf van fanfares."

Terug naar de Vlaamse mafia. "Ik wou dat een dergelijke mafia bestond" , zegt Kristien Hemmerechts, "dan zouden mijn boeken welwillend besproken worden in De Morgen. Maar ondanks het feit dat Herman daar verantwoordelijk was voor de literatuur, heb ik in die krant nooit een lovende recensie gekregen."

Piet Piryns haalt eveneens zijn schouders op bij de Vlaamse mafia. "Het literaire wereldje in Antwerpen is zo klein, dat je elkaar voortdurend tegenkomt, als er weer eens een boek ten doop wordt gehouden. De meeste schrijvers wonen in de omgeving van de CogelsOsylei of op Het Zuid, in de buurt van het Museum voor Schone Kunsten. Je bezoekt dezelfde kroegen, drinkt wel eens een pintje samen, maar daar houdt de mafia ook mee op."

"Zo heb ik me ook niet bemoeid met het schrijversprotest tegen Antwerpen 93. Je moet als organisatie nu eenmaal keuzes maken, ook om financiele redenen, en het heeft geen zin om dingen aan te halen die al elders gebeuren. De Nacht van de Poezie hoeft niet over in Antwerpen. Verder kan ik me niet druk maken om de vraag of Elsschot nu wel of niet in het zonnetje moet worden gezet. Het hele schrijversprotest is een storm in een bolleke De Koninck. Iedereen gilt alsof hun moeder is vermoord, terwijl ze alleen hun schoenveter gebroken hebben."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden