Een speurtocht naar 'nieuws' in Zuid-Libanon

Vandaag zeven jaar geleden viel Israël Libanon binnen. Vijf dagen later riep de VN in Resolutie 425 op tot de Israëlische terugtocht uit Libanees grondgebied. Maar Israël zit er nog steeds, in de zogeheten Veiligheidszone in het zuiden. Reden voor de Libanese regering om die ongenode aanwezigheid weer eens onder de aandacht te brengen. Meer dan 120 binnen- en buitenlandse journalisten meldden zich voor de georganiseerde bustocht.

Sinds 1978 zijn 150 van de 9000 inwoners van Kafr Roemaan omgekomen door bombardementen. Als de journalisten uit de bussen worden geloodst bij een monumentale villa, staan er enkel 'lokale' notabelen. Die bezitten weliswaar een buitenverblijf in het dorp, maar ze wónen in Beiroet.

“Van wie is dit huis?” stoot ik een wat oudere, gedistingeerde heer aan. “Van mij!” De man blijkt een sji'itisch parlementslid te zijn. In klassiek Arabisch steekt hij een flinke preek af hoe treurig het wel gesteld is met 'zijn' dorp. Maar de man brengt zijn dagen door in Beiroet en hij hoort slechts zelden een granaatinslag. De pers haakt af, op zoek naar 'echte' dorpelingen.

De dorpsdokter heeft voor de gelegenheid een gedicht geschreven over het lijden van de zuiderlingen en begint het, wederom in klassiek Arabisch, te declameren. Terwijl hij nog bezig is, moet de bus weer verder. De dokter blijft verbouwereerd achter. “We lopen achter op schema”, zegt de toerleider, een ambtenaar van het ministerie van informatie. Wijzend op een Israëlische post op een heuveltop, vertelt hij dat het hier bijzonder gevaarlijk is. Enkele journalisten beginnen te lachen. “Mevrouw, de Israëliërs schieten zelden rond dit uur, en zeker niet op sabbat”, stellen ze een bezorgde Duitse fotografe gerust.

Normaal gesproken wordt aan 14 maart weinig aandacht geschonken. Op die dag in 1978 bezette Israël het zuiden van Libanon. Tot op heden beheerst het een zes tot tien kilometer brede strook langs de 120 kilometer lange grens. Vanuit die zone beschieten de Israëliërs en het SLA (de aan Israël gelieerde militie) stellingen van Hezbollah. Al te vaak landen de granaten in de dorpen en zijn het de inwoners die de prijs betalen.

De volgende stop is het oude Israëlische interneringskamp Ansaar, gebruikt van 1982 - 1985 voor Libanese gevangenen. 'Zicht op interneringskamp, gesprek met 32 gevangenen die onlangs zijn vrijgelaten uit Khiam', meldt het programma. Dat moet interessant zijn. In Khiam, een Israëlische gevangenis op Libanees gebied, houdt Israël de Libanezen vast die het, meestal 's nachts, van bed licht. Het gaat veelal om verzetstrijders, maar er wordt ook willekeurig gekidnapt. Zo zit er een behoorlijk aantal vrouwen in Khiam. Dat willekeurige kidnappen is angstaanjagend voor de bevolking. Je weet nooit wanneer ze bij jou voor de deur staan.

'Wij verwelkomen 's werelds media' staat er op een groot spandoek boven de poort van Ansaar, terwijl 400 kleuters in roze uniformpjes een welkomstlied zingen. Een plaatselijke woordvoerder van de politieke partij Amal begroet ons. 'Toevallig' staat de inspirator van dit persuitstapje, parlementsvoorzitter Berri, aan het hoofd van die partij. De man vertelt hoe Berri dit kamp met zijn eigen geld, heeft omgebouwd in een soort lunapark voor de kinderen van een weeshuis. Het weeshuis, ook al gefinancierd door Berri, is genoemd naar Nabil Fahas, de eerste menselijke bom die met zijn auto op een Israëlisch militair voertuig inreed tijdens de invasie van 1982. “Dit zijn kinderen van de martelaren die in Ansaar zijn gestorven”, legt de Amal-meneer uit. Pardon, vraagt een snel rekenende journalist, het kamp ging dicht in 1985. Die kinderen zijn nog geen vijf jaar oud. “Sommige kinderen, zei ik”, snauwt de man. “En dan nu de gevangenen.”

De gevangenen blijken niet onlangs uit Khiam te zijn ontslagen. Het zijn ex-gedetineerden van Ansaar, dat al tien jaar geleden dicht ging. Hun ervaringen zijn bijzonder triest, maar de stemming is omgeslagen. “Ik dacht dat we gevangenen uit Khiam te spreken kregen”, roept een Amerikaanse journalist.

De lunch wordt genuttigd in het huis van niemand minder dan parlementsvoorzitter Nabih Berri. In de tuin van zijn monumentale villa wacht zijn vrouw de pers op. Het eten is goed, haar verhaal zit vol cliché's over het lot van de zuiderlingen. Een Marokkaanse correspondent zit driftig te pennen. Als ik over zijn schouder kijk, blijkt hij op te schrijven wat er voor de lunch geserveerd wordt.

Een bezoek aan Kfar Tibnit, waar de door Israël gesteunde militie de toegang tot de Veiligheidszone bewaakt, wordt abrupt afgebroken als twee Duitse journalisten, de velden in struinen, richting wachtpost. “Hó, nee hó”, roept de ambtenaar verschrikt, “daar kun je niet heen, dat is gevaarlijk.” “Had ze laten lopen”, moppert een collega, “dan had ik nog ergens over kunnen schrijven.”

We rijden door naar Hadas, een dorpje in Unifil-gebied. Hier verloor een man pas het leven toen er een granaat in zijn tuin landde. De familie is verbijsterd als er plots 120 persmensen op de stoep staan. De dochter raakt geheel over haar toeren als zij de plaatselijke Amal-politici ziet. De militie van Amal voert regelmatig operaties uit tegen Israëlische stellingen in de Veiligheidszone. Ze stort zich gillend op de heren in pak en schreeuwt hysterisch dat haar vader de prijs heeft betaald voor het verzet. “Donder op, donder allemaal op. Mijn vader is dood omdat jullie vanuit de dorpen vechten tegen Israël. Als jullie niet hier zouden vechten zou hij nog leven.” De heren druipen gegeneerd af. De camera's verdringen zich rond de vrouw. “Kom op jongens, laat haar alleen”, zegt iemand. Haar familie sleurt de vrouw naar binnen. Dit stond niet op het programma.

Steeds meer laten de zuiderlingen merken dat, hoewel ze tegen de Israëlische bezetting zijn, ze meer ellende dan profijt ondervinden van de acties van het verzet. Israël beantwoordt die doorgaans met zwaar geschut. De dorpsbewoners kunnen, als ze hard genoeg hollen, enkel afwachten in hun kelders.

Krakende kaken

De vissers in Tyrus vallen van het program. De Israëlische blokkade is opgeheven ter ere van het bezoek van Warren Christopher. En een bezoek aan het Ierse Unifilbataljon valt in het water als de Ierse commandant laat weten dat hij de pers twee uur eerder had verwacht. Hij heeft nu andere verplichtingen. De Finse luitenant is wel bereid de pers te ontvangen, maar die wil naar huis. Het is al zeven uur, buiten is het donker en er is geen diner gepland. De luitenant belooft het kort te houden. “Als wij verzetsmensen in ons gebied betrappen met wapens, confisceren wij die natuurlijk. Als zij echter willen infiltreren in onze zone, sturen we ze enkel terug. We nemen dan geen wapens af, want dan krijgen we mot”, zegt hij ernstig. De journalisten dwalen langzaam af richting keuken waar zij wat twijfelachtig in het knückebröd bijten. De Fin vervolgt zijn betoog voor een regiment krakende en malende kaken.

Op de terugweg naar Beiroet weten de meesten het zeker: Hier zit geen verhaal in. “Geen nieuws, dit verkoopt nooit”, zegt de Amerikaan. “Jullie Nederlanders zijn zo goedkoop, je zou nog over een dooie vis schrijven”, zeggen ze, als ze horen dat ik dit verhaal indien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden