Een stel barbaren kwam langs en trok een spoor van vernieling

Het gaat slecht met Feyenoord. Donderdag, bij de wedstrijd tegen Nancy, ontnamen hooligans de club het laatste restje aanzien. Trouw-redacteur Adri Vermaat, al zijn leven lang fan, wordt er mismoedig van.

Het is 46 jaar geleden dat ik mijn eerste voetstappen in de Kuip zette. Een wandeling van niks, want we woonden in de Donkerslootstraat, beneden aan de ’Luchtbrug’, op slechts vijf minuten van het stadion.

Om te weten te komen of Feyenoord volgende zondag een thuiswedstrijd wachtte, rende ik elke maandag naar de Bree, waar, naast het houten gebouwtje van sociale zaken, bus 52 haar begin- en eindpunt had. Op roodwit karton dat het openbaar vervoerbedrijf RET achter het busraam bevestigde, stond dan de aankondiging van pakweg Feyenoord - ADO, waarop het hart instemmend juichte. Clubkaartverplichtingen waren er nog niet.

De eredivisieduels begonnen in die tijd nog om twee uur zondagmiddag. Een uur tevoren zag je de Feyenoorders uit de Donkerslootstraat de deur achter zich dichttrekken. Kapper Van Saus met een sigaar, leraar Hof met suède hoed met veertje en ambtenaar Korsten met leren pet, allen gingen. Als zij tegen vieren terugkwamen, las je aan hun lichaamshouding de uitslag af. De blik omhoog was gewonnen, de blik op het trottoir verloren en een stuurse blik voorwaarts een gelijkspel.

Rotterdam-Zuid verandert en de meeste Feyenoorders uit de Donkerslootstraat van toen leven niet meer. Toch zitten bijna een halve eeuw nadien nog steeds bij elke thuiswedstrijd van Feyenoord 40.000 toeschouwers of meer op de tribune. De volksclub heeft een geweldig potentieel, een goed achterland ook als je kijkt naar de Zuid-Hollandse Eilanden, Zeeland en West-Brabant. Wie de rijkdom van de haven hierbij optelt, zou zich nóóit zorgen hoeven maken over het perspectief van Feyenoord.

Maar de laatste jaren wordt het minder, op het veld en zeker daarbuiten. Er zijn welbeschouwd alleen zorgen. Die dateren wonderlijk genoeg van 2002, jaar waarin Feyenoord een niet voor mogelijk gehouden prestatie leverde met het winnen van de Uefa Cup. Veel glans beleefde Rotterdam daar helaas niet aan: twee dagen eerder was Pim Fortuyn vermoord en de stad verkeerde vanaf dat moment dagenlang in een toestand van rouw en shock.

Sindsdien is de cohesie in Rotterdam minder, de straat is verhard, tot aan het gemene toe. Dat is overal, maar in de havenstad net dat tikje meer. Onverdraagzaamheid, korte lontjes, grote bekken, weinig gezag. Niet prettig, honderdduizenden mensen die op eieren lopen en dat in een stukje oppervlakte van niks.

Dat beeld herken je in Feyenoord. Waar Rotterdam een mooie stad is met een prachtige skyline, is Feyenoord een mooie club met een prachtig stadion. De sfeer in de Kuip is een afspiegeling van de stemming in de Rotterdamse straten. Die is na de moord op Fortuyn vijandiger. Zoals de sfeer rond Feyenoord vijandiger is.

Mopperen of op z’n Rotterdams kankeren, daar zit een wereld van verschil in. Voorzitter Jorien van den Herik wordt al een half jaar door eigen supporters bedreigd en belaagd en kan niet eens in Rotterdam komen. Maar opstappen, in het belang van de nu stuurloze club, doet hij evenmin, en zo vermorzelen supporters hem verbaal.

Dezelfde ’supporters’ schelden spelers tijdens de trainingen kapot. De arme aanwinst Angelos Charisteas, gekocht van Ajax, wordt een ’kankerjood’ genoemd die moet ’optiefen’. In het stadion zelf is de sfeer broeierig, vooral op de vakken waar de harde kern zit. Naast ons, op het rustige vak N, zit al weer een hele tijd een oudere man, van rond de tachtig, die we thuis eerbiedig ’Churchill’ noemen. Een echte Feyenoorder die met de trein uit Den Haag komt en die soms zelfs nog een uitwedstrijd meepikt.

Zo zijn er heel veel trouwe fans. Hierover geen zorgen. Op Varkenoord, waar de jeugdteams van Feyenoord hun opleiding krijgen, zie je die kern van fans terug. Ze vormen het supportershart van de club. Romano, die ik al jaren ken maar van wie alleen de voornaam mij bekend is, Jan van Kampen, tot op het roodwitte bot fanatiek, of het nou de jeugd betreft of het eerste. René ook, in goede én slechte tijden Feyenoorder, tot hij begin dit jaar ineens overleed.

Daar zit het verschil met de ’gekken’ en criminelen, zoals Feyenoord de aan de club gelieerde hooligans typeert. Deze gekken zeggen dat zij Feyenoorder zijn, maar ze zijn dat natuurlijk niet. Zelfs niet als ze dat zweren op het logo van de club. Ze zijn op hun websites heel wat mans, onder elkaar dan, maar ze hebben niets met de club. Ze hebben geen enkel historisch besef, ze maken kapot wat legendarische Feyenoorders als Cor Kieboom, Leo van Zandvliet, Gerard Kerkum en Fred Blankemeijer hebben opgebouwd.

Als Feyenoord verliest, dreigen zij de ruiten in te gooien van het Maasgebouw. Als Ajax op bezoek komt, vliegen de kankers en joden je negentig minuten rond de oren.

Ze zijn verenigd in allerlei onduidelijke praatclubjes en vinden dat zíj Feyenoord zijn, dat uitsluitend zij het beleid bepalen. In willekeurige volgorde vinden zij de muziek in de Kuip niks, de catering waardeloos, de voorzitter een grote kale klootzak, de technisch adviseur een verrader, de commissarissen incapabel en de algemeen directeur te commercieel.

Angst regeert. Of regeerde, want met de rellen in Nancy van donderdag vielen in huiskamers in heel Europa weer de schellen van de ogen. Een stel barbaren kwam langs en trok een spoor van vernielingen. Nog aanzienlijk meer échte Feyenoorders blijven verdrietig achter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden