Een solitair, onzichtbaar beroep

Literair vertalers ploeteren in hun eentje op hun zolderkamer. Dat beeld trekt te weinig jongeren naar het vak. Net als het gebrek aan opleiding, begeleiding en het lage honorarium. Vooral dat laatste zit de vertalers dwars.

Hans Nauta

’Vertalen is een ongezond beroep. Professionele vertalers, die vanwege hun hongerloon gedwongen worden teksten te vervaardigen als blini’s, boek na boek, jaar in jaar uit, kennen rust noch duur en vallen aan zenuwziekte ten prooi. Ze lopen een verhoogd risico op afasie, verzwakking van het spraakcentrum, taalvernietiging, acute neurasthenie. Preventie van arbeidsongeschiktheid is geboden. De beroepsziekte moet worden bestudeerd en voorkomen.”

Zo schreef dichter en vertaler Osip Mandelstam in 1929 aan de Sovjet-Russische schrijversbond. De vertaling naar het Nederlands is van Rokus Hofstede, en dat mag niet onvermeld blijven in het pleidooi ’Overigens schitterend vertaald’ waarin het wordt geciteerd, en dat opkomt voor vertalers.

Zit een schrijver volgens het cliché op een zolderkamer te ploeteren, vertalers hebben het nauwelijks beter. En dat beeld trekt weinig jongeren naar het vak, net als het gebrek aan opleiding, begeleiding en het lage honorarium.

Elke beginner begaat dezelfde stommiteiten, zegt vertaalster Kiki Coumans (37). Zoals een passage te letterlijk vertalen, of lange zinnen in even lange overzetten. Toen ze bij haar studie Frans het bijvak literair vertalen volgde, moest ze vechten voor een stuk Proust. „Dat was al vertaald, en ze dachten dat ik zou afkijken.” Een goede vakopleiding zou niet verkeerd zijn, zegt ze.

Boukje Verheij (39), vertaalster Engels, is ’stikjaloers’ op beginners die sinds enkele jaren workshops kunnen volgen aan de particuliere Vertalersvakschool. Zelf studeerde ze klassieke talen, en aan de hogeschool werd ze algemeen vertaler. „Maar het was onbelangrijk of je iets mooi verwoordde.”

Esther Ottens (42) volgde de inmiddels afgeschafte vertaalopleiding. „Daarna viel ik in het diepe, want ik had niets geleerd over opdrachten binnenhalen of tariefonderhandelingen.” Na een omweg langs reisgidsen en knutselboeken kwam ze bij de literatuur uit, een wereld die je niet zomaar betreedt. Uitgevers betalen steeds hogere voorschotten op boeken, en raken lang niet altijd uit de kosten. Ze spelen op safe en een jonge vertaler is een risico. „Zorg dat je voor een uitgever een proeve van bekwaamheid hebt. Vertaal een romanfragment voor een tijdschrift, of vraag of je mag proefvertalen”, adviseert Coumans beginners.

Het vak moet bij jongeren onder de aandacht worden gebracht, zegt Ottens. Maar onopgemerkt blijven hoort er nu eenmaal bij. Verheij vindt het ’vrij schokkend’ als alweer een recensent de vertaler en diens invloed negeert. Hoe beter je vertaalt, hoe onzichtbaarder je bent, zegt Coumans. De vertaalster Frans noemt het een ’solitair beroep’, zoals Ottens als vertaalster Duits spreekt van einzelgüngers.

Op Ottens terrein is de situatie het somberst. Minder Nederlanders studeren Duits dan Duitsers Nederlands. De Duitse krant Neue Zürcher Zeitung waarschuwde dat de minder bekende klassieken bij de buren niet meer vertaald worden en in de vergetelheid raken. Alleen de gangbare of prijswinnende titels liggen in de winkel. Duitse literatuur geldt als ’moeilijk en humorloos’. Onzin, zegt Ottens. Wel is het lastiger om aan een Duits dan aan een Engels boek te komen. „Dat komt ook door de afwegingen van uitgevers.”

Alledrie voelen ze dat de boekenwereld verzakelijkt. „Als je de korte omlooptijd van titels ziet, en de vele middelmatige boeken die verschijnen, zou je haast zeggen dat het systeem niet klopt”, zegt Coumans.

Ze hebben elk hun favoriete uitgeverijen, die altijd afspraken nakomen en het hele vertaaltraject probleemloos laten verlopen. Elders gaat de zakelijkheid gepaard met desinteresse.

Coumans: „Steeds vaker leest de redacteur het oorspronkelijke boek noch de vertaling, en is de corrector een student.” En vertalers stuiten op redacteuren die een niet kloppende Nederlandse titel verzinnen voor een boek dat ze niet gelezen hebben. Het klinkt zo lekker.

Verheij spreekt van een treurige bedoening. „Er zijn te weinig vakmensen die een boek goed persklaar kunnen maken. Redacteuren en correctoren verdienen betere opleidingen.”

Vertalers die niet kunnen verkroppen dat een boek waarmee ze geleefd hebben zo op de markt verschijnt, huren soms zelf voor honderden euro’s een eigen corrector in, zegt Coumans. „Schandalig dat de kleinste partij die kosten moet dragen. De uitgever kan dat geld best missen.”

Zelf een corrector inhuren, het is te verklaren vanuit de liefde voor literatuur. „Een vertaler wandelt tussen de regels, en mag met zijn handen aan het werk van de schrijver zitten. Ik bepaal wat de Nederlandse lezer leest.”

Ottens: „Je kruipt in het hoofd van de auteur, ziet wat hij gezien heeft en geeft hem dan jouw stem. De vertaalpuzzel kan wanhopig makend zijn, maar dat vergroot de kick als je iets goeds inlevert.”

Hoe goed ook, veel levert het niet top. Coumans: „In Nederland krijg je zes cent per woord. Bij een moeilijk boek kom je op een uurloon van 8 euro. Soms verdien ik 1800 euro voor vijf maanden werk.” Zonder subsidie is het niet te doen. „Maar die bijdrage stimuleert uitgevers niet om passender te belonen. Een vertaler moet intelligent zijn en academisch kunnen denken. Dan slaat het uitgeverstarief nergens op.”

Het standaardtarief is het minimumtarief. Een sonnet levert vijfendertig euro op. „Soms vragen ze of het voor minder kan. Als je protesteert krijg je de sneer dat je ’blijkbaar meer wil dan de rest’.

„Het is niet uit krenterigheid of omdat ze ons vak niet serieus nemen”, zegt Ottens. „Voor uitgevers die niet voor geheide kaskrakers kiezen, is een hoger vertaaltarief ondoenlijk. En sommige vertalers werken zo graag mee aan iets moois dat ze tevreden zijn met het minimum. Dan ben je geen sluitpost, maar sta je aan dezelfde kant als de uitgever.”

„Wel hou ik mezelf steeds voor: Kan ik mezelf serieus nemen als ik dit accepteer? Soms heb ik geen zin om iets voor een schijntje te doen. Ik weet dat ik meer waard ben.” Dat gevoel van eigenwaarde is een luxe die jonge vertalers zich niet kunnen veroorloven. „Veel vertalers werken onder de minimumprijs. Moet je niet doen, zo verziek je de markt. Maar wat als je anders niet rond komt?”

Coumans ziet dat vertalers over zich heen laten lopen omdat ze het werk zo leuk vinden.” Zelf komt ze wel rond van weinig geld. En meevallers zijn er ook. De vertaling van ’Het seksuele leven van Catharine M.’ leverde haar dankzij royalty’s tienduizend euro op.

Dat geeft een buffer, en die biedt de vrijheid om eens een boek af te wijzen. Zoals laatst, toen het haar tegenstond hoe negatief een schrijver over zijn verstandelijk gehandicapte zonen schreef. Niet in elk hoofd is het prettig vertoeven, je stem leen je niet zomaar uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden