Een Space Odyssee

Een paar weken leven we in eenvoud en harmonie op Krk. 's Avonds plaatst mijn broer zijn sterrenkijker op het terras en kijken we naar de planeten.

Stevo Akkerman, Gerbrand Bakker, Andrea Bosman, Antal Crielaard, Lodewijk Dros, Jan van Mersbergen, Manon Uphoff en Maartje Wortel schrijven deze zomer een verhaal over 'Familie'. Vandaag de laatste a¿evering.

Al een paar jaar is dit de routine: mijn broer (61), zijn zoon (14, loom, mooi, traag, in alle opzichten voldoend aan de beschrijving die Conrad in 'Il Conde, A Pathetic Tale' ooit gaf van Italiaanse jongens) en ons neefje van 11 reizen met ons mee naar ons huisje op het Kroatische eiland Krk. Neef 1 stapt 's nachts om 3 uur in de auto en begint meteen over de relativiteitstheorie. De ander beantwoordt je vragen alleen als je hem daarbij niet recht in de ogen kijkt. Het zijn Aspergertjes. Schijnt. Hoewel de mens beslist niet alleen staat in zijn neiging tot classificeren (chimpansees bijvoorbeeld, en vermoedelijk de meeste diersoorten, brengen onderscheid aan tussen honderden planten en fruitsoorten, tussen eetbare en niet-eetbare, giftige soorten) leven we in een tijdperk van overclassificatie.

"Ik haat dát boek", zegt neef 1, doelend op de DSM die hem tot een vreemde voor zichzelf heeft gemaakt. Soms wil hij weten of bepaald gedrag 'in het spectrum' valt, en dan denk ik aan mijn vader die ons, zijn kinderen, op straat opgewekt voorbij fietste en pas binnenshuis herkende. Dat leek ons toen goed genoeg.

In het zomerhuis voeden en laven we ze (worstjes voor het ontbijt, cola, sapjes) en gooien we ze op gezette tijden in de zee.

Neef 2 duikt sierlijk als een dolfijn het water in. De jongste staat rillerig in de brandende zon en schiet na afloop, bij 35 graden, onmiddellijk zijn beschermende mollenvacht van een lichtgrijs gevoerd colbertje in. Een paar weken leven we in eenvoud en harmonie. 's Avonds plaatst mijn broer zijn sterrenkijker op het terras en kijken we naar de planeten, buigen ons over de vraag of er een minimale lengte, een Planck-lengte, voor gedachten is. Ook bespreken we de kwaliteit van de zombies in de film 'The Walking Dead'. Een goede zombie is zompig, hardnekkig, en het moet hem of haar aan te zien zijn dat al zijn verlangens zijn teruggebracht tot één kloppende zucht van het limbisch systeem, een kramp van de amygdala.

Gebruind en zondoorstoofd (verbazingwekkend hoe lang zulke dagen duren in verhouding tot de snelheid waarmee ze voorbijgaan) pauzeren we op de terugweg in Weil der Stadt. Daar is het Keplermuseum met de platonische lichamen. In een plexiglazen kast bevinden zich de concrete metalen modellen van de regelmatige veelvlakken die door Plato in verband werden gebracht met de vijf kosmische bouwstenen van de wereld: vuur, lucht, water, aarde en hemelmaterie, en die door Kepler twee millennia later weer werden gelieerd aan de structuur van het zonnestelsel in een tijd waarin behalve de aarde slechts vijf planeten bekend waren.

Terwijl de oudste buiten aan zijn derde ijsje likt, strijken de vingers van mijn jongste neef over de dikke, bruine leren band van een boek met oude maanfoto's. Het intrigeert en ergert hem dat hij het Duits niet kan lezen. Hij wil wetenschapper worden maar vraagt zich, opgroeiend in een eenoudergezin met zeer beperkte financiële middelen, af of een studie wel voor hem is weggelegd.

Ik vertel hem niet dat hij maar beter aan het idee kan wennen straks meer te moeten lenen dan zijn moeder op jaarbasis verdient. En dat hij voor zulke bedragen niet bang mag zijn, omdat hij 'in zichzelf moet durven investeren'. Hij geeft nu al geen cent uit.

Er bestaat nu eenmaal een kloof tussen degenen die dit soort maatregelen bedenken en de mensen die ze moeten ondergaan. Ik schaf 'Die Kunst des Bücherliebens' van Umberto Eco aan waarna we verveeld door het stadje slenteren en plichtmatig de volgens het foldertje niet-te-missen-kerk binnenlopen. Daar wordt meteen duidelijk waar we overheen gelezen hebben. In een van de glas-in-loodramen [Der Teufel weist eine Ähnlichkeit zu Adolf Hitler auf] is duidelijk de afbeelding van Hitler te zien, in 1939 gemaakt door de kunstenaar JoKarl Huber. Dat idiote snorretje, die manische blik, de zwabberende vlerkenhanden. Het is alsof we de leider van het duizendjarige rijk kunnen horen, gevangen in glas, schuimbekkend in al zijn op de toekomst gerichte waanzin.

"Ons selectieve geheugen, zo belangrijk voor ons individuele leven", lees ik later die dag in 'Die Kunst des Bücherliebens', "maakt het groepen en gemeenschappen mogelijk om te overleven. Sinds het ontstaan van de mensheid hebben families en stammen hun ouderen ingezet en benut. Misschien waren die ouderen voorheen nog als nutteloos ervaren en werden ze afgedankt zodra ze niet meer in staat waren een bijdrage aan de gemeenschap te leveren. Met de spraak ontwikkelden zij zich echter tot het geheugen van de gemeenschap. Ze zetten zich in de grotten bij het vuur en vertelden wat er vroeger gebeurd was, vóór de geboorte van de jongeren (of wat ze dachten dat er gebeurd was - en dat is de functie van mythen).

Vóór de mensen deze gemeenschappelijke geheugens begonnen te raadplegen, kwamen ze zonder herinneringen ter wereld, kregen niet voldoende tijd zich een gezamenlijk en rijk geheugen te verwerven, en stierven. Maar na deze 'geschiedenisloze' periode en met de intrede van de taal, de orale traditie, kon een twintigjarige plotseling gelijk zijn aan een duizendjarige. Wat er vóór zijn tijd gebeurd was en wat de ouderen hadden geleerd, ging over tot zijn denken en werd er deel van."

Kepler en Hitler...

De neven liggen inmiddels bewegingloos uitgestrekt op de bank in de hotelkamer. De tv heeft maar één zender en daarop is 'The Planet of the Apes' te zien, gebaseerd op het beroemde boek van Pierre Boulle (een van de eerste boeken die ik uit mijn broers kamer stal. Ik kroop door het luik naar binnen en nam het mee en las over dr. Zaius en de verwoeste geschiedenis van de Aarde.) Tegen een schot van Brodski Pod (grenen latjes) volgen ze de avonturen van de apen. Het opvallende: alle apen kunnen spreken.

Na het eten klopt mijn broer op de deur. Hij hipt van het ene op het andere been. Het is geregeld: we kunnen naar het Kepler-observatorium. Hoewel er veel bewolking is, en de omstandigheden niet gunstig, zal voor ons, verre gasten, alles toch in gang worden gezet.

Huiverend beklimmen we even later de trappen van het observatorium, opgewacht door twee Duitse astronomen met ringbaardjes die uitleggen dat we ver in het verleden zullen gaan kijken. De hemel is donker, maar nog beslagen. De jongste neef wil weten of het mogelijk is ook in de toekomst te kijken. Ik denk aan 'The Space Odyssee', aan HAL, de computer die bang was om te sterven, 'I am afraid, Dave, don't do it ...' en aan de apen rond de monoliet. Dan trekken de wolken aan flarden en kunnen we door het geslepen glas om beurten de bleke maan met haar kraters zien, het gebutste oppervlak dat ik herken van de foto's waarmee mijn broer de wanden van zijn kamer had behangen. Ook de zoon van mijn broer, die na de zware maaltijd met tegenzin aan de klim was begonnen, werpt door de telescoop een blik op het stuk hemelgesteente. Hij is vergeten dat de DSM hem niet in staat acht te communiceren. "Gaaf, pa", hoor ik hem zeggen terwijl de twee Duitse astronomen ons bezien als een goedmoedig ouderpaar.

Dat is alweer even geleden.

De oudste neef staat voor zijn eindexamen. De jongste bijt zich een weg naar zijn toekomst. Ik heb 'Die Kunst des Bücherliebens' maar voor de helft gelezen ("We zijn ons er niet van bewust, maar onze rijkdom tegenover de analfabeet of tegenover degene die wel geleerd heeft te lezen, maar het niet doet, bestaat daaruit dat hij maar één leven leeft en zal blijven leven, terwijl de lezer er vele geleefd zal hebben.") Nieuwe geschiedenissen werden intussen gemaakt, door ons en door anderen. Ik zou kunnen zeggen dat daar komedies en tragedies tussen zitten. Maar liever zeg ik iets over deze plotloze momenten, de tedere lus in de tijd waar we ons soms in bevinden.

Het verhaal

Over haar laatste bundel, 'De zoetheid van geweld' (2013), schreef Rob Schouten onlangs in deze krant: 'Manon Uphoff is onze beste korteverhalenschrijfster, actief in een zeker onder Nederlandse schrijfsters stiefmoederlijk bedeeld genre.' Manon Uphoff (1962) groeide op in een groot, katholiek, chaotisch, arm, samengesteld gezin in de Utrechtse wijk Lombok. Die complexe jeugd duikt regelmatig op in haar romans en verhalen. In 1995 verscheen de verhalenbundel 'Begeerte', gevolgd romans als 'Gemis' (1997) en 'Koudvuur' (2005) en de novelle 'De ochtend valt' (2012). Voor dat laatste boek, waarin een jongen getuige is van een fatale ruzie tussen zijn ouders, kreeg ze in 2012 de Opzij Literatuurprijs.

Illustraties

Deze zomerserie wordt geïllustreerd door studenten van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Een dertigtal studenten ging aan de slag, uit hun werk zijn de acht beste illustraties gekozen. De Britse Holly Champion (Cornwall, 1991) koos voor het verhaal van Manon Uphoff. Ze moest het doen met een korte samenvatting in het Engels. "Maar dat thema, language through astronomy, spreken via de sterren, sprak mij erg aan." Holly wilde in Nederland studeren en koos voor de Willem de Kooning Academie 'omdat het een van de beste in Nederland is'. "Deze illustratie is een monoprint die ik op de computer verder heb bewerkt. Voor mij een bijzondere techniek. Normaal werk ik met viltstiften. Gewoon stiften waarmee kinderen ook tekenen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden