Een soort van ontknoping

In Voorschoten is een straat vernoemd naar de in 1944 geliquideerde Teun de Groot. (Trouw)

De vader van Teun de Groot uit Heiloo was één van de slachtoffers van de moordacties die Heinrich Boere op bevel van de Duitse bezetter uitvoerde. Oorlogsmisdadiger Boere (88) moet volgende week voor de Duitse rechter verschijnen. Het is waarschijnlijk het laatste proces tegen een Nederlandse oud-SS’er, die na de oorlog zijn straf wist te ontlopen. „Dat Boere nu juist door Duitsers opnieuw wordt berecht, vind ik mooi.”

De berechting van sluipmoordenaar Heinrich Boere, eind deze maand in het Duitse Aken, is voor Teun de Groot uit Heiloo ’ongeveer de belangrijkste dag’ van zijn leven. „Het is een soort van ontknoping voor mij”, zegt de 76-jarige.

In zijn hart is hij blij dat het uiteindelijk Duitsers zijn die het vonnis zullen vellen over de oorlogsmisdadiger die in Nederland voor zijn levenslange straf wegliep. „Zo helpen ze mee hun beschamende verleden uit te wissen.”

„Ik wil er bij zijn op die eerste zittingsdag bij de rechtbank in Aken. Ik ga zo zitten dat ik zowel Boere als de aanklager recht in de ogen kan kijken. Voor mij het is een dag van opluchting. Ik zie er niet tegenop. Ik vind het een hoogtepunt. Mensen snappen dat niet altijd. Mijn vrouw wil liever niet dat ik ga, ze denkt dat ik me te druk maak over dit proces. Maar dit is voor mij een afsluiting van een periode.”

In Voorschoten is een straat genoemd naar zijn vader Teun de Groot, de rijwielhandelaar die op 3 september 1944 door Nederlandse SS’ers werd geliquideerd. Het was een vergeldingsactie voor de moord, een dag eerder, op de commandant van de Landwacht in Voorschoten. Het is nog altijd de vraag of de collaborateur wel werd omgelegd door het verzet. Maar hoe dan ook, de Duitsers wilden dat de moord op de landwachter werd gewroken. Eén landwachter was drie levens waard, het leven van Teun de Groot was daar één van.

De datum 3 september 1944 staat zijn zoon in het geheugen gegrift. „Ik was elf jaar, bijna twaalf. Mijn vader was alleen thuis, toen ze aan de deur kwamen. Omdat mijn moeder in het ziekenhuis lag, waren wij ondergebracht bij ooms en tantes. Ik logeerde in Rotterdam. Mijn oom kwam het mij vertellen om een uur of een ’s middags. Het was ’s ochtends om half acht gebeurd. Dat moment waarop het je wordt verteld, vergeet je nooit meer. Ik ben toen in één klap volwassen geworden. Ik was totaal van de kaart, ik weet nog dat ik maar bleef huilen, de hele dag heb ik lopen brullen.”

Boere en zijn kompaan Hendrik Kromhout, die jaren terug overleed in Spanje, hadden die ochtend vroeg bij De Groot sr. aangebeld. De beide SS’ers waren in burgerkleding. Ze deelden mee dat ze van de politie waren en hem wilden verhoren. Ze vroegen hem om zijn Ausweis. De Groot, nog in pyjama, haalde zijn papieren en nadat Boere en Kromhout zich er van hadden vergewist dat ze de juiste voor zich hadden, schoten ze hem in de gang van zijn huis zonder pardon dood. De twee hebben elk ongeveer vier schoten afgevuurd op De Groot.

Na hun daad reden beide SS’ers naar het huisadres van kantoorbediende Frans Willem Kusters in Voorschoten. Zijn vrouw deed open. Omdat ze niet ook de vrouw wilden doodschieten, namen ze Kusters mee in hun auto mee naar Wassenaar, waar ze hem in een stille straat liquideerden. De moordaanslag op een derde persoon, Bertus van Aken uit Voorschoten, mislukte. De man werd in zijn rug geschoten, maar hij overleefde.

Door de moord op zijn vader veranderde het leven van de jonge Teun op slag. „Het draaide bij ons thuis om mijn vader. Mijn moeder kon het huishouden mentaal niet aan. Ik had een bijzondere band met hem. Hij was een heel optimistische, humoristische man. Maar bovenal had hij een indringend gevoel voor wat goed en slecht was. Hij was diaken, ondercommandant van de brandweer in Voorschoten, voorzitter van de christelijke zangvereniging.”

„Hij leerde je wat goed en slecht was en hij was heel openhartig over de bezetter. In de werkplaats – hij was fietsenmaker – hingen grote kaarten aan de muur waarop hij met vlaggetjes dagelijks bijhield hoe de oorlog aan het Oostfront verliep. Ik herinner me dat Duitse officieren een keer in de werkplaats kwamen, in vol ornaat. Ze wilden een Bekanntmachung ophangen. Hij werd laaiend. ’Sodemieter op met die rotzooi, niet in mijn werkplaats’, zei hij tegen die lui. En ze dropen netjes af, dat pamflet hebben ze toen maar aan de buitenmuur opgehangen. Nee, de Duitsers hadden mateloos de pest aan hem.”

„Ze hebben ons huis wel eens beklad. Er is ook wel eens een oploopje geweest van NSB’ers. Twintig, dertig man stonden voor het huis ons te sarren en uit te dagen. Dan kalkten ze leuzen op de gevel: ’Hier heerst de Engelse ziekte’. Mijn vader werkte voor de ondergrondse, hielp onderduikers aan een plekje. Hij was een zeer gehate figuur bij die lui. Hij was 42 jaar toen ze hem doorschoten.”

Na de moord kreeg de 11-jarige Teun een andere rol in het gezin met vijf kinderen. „De hongerwinter kwam. Ik moest zorgen dat er eten kwam en brandhout. Bij een bevriende boswachter ging ik met een handkarretje eiken stammetjes halen. Met die kar zeulde ik dan door de modder. Mijn moeder zei achteraf tegen mij: jij hebt ons door de hongerwinter geholpen. We kregen eten van de gaarkeuken. Eén keer hebben wij een jutezak vol met eten gekregen van de ondergrondse. Daar zaten weckflessen met voedsel in, gejat bij NSB-boeren. Daar hebben we een hele tijd goed van kunnen eten.”

Er is nog geen gerechtigheid geweest na de moord op zijn vader, vindt de nu 76-jarige De Groot. Heinrich Boere werd in 1949 door het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam ter dood veroordeeld voor drie moorden en een poging tot moord die hij pleegde als lid van de Silbertanne Aktion, dat in het geheim burgers liquideerde.

Maar Boere zat toen al ondergedoken in een kast bij zijn moeder in Maastricht, waar de politie hem ondanks enkele zoekacties nooit heeft gevonden. De doodstraf werd later omgezet in levenslang. Sinds 1954 woont hij als vrij man in Duitsland, de laatste jaren in een bejaardencentrum in Eschweiler, vlak over de grens bij Kerkrade. Boere is 88 jaar.

„Je hoort wel mensen die vinden dat je zo’n oude man nu niet meer moet gaan berechten. Maar daar ben ik het niet mee eens. Juist nu moet hij worden berecht. Hij zal niet lang meer leven en hij heeft zijn schuld niet afbetaald. Eigenlijk moet hij daarbovenop nog rente betalen. Boere moet eigenlijk een zwaardere straf krijgen. Hij is altijd weggelopen voor zijn aandeel.”

„Ik hoop dat hij nog heel oud wordt en nog heel lang moet zitten. voor mij staat voorop dat hij berecht moet worden, hij moet verantwoording afleggen.”

De gewelddadige dood van vader heeft het gezin De Groot ontwricht, zegt hij achteraf. „Ons gezin is hierdoor helemaal uiteen gevallen. Het was de doodklap voor onze familie. We zijn uiteindelijk ieder onze eigen weg gegaan. Het onderlinge contact heeft er onder geleden.”

Tot tien jaar geleden heeft Teun de Groot gedacht dat de moordenaar van zijn vader allang dood was. „Ik heb me er eigenlijk nooit zo druk over gemaakt. Ik had mijn werk, de laatste jaren voor mijn pensionering werkte ik bij Hoogovens. Het leven ging zijn gewone gang. Maar toen zag ik in 2000 in een documentaire op tv dat Boere nog altijd ongestoord in Duitsland leefde. In die film zag je wat voor man hij is, hoe onverschillig hij is, dat hij de spot dreef met alles wat hij had gedaan. In die documentaire zei hij dat het niet moeilijk is mensen dood te schieten. Het zei: ’Het is een kwestie van je vinger even buigen en pang!’ Nee, dit is echt een gewetenloze boef.”

Sinds dat jaar, na het zien van de documentaire over de Silbertanne-moorden (van Jan Louter en Rob van Olm), is Teun de Groot bezig geweest met de nasleep van de moord op zijn vader. Hij heeft geen goed woord over voor de houding van de Nederlandse overheid bij de vervolging van oorlogsmisdadigers die hun straf ontliepen.

Opeenvolgende ministers van justitie hebben naar zijn mening te weinig gedaan om aan de situatie een eind te maken. Hij vindt dat ook Kamerleden, ondanks hun stevige uitlatingen, de bewindslieden onvoldoende op de huid hebben gezeten. De Groot vindt dat vooral het oud-Kamerlid Aleid Wolfsen (PvdA) is tekort geschoten.

Wolfsen zei in 2005 in een radio-interview dat hij de toenmalige minister Donner (Justitie) hinderlijk zou blijven volgen over de berechting van Boere. Volgens De Groot is Wolfsen zijn belofte niet nagekomen. „Ik heb hem daarover een brief gestuurd, maar ik kreeg geen antwoord.”

Wolfsen, sinds 2008 burgemeester van Utrecht, is het niet eens met de kritiek van De Groot. In een uitvoerige reactie schrijft hij: „De naar Duitsland gevluchte oorlogsmisdadigers hebben mij mijn gehele periode in de Kamer beziggehouden. Ze hebben tijdens de oorlog onbeschrijflijk veel leed aangericht en dat maakt het onverteerbaar dat ze hun straf hebben kunnen ontlopen. Ik heb geen jaar voorbij laten gaan waarin ik geen aandacht heb besteed aan deze kwestie: in overleg met de minister, in informeel contact met de minister en in Kamervragen. Wij hebben in de Kamer blijvend druk uitgeoefend. Ik vind dat de minister destijds deze kwestie voldoende serieus heeft genomen en heeft gedaan wat in zijn vermogen lag.”

„Ik herinner me de brief van de heer De Groot heel goed, maar ik was als Kamerlid niet in staat om op alle mails en brieven te antwoorden. Dat hij teleurgesteld is kan ik heel goed begrijpen. Dat ben ik ook. Alleen raakt dat hem als direct slachtoffer vanzelfsprekend onvergelijkbaar veel meer dan mij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden