Een soort opera vol twijfels

'KLaagliederen' van Toneelgroep Amsterdam gaat woensdag 16 nov. in première in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

HANNY VAN DER HARST

Eerst maar het 'wat'. Toneelgroep Amsterdam speelt de Oudtestamentische Klaagliederen van Jeremia, omdat artistiek leider/regisseur Gerardjan Rijnders al jarenlang rondliep met de wens 'iets' te doen met de 17e eeuw. Van zijn voorkeur voor de kerkinterieurs van schilder Pieter Saenredam was het maar een kleine stap naar de bijbelse figuren zoals Rembrandt hen uitbeeldde; en vandaar, via de omweg van Vondel-neen-toch-maar-geen-Vondel, naar de Statenvertaling uit 1637. Al eerder, onder andere in 'Hamlet', 'Richard III' en 'Andromache', had Rijnders onderzocht hoe met retoriek in de grote zaal om te gaan. In de Klaagliederen zag hij een mogelijkheid dat onderzoek voort te zetten.

“Maar het is ook een esthetisch experiment”, zegt Pol Eggermont over het 'hoe'. “De opzet is om met de tekst, de kostuums van Rien Bekkers, het decor van Erik Kouwenhoven, de muziek van Boudewijn Tarenskeen en de choreografie van Bambi Uden een nieuwe theatrale compositie op te bouwen. Heel gestileerd. Het verloop is eerder muzikaal dan verhalend.” Een soort opera dus. Daarmee past deze voorstelling moeiteloos in de lange rij muziekdramatische produkties waartoe de Klaagliederen componisten hebben geïnspireerd.

Verschil is wel, dat de acteurs in dit geval een grote inbreng hebben. Tijdens de repetities, vertelt Eggermont, hebben ze met z'n allen steeds naar de dramatiek in de tekst gezocht: “Er zitten verschillende stemmen in. Daarin schuilt de kiem voor een dramatisch conflict: tussen aan de ene kant diegenen die, ondanks hun buitensporige straf, blijven geloven dat er een God is, die zich bovendien uiteindelijk met zijn volk zal verzoenen, en aan de andere kant de mensen die daaraan twijfelen.”

“Vanzelfsprekend is er met de acteurs lang gepraat over de inhoud. Jouw vraag wat je vandaag de dag met deze tekst aanmoet, die vraag hebben wij onszelf natuurlijk ook gesteld. We geloven niet meer, of anders, in God en in de komst van de Messias. Onze moderne twijfel hebben we in de voorstelling verwerkt. Wel vroegen we ons steeds af hoe we die twijfel konden laten doorsijpelen zonder de tekst te ontkrachten. Dus geen ironie. Dat zou wel erg gemakzuchtig zijn. Dan kun je de tekst net zo goed níet spelen.”

Ritueel

Het resultaat van die lange gesprekken heeft gestalte gekregen in de rol van acteur Kees Hulst. Hij is de buitenstaander, de twijfelaar die zich tegen het geloven en bidden van de anderen blijft verzetten en daarmee voor een tegentoon zorgt. Maar ook het omgooien van de volgorde van de vijf liederen bleek te werken. “Zoals ze in de Bijbel staan, vormen de liederen een concentrisch opgebouwde bespiegeling over leed. Dankzij die structuur, met die vele herhalingen, krijgt de tekst een sterk ritueel karakter. Met als strekking dat de mensen zich, ondanks hun twijfel, toch met God verwant voelen. Door die structuur te veranderen, en we hebben echt alle volgordes uitgeprobeerd, ontstaat er een ander effect. Er zit nu veel meer twijfel in. Twijfel is het sleutelwoord.”

Maar laten we ook 'ontreddering' niet wegcijferen: 'Zie, HEERE, aanschouw toch, aan wien Gij alzo gedaan hebt; zullen dan de vrouwen haar vrucht eten, de kinderkens, die men op de handen draagt? Zullen dan de profeet en de priester in het heiligdom des Heeren gedood worden?'/ 'De jongen en de ouden liggen op de aarde op de straten; mijn jonkvrouwen en mijn jongelingen zijn door het zwaard gevallen; Gij hebt hen in den dag Uws toorns gedood, Gij hebt hen geslacht en niet verschoond.' Het staat er zo mooi, maar het is wel vreselijk.

En dat moet, vindt Eggermont, vooral zo blijven. “Die mensen zijn hun fundament kwijt, hun wereld is weggevaagd. Hun ontreddering daarover is volgens mij heel herkenbaar voor een modern publiek. Het zou zelfs associaties kunnen oproepen met de teloorgang van het communisme. Niet dat we dat in de voorstelling leggen, absoluut niet. Maar je hoopt natuurlijk wel dat het publiek zelf allerlei associaties krijgt.”

Zijn aandeel als dramaturg heeft Eggermont vooral in de zomervakantie geleverd, door diverse vertalingen en een exegese van professor J. Renkema uit Kampen te lezen en historisch materiaal te verzamelen. En omdat Eggermont zich desondanks 'echt niet competent' voelde om de acteurs eventjes bij te spijkeren op het gebied van joods-christelijke geschiedenis, werd de hoogleraar gevraagd een lezing te houden, wat op een levendige discussie van zo'n vijf uur uitliep.

Sindsdien is het voor hem, naast het samenstellen van het programmaboek, vooral een kwestie geweest van er vaak bij zitten en kijken. Wat hij tot nu heeft gezien, omschrijft hij als 'een droom waar je heel langzaam wordt ingetrokken. Een droom vol twijfel.'

Op grond van wat hij heeft verteld, zou het mij niet verbazen als in de recensies de term 'monumentaal' opduikt, zeg ik. Brede grijns: “Dat weet ik wel zeker.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden