Een stem door God gegeven

Ze is een levende legende. De zwarte operazangeres Grace Bumbry behoort tot de grootste zangeressen van de vorige eeuw. Nooit heeft ze zich in een hokje laten duwen. Ze zong succesvol als mezzo-sopraan én sopraan. Vanavond treedt ze op in Amsterdam. Aan de vooravond daarvan kijkt Bumbry met humor en relativering terug op haar lange en nog immer niet afgesloten carrière.

Grace Bumbry: ,,De menselijke stem is het enige instrument dat door God gegeven is.''

Links: Grace Bumbry als Lady Macbeth in 1964 tijdens de Salzburger Festspiele met Dietrich Fischer-Dieskau als Macbeth.

I

n de wereld van operadiva's zijn bijnamen heel gebruikelijk: La Divina (Callas), La Stupenda (Sutherland), La Bellissima (Moffo), La Superba (Caballé). Maar de mooiste eretitel in dat rijtje is toch wel 'De zwarte Venus'. De Amerikaanse zangeres Grace Bumbry kreeg die titel toen ze in 1961 als eerste zwarte zangeres in Bayreuth de rol van Venus zong in Wagners 'Tannhüuser' in een roemruchte regie van Wieland Wagner en choreografie van Maurice Béjart.

De 'zwarte Venus' is inmiddels 65 jaar oud, zingt nog steeds en is nu in Nederland. Vanavond geeft ze in het Concertgebouw in Amsterdam een operarecital met aria's van Wagner, Verdi, Cilèa, Puccini en Albinoni. Donderdag laat in de middag, na een zware, maar bevredigende repetitie oogt Bumbry opvallend ontspannen en gaat ze vol humor en relativering het gesprek aan. ,,Hierna gaat mijn mond op slot'', zegt ze zonder enige overdrijving, ,,en praat ik tot zaterdagavond met niemand meer.''

Zoveel is duidelijk: we hebben hier van doen met een zangeres van de oude stempel -een dinosaurus noemt ze zichzelf-, die haar stem in goede conditie heeft weten te houden met zelfopgelegde strenge regels en gewoonten. Grace Bumbry is niet minder dan een levende legende. Ze behoort tot de grootste zangeressen van de vorige eeuw en vertegenwoordigt een grote traditie. Een van haar leraren was Lotte Lehmann en via de leraren van Lehmann staat Bumbry in directe verbinding met de Spaanse zangpedagoog Manuel García die rond 1800 zangers opleidde als Pauline Viardot, Maria Malibran en Adolphe Nourrit.

Bumbry geeft zelf ook les en is zich bewust van de link die zij met de traditie heeft en de verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt. ,,Ik ben een goeie lerares, daar ben ik zeker van. Ik merk dat ik het fijn vind om de kennis die ik vergaard heb door te geven. Maar altijd in de vaste overtuiging dat je een stem niet kunt maken, niet kunt fabriceren. Een stem ontstaat, het gebeurt of het gebeurt niet. Iedere noot die je zingt komt ergens vanuit het onderbewustzijn. We mogen nooit vergeten dat de menselijke stem het enige instrument is dat door God gegeven is. Je kunt er maar tot op zekere hoogte jouw eigen wil aan opleggen.''

Bumbry was van jongsaf gezegend met een kloeke en welluidende stem. Stemorgaan is misschien een beter woord. 'They don't make singers like Bumbry anymore', schreef laatst een gezaghebbende stemmenkenner. Omdat ze in 1958 debuteerde als Amneris in 'Aida' van Verdi (aan de Parijse Opéra) werd ze ingedeeld in de categorie: mezzo-sopraan. Vanaf het begin heeft de zangeres dat belachelijk gevonden en al snel zong ze ook zware sopraanrollen.

,,O, o'', lacht Bumbry, ,,de critici kwamen woorden te kort om mij te waarschuwen toen ik de de Lady in Verdi's 'Macbeth' ging zingen. Een zo zware sopraanrol, als je eigenlijk mezzo bent en pas vierentwintig jaar, dat kon gewoonweg niet. Ik zou mijn stem binnen de kortste keren kapot zingen. Twee jaar later zong ik dezelfde rol naast Dietrich Fischer-Dieskau in Salzburg. Tien jaar daarna gebeurde hetzelfde toen ik de titelrol in 'Salome' van Strauss ging zingen; het zou het einde van mijn carrière betekenen volgens al die 'kenners'. Maar ik wilde onderzoeken of ik een echte sopraanrol aan zou kunnen. Dirigenten als Von Karajan, Solti en Böhm boden mij allemaal zware sopraanrollen aan en ik ging me afvragen waarom ze dat deden. Hoorden zij iets in mijn stem waarvan ik geen weet had?''

Bumbry experimenteerde, zocht en vond wat ze wilde weten. En dat alles zonder haar stem geweld aan te doen. Ze vindt dat jonge zangers hun mogelijkheden ook zelf moeten zoeken en zichzelf moeten ontwikkelen, niet te afhankelijk moeten zijn van leraren of agenten. ,,Lotte Lehmann zei altijd: 'Grace, you are an artist of your own' en nooit duwde ze mij een bepaalde richting op. Van haar leerde ik de muziek te analyseren en dus te interpreteren en van haar kreeg ik de gouden gave om expressie te geven aan een tekst. Lehmann hoorde natuurlijk ook wel dat ik met mijn stem alle kanten op kon. Ik debuteerde als Amneris omdat ik toevallig met haar die rol binnenste buiten had gekeerd. Maar zelfs toen al opperde zij rollen als Brünnhilde in Wagners 'Ring des Nibelungen' en Leonore in Beethovens 'Fidelio'.''

Vijf jaar geleden zei Bumbry de opera vaarwel. Het gebeurde eigenlijk toevallig en onverwacht. Op verzoek van een bevriende intendant zong ze in Lyon de rol van Klytümnestra in Strauss' 'Elektra'. Daarna vond ze dat het genoeg was geweest. Waarom eigenlijk?

,,Ik was het zó zat!'' Bumbry laat even een stilte vallen na die woorden, zodat ze goed kunnen nagalmen. ,,Ik heb een hele rare carrière gehad. Omdat ik begon met zo'n grote rol als Amneris, en dan ook nog aan zo'n groot instituut als de Parijse Opéra, stroomden de aanbiedingen voor andere grote rollen binnen. Ik had amper tijd om me op een normale manier te ontwikkelen van kleine naar grote rollen. Ik voelde me echt een baby toen ik begon. Ik stond meteen naast zangers als Antonietta Stella, Sena Jurinac, Franco Corelli en Leontyne Price. Ik moest echt wel een tandje bij zetten om me naast hen staande te houden. Ik wilde niet op mijn gezicht gaan, dat zit niet in mijn aard.''

,,De operawereld is wat dat betreft echt veranderd. Het is een weggooi-wereld geworden, niets wordt meer gekoesterd. Het gaat nu vooral om hoe je eruit ziet, pas daarna of je een goeie stem hebt. Als regisseurs of operahuizen zo'n persoon vinden, gebruiken ze hem of haar een jaar of vijf en gaan daarna op zoek naar de volgende. In mijn tijd was de stém het belangrijkste en vooral wat je er aan persoonlijkheid inlegde. Al mijn collega's van toen zijn verdwenen. Van baby ben ik plotseling de oudste geworden en ik voelde me zonder mijn oude collega's alleen op het podium. Er zijn geen stemmen meer die goed in balans kunnen staan met het geluid dat ik produceer. Als ik intendant van een operahuis was zou ik niet weten hoe ik Verdi's 'Don Carlos' zou moeten casten als ik daar zelf de rol van Eboli in zou zingen.''

Desondanks denkt Grace Bumbry af en toe aan een terugkeer op het operapodium. Bij doorvragen blijken er ook wel aanbiedingen te zijn, maar meestal komt daar niets van omdat de zangeres zich niet in de regie kan vinden. ,,Ik heb geen zin om Norma te zingen als het verhaal zich afspeelt op een baseball-veld.'' Bumbry's geadopteerde zoon is tenor en zingt momenteel aan de opera van Weimar. ,,Hij wil niet dat ik stop, omdat hij vindt dat de jonge generatie mij moet kunnen horen. Voor mijn stem, maar ook als bewijs dat zwarte zangers het kunnen maken. Dat is helaas nog steeds nodig.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden