Een stad vol levenskunst

Dichter Slauerhoff zag zijn droefheid weerspiegeld in Lissabon. Ook nu zou de Portugese hoofdstad hem nog bekoren.

’Ik voel mij van binnen bederven. Nu weet ik waaraan ik zal sterven: Aan de oevers van de Taag’Zo begint dichter Jan Jacob Slauerhoff zijn gedicht ’O Engeitado’.

Het werk is zowel een klaaglied als een liefdesuiting voor de stad Lissabon. De schrijver reisde als scheepsarts de hele wereld over, maar nergens dan in de Portugese hoofdstad dacht hij te kunnen aarden. Hij hield van de ’gele afhellende oevers’ langs de rivier de Taag. Iets ’schooners’ dan dat is er niet, schreef hij. In de stad zelf kon hij urenlang dwalen, kijken en luisteren naar de fado’s (Portugese muziek – red.).

Het is dan ook gemakkelijk om overdonderd te worden door Lissabon. De stad barst van de pompeuze overblijfselen uit de Portugese gouden eeuw en van de nationalistische gebouwen uit de dictatuur. Daarbij is het lage centrum van de stad (Baixa) gebouwd om te imponeren.

Slauerhoff gaf niet om het bombastische. Dat zijn ’ruines uit het verleden’, die de Portugezen verwarren met een lang vervlogen roem, dichtte hij. Wél thuis voelde de schrijver zich in de wijken die het lage deel van het centrum flankeren: Bairro Alto aan de ene en Alfama aan de andere kant.

De laatste is, met zijn smalle steegjes die door de buurt heen kronkelen, zonder twijfel de meest charmante van de twee. Al zou Slauerhoff het begin van de wijk, vlak achter de kathedraal (sé in het Portugees), waarschijnlijk niet meer herkennen. Dat deel is vol hippe cafeetjes, dure restaurants en grote fadoclubs. Goed te bereiken en in de zomer gevuld met toeristen. Maar wie de steile trappen trotseert en dieper Alfama ingaat, herkent wat Slauerhoff beschreef in ’O Engeitado’. Daar hoorde hij „vrouwen hun fado’s zingen tot diep in de nacht”.

Veel is er niet veranderd, behalve dan dat de televisie in de avonduren dominant zijn blauwe schijnsel door de ramen naar buiten werpt. Nog altijd zitten mensen tot laat op straat om te praten, te zingen en te drinken. Met boven hun hoofden de was die aan de lijn hangt te drogen.

Een manier om de wijk te leren kennen, is op zoek te gaan naar de Tejo Bar. Het café ligt in het hart van Alfama, aan de Rua do Vigário 1, en wordt gerund door een Braziliaan met lang grijs haar. Klop op de deur, die altijd dicht is, en een schele man met een zwarte baret doet open. Daarna is het recept iedere avond gelijk. Bij wijze van opening wordt het lied ’Vamos amar’ gezongen (we gaan houden van) waarbij iedereen, inclusief de nieuwe gasten, eventueel vanaf een blaadje, meezingt. Daarna wordt tot diep in de nacht muziek gemaakt. Voornamelijk teksten van grote Portugese en Braziliaanse dichters op muziek gezet.

Klappen is verboden, want naar verluid woont boven het café een woeste buurvrouw, die met haar wandelstok op de deur komt timmeren als er te veel lawaai is. In plaats daarvan wrijven de klanten in hun handen.

Ook de wijk aan de westkant van Baixa was geliefd bij Slauerhoff. Daar, in de buurt bij Praça de Camões, probeerde hij, in een poging zich te vestigen aan wal, een huisartsenpraktijk op te zetten.

De wijk is tegenwoordig bekend als ’Bairro Alto’ en gevuld met kleine kledingwinkeltjes. Bovenal is de wijk bekend om zijn levendige avonden. Het aanbod aan restaurantjes is even groot als de variatie: voor diegenen die genoeg hebben van de typisch Portugese bacalhau (stokvis) een uitkomst. En op donderdag en zaterdagavonden zijn de straten gegarandeerd gevuld met Portugezen.

Sinds eind vorig jaar sluiten alle deuren stipt om twee uur om overlast voor de buurt te beperken, maar wees niet verbaasd om er midden in de nacht een groep dansende, zingende jongeren aan te treffen. Een lokale beroemdheid is Dona Maria. Hoe oud ze is, weet niemand en zelf zal ze het niet zeggen, maar dat ze de tachtig is gepasseerd daar bestaat geen twijfel over. De muziek in haar café is moeilijk te verteren, al heeft ze daar zelf geen last van want ze is stokdoof. Ondanks de luide muziek is de manier waarop ze avond aan avond met vaste hand jenevertjes inschenkt de moeite van een bezoekje waard. Ze is te vinden aan het einde van Rua da Atalaia, vanaf Praça de Camoes gezien aan de linker kant. En zal verheugd zijn als haar gasten met haar op de foto willen.

Er is nog een plek in Lissabon die niet overgeslagen mag worden: de mooiste plek om in de stad de zon onder te zien gaan. Loop iets voorbij de Torre de Belém, een meter of vijftien achter de bomen die overdag als parasols voor schaduw zorgen. Daar loopt een betonnen rand langs de oever van de Taag, vanwaar bezoekers met de voeten bungelend boven het water kunnen uitzien over de oevers die Slauerhoff in zijn versen bezingt, en over de rivier die in de verte uitmondt in de Atlantische Oceaan. Vanuit de ooghoeken is de Torre de Belém te zien, die de stad in vroeger tijden tegen indringers vanuit zee beschermde.

Het contrast met de industrie aan de overkant van de Taag, die door de inwoners van Lissabon wordt verfoeid om zijn lelijkheid, is even stuitend als prachtig. Een contrast dat compleet wordt door de containerschepen die met hoge frequentie voorbij varen, en aan de roodgloeiende horizon verdwijnen.

Daarheen verdween uiteindelijk ook Slauerhoff. Zijn artsenpraktijk kwam niet van de grond, waarna hij terugkeerde naar een reizend bestaan. Wie zijn gedichten over Portugal leest snapt waarom hij juist in Lissabon dacht te kunnen aarden: de droefheid die hij als romanticus koesterde, zag hij terug in de bewoners van de Portugese hoofdstad. Zoals hij zijn verdriet uitte in gedichten, zo uitten de Portugezen hun verdriet en gemis (saudade) in de fado. Ten slotte vergeleek hij de ondergang van de stad, die tijdens het kolonialisme het middelpunt van de wereld was, met zijn eigen dood. Die naar zijn idee altijd dichtbij was.

Inmiddels is Lissabon geen trieste stad meer die treurt om een ver en rijk verleden. Het is een trotse stad, waar de moderne kunst bloeit en waar voorzichtig gewaagde architectuur ontluikt. Lissabon is weer een metropool, maar tegelijk een compacte, overzichtelijke stad gebleven. Bovenal is Lissabon een intieme stad. En wie ’s nachts in de kleine cafés rondwaart, luistert naar de zangeressen in Alfama, door de kleine straatjes loopt en wegdroomt bij de Portugese gitaar, proeft nog een beetje de heimwee die Slauerhoff altijd is blijven voelen nadat hij de stad verliet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden