EEN STAPEL BOEKEN HELPT

De Oscar Romeroschool, met vrijwel alleen allochtone scholieren, levert veel meer leerlingen af aan mavo, havo en VWO dan vergelijkbare scholen. Het verschil: op de Oscar Romero leren ze dat lezen leuk is.

De school is niet voor niets naar hem genoemd. Met 98 procent allochtone kinderen is de Oscar Romeroschool een 'zwarte school' met een overgrote meerderheid van kinderen uit achterstandssituaties. Van dergelijke scholen stroomt landelijk 65 procent van de leerlingen door naar het LBO en slechts 35 procent naar mavo, havo en VWO. Op de Oscar Romeroschool ligt die verhouding echter precies omgekeerd. Hoe dat mogelijk is? Is de school puur prestatiegericht, zonder aandacht voor creatieve vakken?

Integendeel. Wel is het personeel zeer gemotiveerd, is er een intensieve zorgverbreding, vooral in de lagere groepen (met ongeveer drie leerkrachten per twee groepen, een systeem dat co-teaching genoemd wordt) en legt directeur Hijman ten Kaate grote nadruk op een alerte en effectieve organisatie, met regelmatige toetsing. Dit heeft onder meer tot gevolg dat er op de 300 leerlingen per jaar slechts drie tot vier worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs.

Maar er zijn weinig basisscholen in Nederland met zoveel aandacht voor taalontwikkeling en kinderliteratuur. De school heeft in de loop der jaren een hecht samenhangend taalonderwijsbeleid ontwikkeld, waarmee landelijk aan de weg wordt getimmerd. Er zijn twee speerpunten: voor de kleutergroepen de ontwikkeling van taal, motoriek en structuurgevoeligheid en voor de hogere groepen leesbevordering. Voor beide gebieden zijn leerkrachten vrijgeroosterd.

Een literatuurles in groep zeven. Twintig kinderen luisteren geconcentreerd naar de gedichten die meester Paul Vierboom voorleest uit 'Dichter bij de dieren' van Eric Carle. Ze moeten eruit opmaken over welk dier het gedicht gaat. Als ze horen dat het dier 'in mama's schortzak' meespringt, gaan de vingers omhoog: 'Een kangoeroe, meester!' Dan leest meester 'De vogel van de zon' van Anne Takens voor, met zinnen als 'Ik heb het vurige licht van de zon geleend'. Na afloop wordt er geklapt. Op de vraag van de meester of het dier uit dit verhaal nu een natuurlijk dier is of een menselijk dier, weet Aïcha te vertellen dat het een menselijk dier is, want hij praat. Mohammed vindt het een fantasiedier. Er wordt gesproken over het soort verhaal: het is een sprookje. Waarom?, vraagt meester. Omdat er een heks in voorkomt, een nachtheks, die het altijd donker wil hebben, zegt Khalid. Terwijl dat meisje Aljola het altijd licht wil hebben. Ja, er wordt dus een strijd gevoerd. Maar de goede wint altijd, klinkt het tevreden door de klas.

Tenslotte laat meester een cassettebandje van 'Radio Lezerstraal' horen, met een fragment uit 'De tovervinger' van Roald Dahl. Het boek staat voor het bord. 'Ik zwaaide met mijn tovervinger!' klinkt het uit de recorder. Juist als het spannend wordt, stopt het verhaal. Gelukkig staat het boek klaar om zelf te lezen hoe het afloopt.

Het laatste kwartier mogen de kinderen zelf lezen. Ze lezen dierenboeken in het kader van het leesprogramma 'Boeken met een staartje' van het NBLC, dat twee maanden duurt. Er is een speciale boekenkist voor geleend bij de bibliotheek. Het is de bedoeling dat de leerlingen in die tijd vijf boeken lezen. Voor ieder (voor-)gelezen boek krijgen ze een sticker in een leespas. Heb je vijf stickers, dan krijg je een oorkonde.

Spelenderwijs hebben de kinderen tijdens deze les geoefend in het interpreteren van figuurlijke taal, wat juist voor allochtone kinderen erg moeilijk is; ze hebben nagedacht over literaire genres (poëzie, sprookjes), en zijn nieuwsgierig geworden naar verschillende kinderboeken.

Behalve leerkracht van groep zeven is Paul Vierboom voor één dag per week ook coördinator leesbevordering op de Oscar Romeroschool. Het is een functie die hij zelf heeft uitgevonden - het vloeide nu eenmaal logisch voort uit het beleid van de school - en nu zeven jaar uitoefent. De school, die indertijd heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van de taalmethode 'Taalkabaal' voor scholen in volkswijken van grote steden, doet structureel mee aan de Kinderboekenweek, de Kinderjury, de Werelddag voor Kinderen en Poëzie en aan de Nationale Voorleeswedstrijd. Van zulke landelijke projecten moet je dankbaar gebruik maken, vindt Vierboom. “Er wordt vaak uitstekend materiaal voor ontwikkeld; dat pas je aan aan je eigen situatie, je hoeft niet altijd het wiel opnieuw uit te vinden.”

Toch wordt er op de Oscar Romero heel wat zelf uitgevonden, zij het vaak op basis van bestaand materiaal. Zo werkte Vierboom in het seizoen '93-'94 een project 'Dichters op school', oorspronkelijk afkomstig uit Friesland en Groningen, uit tot een eigen project dat prompt de tweede prijs kreeg in de Landelijke Onderwijsprijs en nu ook op andere scholen gebruikt wordt. Tijdens dit project kwamen dichters als Karel Eykman (groep 6) en Ted van Lieshout (groep 7/8) op school. Het bezoek van deze dichters werd uitvoerig voorbereid, zodat de kinderen veel van hun werk kenden en naar aanleiding daarvan ook zelf poëzie gingen schrijven. Overigens zijn er inmiddels vijftig schrijvers, dichters en illustratoren op school geweest. Hun talent wordt steevast flink uitgebuit. Zo lopen er directe lijnen van het bezoek van een illustrator - of van een tentoonstelling van zijn werk, zoals onlangs van Max Velthuijs - naar de tekenles, met lessen over hoe je beweging of emotie uitdrukt, over stijl en compositie. Van elke schrijver, dichter of illustrator die op school komt, worden boeken aangeschaft voor de schoolbibliotheek, die inmiddels 1 500 titels telt en waarvan 80 procent van de kinderen vrijwillig lid is. Kinderen van de Oscar Romeroschool vinden lezen leuk.

Intussen heeft Paul Vierboom samen met twintig andere basisscholen uit de deelgemeente Kralingen-Crooswijk een ambitieus pilot-plan voor de komende drie jaar ontwikkeld, waarvoor subsidie is aangevraagd bij de Stichting Lezen. De deelnemende scholen verplichten zich daarin een coördinator leesbevordering aan te stellen, mee te doen aan de voorleeswedstrijd en de Kinderjury, minimaal twee schrijvers per jaar uit te nodigen, voorleesboeken voor alle groepen aan te schaffen en een checklist in te vullen over de beginsituatie van hun eigen leesbevordering.

Om de 'ontluikende geletterdheid' van de kinderen voor te bereiden, heeft de Oscar Romeroschool na lang experimenteren een 'kleuterplan' uitgewerkt. De basis van de ontwikkeling van het kind ligt in de vroegste jeugd; daarom zijn die kleuterklassen zo belangrijk, vindt Hijman ten Kaate. Hij is zelfs voor een leerplicht voor driejarigen, want het merendeel van de vierjarigen die op de Oscar Romero binnenkomen, heeft een ontwikkelingsachterstand van twee à tweeëneenhalf jaar. Het zijn kinderen die thuis wel liefde krijgen, maar geen duidelijke opvoedingsstructuur, met wie niet gezongen en gepraat wordt, met wie geen spelletjes gedaan worden, die niet voorgelezen worden, die geen educatief speelgoed hebben, geen gezond eet- en slaappatroon ontwikkelen, enzovoort.

Dit kleuterplan, waarvoor ook externe belangstelling is, is een veelomvattend plan voor taalontwikkeling en motoriek met behulp van liedjes, muziek en zang-, tik- en taalspelletjes, waarmee die achterstand zo veel mogelijk ingehaald moet worden. En dat in twee talen: het Nederlands en de eigen taal van het kind: Turks, Marokkaans en Kaapverdisch/Portugees. Het kind krijgt een deel van het programma twee keer aangeboden: in het Nederlands door de klasseleerkracht en in de eigen taal door de OETC-leerkracht.

Ook dit is een nadere uitwerking van een bestaand plan: de methodes Aanspreekbaarheid voor allochtone kinderen 'Laat wat van je horen' (groep 1) en 'Knoop het in je oren' (groep 2). Deze zijn ontworpen voor remedial teaching, maar worden hier voor de hele groep gebruikt. “Het is eigenlijk een eigen methode geworden”, zegt Ten Kaate, “in thema's van twee weken, met een vast ritme door de week en veel regelmaat: dat geeft houvast.” Om dit plan, met eindtoetsen voor groep 1 en 2, te kunnen uitvoeren, zijn deze groepen, die normaliter samen in een ruimte zitten, gescheiden. “Sociaal gezien hebben heterogene groepen mijn voorkeur”, aldus Ten Kaate. “Maar vanwege de achterstand van de kinderen kiezen wij voor homogene kleutergroepen, dat geeft een gelijkmatiger niveau.”

Zelfs voor een school met 98 procent '1.9-kinderen' is dit alles te duur om zelf te betalen. De school is dan ook inventief in het aanvragen van subsidies en het organiseren van sponsoring. Projectsubsidies worden verleend door onder meer het Anjerfonds, het VSB-fonds en de Rotterdamse Kunst Stichting. Een fraai staaltje van sponsoring bleek deze week: na de literatuurles kreeg groep zeven les van de wijkagent (eens per drie weken anderhalf uur, in het kader van vandalismepreventie). De agent trok een briefje van honderd uit z'n zak: verdiend met de sponsorloop voor de school, samen met drie collega's.

“Lezen is kennis”, zegt directeur Hijman ten Kaate van de Oscar Romeroschool. En gezien de uitstekende resultaten van de school zal niemand hem dat betwisten. Desondanks laat het effect van leesbevordering zich moeilijk in cijfers uitdrukken. Voor PABO-student Gerard Kreugel een uitdaging om dat toch te proberen. Deze week studeerde hij af aan de Rotterdamse PABO Thomas More met de scriptie 'Lezen, leuk toch?' Hij vergeleek twee Rotterdamse basisscholen met elkaar, beide met 98 procent allochtone kinderen: de Oscar Romero, en de Mariaschool (waarvan zijn vader directeur is), waar veel minder leesbevorderende activiteiten plaatsvinden. Door middel van leerling-enquêtes onderzocht hij vertrouwdheid met en kennis van kinderliteratuur op beide scholen. Enkele resultaten zijn rechtsonder op deze pagina weergegeven.

Oscar Romero Maria:

Lid schoolbibliotheek: 80 %(vrijw.) 100 %(verpl.) regelmatig bezoek schoolbib.: 41,7 %10,5 % Leest wel eens een boek thuis: 97 %80 % Aantal minuten dan per keer: 36 28 Krijgt wel eens een boek 80 % 70 % Vindt het belangrijk dat er op school tijd besteed wordt aan boeken: 88,9 %77,6 % Leest juf of meester genoeg voor? Ja!22,2 %44,7 % Wil meer weten over schrijvers 75 % 64,5 % Meegedaan aan Kinderjury 44 % 15 % Hoeveel schrijvers kennen de kinderen, a. totaal genoemde namen: 36 22 b. aantal namen per kind: 7,28 2,06 Favoriete kinderboek: En de groetenSuske en Wiske van groep 8, Jacques Vriens

Gwen Roll (10), finalist Nationale Voorleeswedstijd.

Gwen Roll leest het liefst en het meest in bed, “en als een boek heel leuk is, dan lees ik ook wel eens overdag.” 's Avonds moet ze oppassen voor haar vader en moeder. “Ik mag niet te lang lezen. Als ik beneden de deur hoor, doe ik snel het licht uit.” Per twee avonden gaat er een boek door, schat Gwen. Vooral als ze in een griezelboek bezig is, waar ze dol op is, kan ze een boek niet goed ter zijde leggen. Dan wil ze gewoon weten hoe het afloopt. Gwen kan er ook wel van genieten als dat niet zo duidelijk is. “Bij sommige boeken is er niet echt een einde. Dat vind ik ook wel leuk, dan kan je het zelf fantaseren.” Ze weet heel goed waarom ze lezen zo leuk vindt: “Nou, met lezen zie je eigenlijk een film voor je, waarin je zelf meespeelt.” Toneelspelen is ook een hobby van Gwen en later wil ze er haar beroep van maken. Die voorliefde heeft haar vast geholpen bij de voorrondes van de Nationale Voorleeswedstrijd. “Ik probeer het zo mooi mogelijk te doen. Met stemmetjes enzo.” Voor de finale heeft ze ook een paar proefkonijnen. Ze leest soms haar opa en oma voor, en, vaker, haar zusje van acht. “Nee, mijn vader en moeder lezen mij niet meer voor”, zegt Gwen. “Maar mijn meester wel.”

Sarina Voorn (16), eindexamenkandidaat.

Sarina Voorn houdt ontzettend van lezen, maar nu ze examen moet doen voor de mavo komt het er niet zo van. “De laatste weken gaat school voor, maar na het examen ga ik het zeker weer doen.” Het leuke van een boek lezen is, zegt Sarina, dat het haar in een andere wereld plaatst. “Je kijkt door het leven van een ander. Ik vergelijk mezelf altijd met de hoofdpersoon. Vooral als het een leeftijdgenoot is, kun je lekker fantaseren.” Sarina heeft een grote voorkeur voor het spannende boek. Stephen King is op dit moment haar lievelingsschrijver en ze is al jaren verslaafd aan de boeken van Roald Dahl. “In het begin dacht ik: wat moet ik daar nou mee? Maar ik begon er aan en ben er nooit meer mee gestopt. Ik lees ze soms ook opnieuw.” Bij lezen hoort ook de Yes, vindt Sarina. “Dat is een heel goed blad, met veel informatie, tips en adviezen.” Extra leuk vindt ze het, als ze aan de naam van een geïnterviewde ziet dat ze, net als Sarina zelf, Surinaams is. “Als het om een donker iemand gaat, spreekt het me meer aan.” Bij boeken is dat anders: “Ik vind het niet erg dat een boek over blanken gaat. Als het een spannend verhaal is, maakt het me niks uit.”

Jan Terlouw (64), commissaris van de koningin in Gelderland.

Voor Jan Terlouw is lezen net zoiets als eten en drinken. “Je kunt helemaal niets zonder te lezen, tenminste niet in de meer intellectuele beroepen. Ik moet over talloze onderwerpen toespraken houden. Vanavond staat een opening van een expositie van dertig kunstenaars op het programma. Ik zou niet weten hoe ik daar zonder ooit een boek te lezen, iets zinnigs zou moeten zeggen. Lezen voedt je.” Terlouw leest stapels stukken en af en toe een boek, bijvoorbeeld in zijn dienstauto, als hij klaar is met de documenten. Momenteel heeft hij 'Niemand is onsterfelijk' van Simone de Beauvoir in zijn tas. “Dat stond toevallig in de boekenkast en dat had ik nog nooit gelezen.” Als voorzitter van de Librisprijs heeft hij er vorig jaar 60 boeken doorheen gejaagd. Dit jaar laat het bijhouden van de moderne literatuur te wensen over, vindt hij zelf. “Geen tijd, maar ook omdat mijn ogen minder goed worden. Als je moe bent, is de televisie ook heel verlokkelijk. Dat vraagt minder dan lezen.” Meer nog dan lezen, zou Terlouw als hij met pensioen is, weer eens wat willen schrijven. “Schrijven is converseren met jezelf. Daardoor orden je je gedachten.”

Coby (48), tot voor kort analfabeet.

Het leven van Coby is er de laatste twee jaar enorm op vooruitgegaan. Tot haar 46ste kon ze niet lezen, laat staan schrijven. Dat was, zegt ze zelf, moeilijk, al kon ze zich wel min of meer redden. “In winkels wees ik aan wat ik wilde hebben, ik fietste altijd over de stoep en langs een paar bekende paden, bij geld lette ik op de vorm en de kleur.” Coby wìlde best leren lezen en schrijven, maar het is er nooit van gekomen. Haar ouders hielden haar thuis, omdat ze ziek was. Later durfde ze er niet meer aan te beginnen, uit pure schaamte. In het tehuis voor daklozen, waar Coby nu woont, werd haar handicap ontdekt. Ze werd ingeschreven bij de basiseducatie en nu kan zij al heel aardig lezen en schrijven. “Er gaat een wereld voor je open”, vindt Coby. “Als er een formulier komt van een instantie, kan ik dat zelf invullen en ik ga veel meer naar de winkel omdat ik weet wat de letters betekenen. Ik kijk ook wel eens in de krant. Dan lees ik wat er bij de foto's staat.” De ondertiteling bij films gaat Coby nog te snel, en aan een boek heeft ze zich niet gewaagd. Dat zou ze allemaal wel graag willen. Daarom vindt ze het zo jammer dat de cursus maar een keer in de week is. “Van mij zou het best elke dag mogen zijn.”

Joop Dirksen (47), docent Nederlands.

Joop Dirksen zou niet graag willen beweren dat mensen die nooit lezen, ongelukkig zijn. “Er zijn ook andere manieren waarop je hetzelfde ontspannende en verrijkende effect kan bereiken. Films en televisie kunnen dat ook bieden.” Niettemin vindt hij het jammer dat het literatuuronderwijs op scholen naar zijn beleving eerder leerlingen afhoudt van lezen, soms hun leven lang, dan dat het ze stimuleert. Daarom hanteert hij een andere methode, waarop hij vorig jaar is gepromoveerd. Die is gericht op communicatie, op de vraag wat een boek met de leerling doet. Dirksen moet zeggen dat het hemzelf ook wel enige moeite heeft gekost om het traditionele denken in opbouw en samenhang los te laten, maar sinds een jaar of tien lukt hem dat heel aardig. Van enige beroepsdeformatie heeft hij nog wel last: “Bij korte verhalen speelt door mijn hoofd of ik ze in de klas kan behandelen. En als ik een roman lees, vraag ik me af of die geschikt is voor mijn leeskringen. Natuurlijk let ik ook op thema's, discussiepunten. Maar daar ga ik niet onder gebukt.” Favorieten heeft Dirksen wel gehad. Anton Koolhaas, Jeroen Brouwers. “Nu word ik meer geraakt door losse boeken. Ook door jonge schrijvers. Zo'n Giphart bijvoorbeeld. Die wordt door ouderen onderschat. Hij is veel meer dan het flutschrijvertje waarvoor hij vaak wordt uitgemaakt.” Zijn grootste probleem is dat er zovéél op de markt komt. “Je hebt er een dagtaak aan om dat bij te houden.” Voor meer dan twee boeken per week heeft hij geen tijd. “Maar in de grote vakantie kan ik gelukkig een hoop inhalen.”

Cor Henzen (26), timmerman.

Cor Henzen leest momenteel een boek - en dat mag gerust heel bijzonder genoemd worden. Hij schat dat het al gauw een jaar of tien geleden is dat hij zijn laatste boek dichtsloeg. “Ik lees natuurlijk wel, op mijn werk de Telegraaf en thuis de Voetbal International. Maar een echt boek, nee, dat eigenlijk nooit.” Niet dat Henzen niet van lezen houdt. Vroeger was hij lid van de bibliotheek. “Ik nam vooral oorlogsboeken. Maar op een gegeven moment heb je ze allemaal gehad, en toen ben ik er maar mee gestopt.” Het niet-lezen heeft misschien ook met tijdgebrek te maken. Hij is druk met zijn werk, met de tuin, hij kookt graag, hij voetbalt. Toevallig heeft hij net van een sportmaat een boek geleend over Steve Brown, voormalig drugsbaron en kroongetuige in de zaak Bruinsma. “Zeer interessant”, oordeelt Henzen, die het al twee keer in bed een kwartiertje ter hand nam. Maar hij is nog niet zozeer door het lezen gegrepen dat hij zich weer gaat aanmelden bij de bieb: “Het is misschien een idee, maar ik zie het mezelf nog niet een, twee, drie doen. Zeker niet nu het zomer wordt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden