Een soldaat heeft geen vijanden

Een klassieker, een diep ontroerend pleidooi voor menselijkheid

Behalve tijdens zijn dienstjaren in de Tweede Wereldoorlog verliet Mario Rigoni Stern (1921-2008) bijna nooit zijn geliefde bergdorp Asiago in de Veneto. In 1953 publiceerde hij zijn debuutroman 'Sergeant in de sneeuw'. Terwijl sommige linkse critici nog wat tegensputterden over het a-politieke en weinig patriottische karakter, kreeg Rigoni's boek al snel een eerbiedwaardige plaats in de Italiaanse cultuur en werd het verplichte lectuur voor vele generaties middelbaar scholieren.

Het is geen patriottisch verhaal over heldendom, veldslagen of strategie, maar een indringend verslag van de aftocht van het Italiaanse leger van het Russische front. Het is winter 1942. In Italië is Mussolini nog aan de macht, zijn alliantie met nazi-Duitsland is nog intact, de Russen zijn de vijand. Minder dan een jaar later zouden de rollen zijn omgedraaid. Net als andere Italiaanse oorlogsklassiekers (denk aan Primo Levi's 'Is dit een mens', Italo Calvino's 'Het pad van de spinnennesten' en Beppe Fenoglio's 'Een privékwestie') schuwt ook Rigoni's verhaal militaire, politieke en ideologische thema's om zijn aandacht hoofdzakelijk te richten op de gevolgen van de oorlog voor de hoofdpersoon en zijn directe omgeving.

Wat vooral blijft hangen van 'Sergeant in de sneeuw' zijn de indrukken die de Tweede Wereldoorlog achterliet in de mens Rigoni: zijn angst, kou en honger, zijn liefde voor de natuur en de verbondenheid met zijn strijdmakkers, de heimwee naar zijn geboortestreek, zijn waardigheid. De eerste zinnen zetten meteen deze toon van menselijkheid: "Nog altijd heb ik in mijn neus de geur van smeerolie op een gloeiend hete mitrailleur. Nog altijd heb ik in mijn oren en zelfs binnen in mijn brein het geluid van de sneeuw die knarste onder de schoenen, het niezen en hoesten van de Russische wachten en het geluid van het droge gras op de oevers van de Don, dat door de wind gegeseld werd."

In dit boek ontbreekt zelfs een duidelijk vijandbeeld: volgens Rigoni moet je iemand persoonlijk kennen en weten welk kwaad hij je heeft aangedaan voordat je hem echt je vijand kunt noemen. De anonieme Russen, Fransen en Grieken die hij als Italiaans soldaat bevocht, noemde hij dan ook geen vijanden. In een beroemde scène van 'Sergeant in de sneeuw' klopt de hongerige Rigoni op de deur van een armoedig huisje, let wel: hij klopt, alsof hij een gast is, niet een vijandige soldaat. Tot zijn schrik treft hij binnen gewapende Russische soldaten die gezamenlijk zitten te eten. "Ze kijken me aan, hun lepels bevroren in de lucht."

Dan gebeurt er iets wonderlijks. Rigoni vraagt eenvoudigweg of hij ook iets te eten mag, waarop een van de aanwezige vrouwen hem een bord geeft en hij in stilte eet terwijl iedereen hem aankijkt en de adem inhoudt. "De tijd bestaat niet meer." Bij het weggaan vraagt en krijgt hij ook nog een honingraat mee voor zijn strijdmakkers. Rigoni beseft dat alle aanwezigen zich dit tafereel zullen herinneren zolang als ze leven.

Veel lezers zullen ook diep geraakt worden door de talrijke pijnlijk nostalgische terugblikken op de wereld die Rigoni en zijn kameraden in hun vaderland hebben achtergelaten. Zo stelt Giuanin zijn superieuren voortdurend angstige vragen als 'wanneer komen we weer thuis?' en 'we komen toch wel weer thuis?'.

Ofschoon iedere aanleiding voor optimisme ontbreekt, stelt Rigoni als een troostende vader toch alles in het werk om zijn mannen zoveel mogelijk gerust te stellen met hartverwarmende beelden van meisjes, wijn, eten, gezelligheid en vredige natuur. En dergelijke beelden van thuis flitsen soms zelfs op nadat een strijdmakker al is omgekomen: "De zon weerkaatste in de sneeuw. Die nacht was luitenant Sarpi gestorven door een mitrailleursalvo in zijn borst. Terwijl in zijn tuin de sinaasappels rijpen, moest hij hier in deze donkere loopgraaf doodgaan. Zijn oude moeder zal nog een brief van hem krijgen met de beste wensen."

Mario Rigoni Stern: Sergeant in de sneeuw. Herinneringen aan de aftocht uit Rusland. Vertaald en van een nawoord voorzien door Asker Pelgrom. Arbeiderspers, Utrecht; 176 blz euro 22, 95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden