Een spreekkoor is geen mening

Debatteren is niet hetzelfde als het uiten van je mening. Filosoof Toine Janssen doet suggesties voor een zinvolle dialoog.

De informatieavond in Steenbergen, vorige week, heeft veel reacties losgemaakt. Begrijpelijk, omdat het een weergave was van wat in het huidige Nederland voor 'debat' doorgaat. Spreekkoren en scheldpartijen. Intimidatie en expliciete bedreigingen. Veel emotie, weinig ratio. Veel mening, weinig argument.

En denk niet dat dit te wijten is aan het lage niveau van scholing of het gebrek aan debatervaring van de deelnemers. Ook wanneer de discussie door beroepsdebaters wordt gevoerd, zoals in de landelijke politiek, is het schouwspel vaak niet verheffend. In de Tweede Kamer is de toon de laatste jaren allengs harder geworden. Beledigingen als 'U kletst uit uw nek' of 'U bent een grote nul' zijn niet alleen usance, ze worden niet eens meer gecorrigeerd door de voorzitter.

Argumenten zijn tegenwoordig schaars in onze publieke discussies. Een belangrijke reden daarvoor is dat mensen het democratische debat verwarren met het uiten van je mening. De burgemeester van Steenbergen vond dat het weren van relschoppers tegen de democratie inging. VNU-voorman Kusters betoogde bij 'Pauw' dat het een democratisch recht van deze jongens was om hun woede te tonen. De innerlijke tegenspraak van 'democratische uitingen' die andere uitingen onmogelijk maken, werd bij 'Pauw' meteen al aangestipt door Sanne Wallis de Vries.

Meningencircus

Wat steeds meer wordt ingezien, is dat het meningencircus dat voor discussie doorgaat, eigenlijk helemaal geen gesprek is - terwijl de dialoog toch de kern van elk debat moet zijn. Net zoals een spreekkoor geen mening is, is een mening zonder argumenten helemaal geen standpunt.

Een mening hebben, betekent de pretentie hebben deze mening te kunnen onderbouwen. 'Ik vind dit...' betekent eigenlijk altijd 'Ik vind dit, want...' Zonder die impliciete verantwoording is er geen mening. En zonder het expliciet maken van die onderbouwing kan er geen gesprek zijn.

Bovenstaande kritiek is niet nieuw, sterker nog, zij is zo oud dat we mijn mening onmogelijk als een verrijking van het debat kunnen zien. Maar ik wil ook iets nieuws toevoegen: ik wil suggereren hoe we beter met elkaar kunnen discussiëren.

Voor een fundamenteel andere, meer zakelijke debatvorm moeten we te rade gaan bij middeleeuwse universiteiten. Op die plaatsen werd namelijk een groot deel van het onderwijs gegeven in de vorm van een disputatio.

Hierbij stelde de leraar een kwestie aan de orde in de vorm van een vraag met een hypothetisch antwoord. Vervolgens spanden studenten zich in om tegenargumenten te verzinnen bij dit voorlopige antwoord. Deze tegenwerpingen werden voorafgegaan door de formule videtur quod... (het lijkt erop dat...)

Op deze tegenwerpingen volgden weer andere tegenwerpingen, ter verdediging van het oorspronkelijke antwoord, ingeleid door sed contra... (daarentegen...).

De leraar vatte vervolgens de discussie samen (respondeo dicendum... - ik antwoord met de woorden...). Hij koos voor het eerste antwoord of juist de ontkenning, of, wat vaak het geval was, hij gaf aan hoe de zaak eerst nog nader onderzocht moest worden door verschillende betekenissen van de kwestie te onderscheiden. Het ging er bij een disputatio ook niet om in één bijeenkomst een definitief antwoord te vinden, maar om de discussie een stukje verder te brengen.

Vertekeningen

Het mooiste aan de disputatio was de instelling waarmee het gesprek gevoerd werd. Bij elke stap ging het erom de sterkst mogelijke argumenten te vinden. Dit werd onder andere nagestreefd door bij elke tegenwerping eerst het argument te formuleren, waartegen zij gericht was. Pas als de eerdere spreker ermee instemde dat zijn woorden juist waren weergegeven, kon verder worden gegaan met de weerlegging. Dus geen stroman-argument opbouwen en bestrijden, geen persoonlijke aanvallen, geen weglatingen, geen vertekeningen, geen halve waarheden. Stel je voor dat een moderne discussie zo open gevoerd zou worden!

De procedure van de disputatio zou van vele inspraakavonden een echt gesprek kunnen maken. En zoals experimenten met de vorm in Nijmegen hebben laten zien, kan de oude opzet nog aanzienlijk verbeterd worden door hem te combineren met een online-discussie. Let wel: dit moet dan, net als het zaalgesprek zelf, een strak geregisseerde en geredigeerde discussie zijn, geen chaotische twitterstorm.

Voor de 'democratische woede' van Nimby's en NVU'ers zal dan nog steeds plaats zijn, op internet en op straat. Maar waar het belangrijk is dat er een echt gesprek wordt gevoerd, tussen voor- en tegenstanders, daar hebben argumentloze meningen ('voor een azc stemmen is landverraad') geen plek. Net zomin als feitenvrije uitspraken, logische tegenspraken of persoonlijke dreigementen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden