'Een standbeeld voor de nacompetitie'

AMSTERDAM - Emmen en NEC treden vanavond binnen de lijnen om de betaald voetbal-competitie '95-'96 een spannend sluitstuk te geven. Thuisclub Emmen heeft een marge van twee doelpunten nodig en mag tijdens de laatste poulewedstrijd rekenen op een uitverkocht Sportpark Meerdijk.

De nacompetitie heeft ook haar keerzijde. De spelers van SC Heracles, Veendam en het reeds gekwalificeerde Volendam werken gelijktijdig hun thuisduel af voor akelig lege stoeltjes en banken. De penningmeester van VVV mag, door tegenvallende prestaties, zelfs voor het derde jaar in successie een financiële schadepost noteren. Hij zou een herbezinning op en mogelijk een revisie van het supplement zinvol vinden.

Het fenomeen nacompetitie dateert uit 1973. Initiatiefnemer was A. G. Wit, in die jaren arts in Wageningen en voorzitter van de plaatselijke semiprofclub. Hij ontwikkelde het plan in een periode van dalende toeschouwersaantallen. Het betaald voetbal had een reorganisatie achter de rug, waarbij de tweede divisie in zijn geheel was opgedoekt. Dat ging ten koste van de spanning in de eerste divisie, waaruit degradatie niet meer mogelijk was. Drie of vier clubs streden om promotie, de andere zestien speelden om des keizers baard.

Het voorstel van dr. Wit behelsde een opdeling van het seizoen in vier periodes. Ongetwijfeld tot groot genoegen van de geestelijk vader was Wageningen de eerste club die zo'n tussentitel in de wacht sleepte. Het idee sloeg aan. Het toeschouwersmoyenne in de competitie steeg in de eerste jaren met 25 procent en met name het voetbaldessert zelf trok volle tribunes.

“Ze zouden voor dr. Wit een standbeeld moeten oprichten”, vindt Leen Looyen, de technisch directeur van NEC. “De nacompetitie is de beste uitvinding in de geschiedenis van het betaald voetbal.” In Nijmegen zijn de ervaringen met het systeem positief. De club participeert voor de achtste keer en viel al vier maal in de prijzen. “Het winnen van de eerste poulewedstrijd is het belangrijkst”, weet Looyen uit eigen ervaring. “Daarna marcheert de zaak vanzelf. Het is een prachtcompetitie, met warm weer en volle huizen. We hebben voor de wedstrijd tegen Emmen veel mensen moeten teleurstellen. De beschikbare 600 kaarten waren in Nijmegen binnen een half uur uitverkocht.”

Over de 24 jaar nacompetitie valt met gemak een boek vol te schrijven. Aan spanning ontbrak het zelden en een aantal bizarre staaltjes hebben bijgedragen aan het positieve imago. Zo zal de jaargang '89-'90 voorgoed herinnerd blijven als de meest spectaculaire. Vooral in Heerenveen en omstreken koestert men de gedachten aan die wonderlijke editie. Terecht, want de Friese club verwierf zich een plaats in de eredivisie op een manier die we slechts kennen uit de Kick Wilstra-avonturen. Die stripheld uit de jaren vijftig - een creatie van tekenaar Henk Sprenger - had er een handje van, zijn kunsten pas te etaleren als de nood het hoogst was. Diep in de tweede helft, het liefst bij een 0-3 achterstand, raakte de fictieve schutter onder stoom om tenslotte de wedstrijd in de laatste minuut te beslissen.

Zo verliepen de zaken ook in mei 1990. Heerenveen had een dramatisch seizoen achter de rug. Door vijf goede resultaten in het prille begin was de periodetitel binnen. Het vervolg was zo dramatisch dat trainer Ab Gritter zijn biezen mocht pakken. Opvolger Fritz Korbach deed het nauwelijks beter; de Friezen eindigden op een beschamende zestiende plaats en startten de extra reeks van vier wedstrijden - de poules bestonden destijds uit drie clubs - met twee nederlagen. “De nacompetitie is voor Heerenveen voorbij”, was de redelijke inschatting van alle dagbladen. Achteraf bleek die constatering foutief, want nadat het lelijke eendje in de groep zich vervolgens alsnog naar een score van vijftig procent knokte, schoot Go Ahead de Friese club te hulp. De Deventenaren konden thuis tegen NAC volstaan met een gelijkspel. Dat lukte zelfs tegen negen spelers - scheidsrechter Blankenstein stuurde twee NAC-spelers uit het veld - niet.

Efteling

In de finalewedstrijden tegen Emmen volgde Heerenveen wederom de moeilijkste route. Fritz Korbach loodste zijn team pas in de returnwedstrijd naar de eredivisie, maar was na het slagen van de missie wel zo eerlijk de chronologische gang van zaken als volstrekt absurd af te doen. “Ik heb altijd geroepen dat ik een tegenstander van de periodetitels was”, relativeerde hij. “Dit systeem hoort thuis bij de Efteling. Dit jaar hebben vier teams uit de onderste helft van de ranglijst in de nacompetitie gespeeld. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn.”

Korbach's analyse was zo gek nog niet. Heerenveen moest het onverwachte succes bekopen met onmiddellijke degradatie, een lot dat de club deelde met vele andere eerste divisie-clubs. Vanaf 1980 slaagden tien van de twintig promovendi er niet in het succes een passend vervolg te geven.

“Mag het ook?”, redeneert Will van Rhee, manager wedstrijdzaken en accommodaties, vanuit de burelen in Zeist. “De eredivisie is niet voor niets een klasse hoger. Je mag verwachten dat er een gap tussen zit. Het is slechts weinigen gegeven door te stoten.”

Dit jaar was de spanning in poule A gering. Voor Volendam zat de eerste plaats al na vier duels (twaalf punten) in de knip. NEC is in de parallelgroep nog niet zover, maar heeft dat vooral aan eigen nalatigheid te wijten. In de eerste turnus had de club tegen Emmen met wat meer precisie de dubbele cijfers kunnen halen.

Het verloop van de wedstrijden wettigt het vermoeden dat de balans geleidelijk steeds meer doorslaat in het het voordeel van de eredivisieclubs.

KNVB-man Van Rhee wil van die theorie niets weten en verwijst gedecideerd naar de bekerontmoeting tussen Cambuur en Ajax. “Een terechte overwinning voor Cambuur. Natuurlijk wint Ajax negen van de tien keer, maar het gaat mij te ver de eerste divisieteams bij voorbaat als kansloos af te schilderen.” Van Rhee staat nog steeds achter het besluit uit 1990 om ook eredivisieclubs in de nacompetitie op te nemen: “Kijk naar Duitsland, daar verdwijnen gerenommeerde clubs als Kaiserslautern en Eintracht Frankfurt zo maar uit de Bundesliga. Is dat wenselijk? In ons systeem heb je na een slecht seizoen alsnog een herkansing.”

De tweede kans pakt volgens Leen Looyen wel degelijk uit in het voordeel van de eredivisionist. “Op het hoogste niveau ben je er meer aan gewend onder druk te voetballen, bovendien is de handelingssnelheid er veel hoger.”

De zorgeloosheid waarmee Van Rhee en Looyen over de materie praten, is niet terug te vinden bij VVV-penningmeester Louis Maessen. Hij ziet wel degelijk het gevaar van een tweedeling in de voetballerij. Waar de eerste divisieclubs veelal moeten berusten in het verstrekken van regionaal amusement, transformeren de collega's uit de hoogste klasse zich tot professioneel geleide ondernemingen. Dat heeft zijn weerslag op de nacompetitie, vindt Maessen, die uit het tellen van de penningen slechts één conclusie kan trekken: “Het is een financiële flop. Gelukkig hebben we via de trio-verkoop van de thuisduels de ellende beperkt gehouden. Aan recettes ontvingen we zo 60 000 gulden, maar we schieten er toch 40 000 gulden bij in.”

De Limburgse club behoorde sinds 1976 acht keer tot de uitverkorenen, maar beschouwt de deelname allang niet meer als een eer. Maessen: “Je mag het eigenlijk niet zeggen, maar ik heb wel eens gehoopt dat een periodetitel achterwege zou blijven. De animo van het publiek is tanende. Misschien slaat de formule in het noorden nog aan, maar hier is het nieuwtje eraf. De artikeltjes in de kranten zijn zo klein dat je ze moet zoeken. We hebben nota bene zelf advertenties geplaatst. Landelijk is de trend eender. De berichtgeving van Studio Sport is toch een ramp, met die paar minuten aan het eind van de uitzending? Nee, we houden vast aan een achterhaald idee. ”

Slecht verliezer

Maessens woorden lijken die van de slechte verliezer. De afgelopen drie jaar was VVV steeds present, zonder één keer te imponeren. De penningmeester verzekert dat dat geen rol speelt in de argumentatie. “Zo'n feest is mooi, maar wat erna komt is veel erger. Wij hebben het jojo-effect zelf een keer meegemaakt. We vlogen met twaalf punten als een boemerang terug naar de eerste divisie. Daar hebben we van geleerd, de gezonde opbouw van de club heeft prioriteit.”

Is er een alternatief? Maessen denkt van wel. “Door het spelen van play-offs - het liefst uitsluitend met eerste divisieploegen - vervallen de oninteressante wedstrijden. Je weet dan direct waar je aan toe bent. Nu duurt het seizoen te lang om een goede planning te maken en spelers op tijd te contracteren. Maar daar heeft Zeist geen boodschap aan. Het is het oude verhaal: de KNVB kijkt niet in de keuken van de bvo's.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden