Een stervende ster

Gedurende zijn leven maakt een ster verschillende stadia door. Hij wordt geboren, beleeft een jeugd, wordt volwassen, bejaard, en sterft tenslotte. Die verschillende stadia kenmerken zich door verschillende waarneembare eigenschappen, zoals afmeting, kleur en lichtsterkte. We spreken van sterevolutie en -evolutiefasen.

Omdat al die fasen afzonderlijk heel lang duren - de levensduur van een gemiddelde ster is miljarden jaren - zien sterrenkundigen maar zelden een ster van een stadium (evolutiefase) in een volgende komen. Helemaal bijzonder is het waarnemen van veranderingen gedurende een bepaalde evolutiefase. Dat verklaart de belangstelling voor het verslag in het tijdschrift Nature van eind januari van de Nederlandse astronomen H. Lamers en M. de Groot, waarin melding wordt gemaakt van een geringe helderheidstoename in de ster P Cygni.

Genoemde astronomen maakten bij hun analyse onder meer gebruik van historische waarnemingen zoals beschreven in handboeken uit de 17e eeuw. Een uitgebreid verslag van deze ontdekking stond in Trouw van 5 februari.

Sterren zijn gloeiende gasbollen. Tijdens de 'volwassen' fase in hun leven stralen sterren doordat in hun inwendige kernfusie enorm veel energie oplevert. Aan de buitenkant van de ster (de steratmosfeer) wordt die uitgestraald, onder meer als licht.

Van een groepje dicht bij elkaar staande sterren mogen we aannemen dat ze gelijktijdig geboren zijn, als klontjes in een zich samentrekkende gaswolk. Grote klonten worden zware sterren, kleine klonten lichte sterren. Vergeleken met lichte sterren gaat bij zware sterren de kernfusie zo snel dat de aanwezige brandstofsneller op is, ondanks het feit dat er meer is: de eerste categorie leeft dus langer dan de tweede. In een groep van dicht bij elkaar staande sterren zijn de zware sterren al aan het einde van hun leven, terwijl de lichte sterren dan nog jong zijn. Door het bestuderen en vergelijken van de eigenschappen van afzonderlijke sterren in groepen zijn we veel over de sterevolutie te weten gekomen.

Voor de geboorte van een ster als een klont in een wolk gas is de zwaartekracht verantwoordelijk. Gedurende zijn leven balanceert een ster steeds tussen de instorting ten gevolge van de zwaartekracht en de uitwaartse druk ten gevolge van de inwendige energie-opwekking, die de ster doet opzwellen. Dit samenspel tussen in- en uitwaartse kracht is bepalend voor de grootte van de ster.

Doven lichte sterren na een heel lang leven langzaam uit, zware sterren komen - na een kort leven - op een spectaculaire manier aan hun einde. Als alle brandstof in het centrum van de ster op is, stopt de energieopwekking, en dus de uitwaartse druk. Het binnendeel van de ster, dat dan uit ijzer bestaat, stort in een fractie van een seconde in elkaar. De aldus ontstane supercompacte kern veert als een rubberen bal nog enigszins terug en veroorzaakt daardoor een drukgolf door de oorspronkelijke buitenlagen van de ster. Dit veroorzaakt een enorme helderheidstoename in die resterende buitenlagen: de ster wordt in een paar uur tijd miljarden keren helderder.

Astronomen noemen dat een 'supernova'. Dat is Latijn voor super-nieuw: we zien vaak een heldere 'nieuwe' ster, waar de avond tevoren niets of slechts een zwak sterretje te zien was. Uit oude kronieken weten we van supernova's die bij klaarlichte dag te zien moeten zijn geweest.

Een prachtige opname van zo'n supernova, een stervende zware ster, staat hiernaast. We zien een sterrenstelsel met spiraalarmen, ver in het heelal. Het stelsel heet NGC3367 en het licht is afkomstig van zo'n honderd miljard sterren. In het centrum van het stelsel is het relatief helder: daar bevinden zich meer sterren dan in de zwakkere spiraalarmen. De lichte vlekken in de spiraalarm rechts zijn enorme gaswolken waaruit nieuwe sterren aan het ontstaan zijn. De heldere ster linksonder is de supernova.

Deze supernova, de derde die werd ontdekt in 1992 en daarom 1992C gedoopt, werd voor het eerst gezien 28 januari, door de Belgische astronoom Hans van Winckel, tijdelijk verbonden aan de Europese Zuidelijke sterrenwacht in Chili. Uit andere opnamen konden Van Winckel en zijn collega's Waelkens en Della Valle afleiden dat de eigenlijke supernova ergens tussen 10 en 20 januari moet zijn geweest. Het object neemt alweer langzaam in helderheid af. Het gedrag van de supernova wordt van nacht tot nacht gevolgd, teneinde meer te weten te komen over dit spectaculaire overlijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden