Een slaaf voor elke gelegenheid

Slavernij in de Oost was anders maar niet minder mensonterend; Romeinse adviezen voor het houden van slaven

Het kon niet op voor veel Nederlanders in toenmalig Nederlands-Indië. Bij de nieuwverworven weelde hoorde uiterlijk vertoon. Een belangrijk statussymbool was de slaaf. Sommige gezinnen hadden er tijdens het diner achter iedere stoel een staan, andere slaven dienden het eten op of speelden in het orkestje dat de muziek verzorgde.

In een enkel geval ging de arbeidsverdeling zo ver dat er een aparte slaaf was voor het dragen en het aangeven van de rokerswaren of voor het dragen van de bijbel als de meester of meesteres op zondag ter kerke ging. Bij die gelegenheid was er zelfs sprake van een wedloop. Vooral vrouwen vonden het belangrijk om zich niet alleen met mooiste kleding en sieraden te vertonen, maar om ook een bijna even fraai uitgedoste colonne slavinnen mee te laten lopen.

De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) vond zo veel mensen die zich koninkje en koninginnetje waanden gevaarlijk. Het 'weeldeplakkaat' stelde paal en perk aan de pronkzucht. Voor alle rangen en standen werd voorgeschreven wie wat mocht dragen en hoeveel slaven daarbij hoorden.

Schrijver/onderzoeker Reggie Baay heeft in 'Daar werd wat gruwelijks verricht. Slavernij in Nederlands-Indië' zowel oog voor de curieuze als voor de akelige kanten van de slavernij in de Oost. In de ogen van de kolonialen waren de slaven die ze bezaten een soort huishoudelijke apparaten die hun leven veraangenaamden. In mensonterend behandelen, seksueel misbruiken of wreed straffen zagen veel Nederlanders geen kwaad. De VOC stelde wel regels op, maar daar werd niet de hand aan gehouden.

Nadat de slavernij in 1860 officieel was afgeschaft, bleef die in de praktijk nog jaren bestaan. De schadeloosstelling vond men te kostbaar. Een journalist van Sumatra Post sprak er schande van dat er in 1902 op veel plaatsen nog niets was veranderd: "Als een droevig feit kan het opgetekend worden, dat daar mannen, vrouwen en kinderen als koopwaar worden verhandeld en dat de slavernij dier vele ongelukkigen schrikkelijk wreed en hard is; ánders, maar niet minder leed- en lijdenbrengend dan het lot der slaven tegen wie vroeger in de West de blanke officier zijn zweep ophief."

Aan de inlandse slavenpraktijken voor en tijdens de Nederlandse heerschappij besteedt Baays goed geschreven boek weinig aandacht. Ook de vergelijking met de activiteiten van andere imperialistische machten in deze Aziatische regio wordt niet echt gemaakt.

Daar staat tegenover dat 'Daar werd wat gruwelijks verricht' op overtuigende wijze ons vertekende geschiedbeeld corrigeert dat slavernij toch eerst en vooral in de West situeert.

Dat misverstand kan niets te maken hebben met sluimerend nationalisme. Nederland aarzelt tot op de dag van vandaag om de hele waarheid over 'de Gordel van Smaragd' tot zich te nemen. De zwartste bladzijdes over de Politionele Acties na 1945 laten velen liever onbelicht. Als het gaat over de eeuwen daarvoor, speelt vaak iets van trots op. Het aloude 'Daar werd wat groots verricht': Nederland bracht toch maar mooi de eerste multinational in de wereld voort. Nog in 2006 hield premier Jan Peter Balkenende 'die VOC-mentaliteit, over de grenzen heen kijken, dynamiek' ten voorbeeld aan de natie. Bij zulke sentimenten passen geen nare verhalen over geknechte inlanders.

De slavenhandel in de Oost was van begin af aan minder zichtbaar dan die in de West. Het ging om kleinere aantallen mensen, die bovendien niet aan het werk werden gezet op plantages. De lijfeigenen in Indië waren in veel gevallen huisslaven. Dat zij onder een mild regime leefden, was een idee dat in de beeldvorming ontstond door allerlei misverstanden.

Kleur speelt eveneens een rol. Slaven voor de West werden uit Afrika gehaald. Ze waren ook door hun getinte uiterlijk herkenbaar. Eigenlijk geldt dat tot op de dag van vandaag. Donkere mensen uit Noord-, Midden- of Zuid-Amerika weten dat ze waarschijnlijk afstammen van slaven. Een deel van hen houdt de herinnering aan die mensen van toen ook levend. Van mensen met wortels in het voormalig Nederlands-Indië weet bijna niemand zeker of hun voorouders slaven waren.

Reggie Baay: Daar werd wat gruwelijks verricht. Slavernij in Nederlands-Indië.

Athenaeum - Polak & Van Gennep; 300 blz. euro 19,99

Romeins slavenmanagement

"Houd het gedrag van je slaven goed in het oog en geef ze navenant te eten. Ken privileges toe als ze die verdiend hebben. Voedsel kan een mooi extraatje zijn voor een fijne prestatie. Ik beloon mijn huisslaven graag met de restjes van mijn diner als ze me goed hebben bediend."

Het is slechts een van de tips van Marcus Sidonius Falx voor de lezers van het 'Handboek slavenmanagement'.

Zoals Machiavelli leiders wilde leren om macht uit te oefenen, zo doceert de Romein over de finesses van het beheer van slaven.

"Jammer genoeg leven we in een wereld met almaar meer christenen", zegt Falx aan het einde van zijn handboek over wat hij 'een bizarre sekte' noemt. "Hun bijgeloof is aantrekkelijk voor slaven, met zijn praatjes over de zachtmoedigen die de aarde zullen erven."

Niet dat Falx de ergste uitwassen bij de behandeling van slaven goedpraat. Hun meester dient streng doch rechtvaardig op te treden. "Huisslaven moeten zijn als muizen: rustig, schuchter en voortdurend rondscharrelend."

Romeinen dachten nog niet na over universele rechten van de mens, maar mede onder invloed van de filosofie van de stoïcijnen worstelden ze wel enigszins met het verschijnsel 'slaaf'. Tot veel meer dan een beetje behoorlijke behandeling leidde dat overigens niet.

Falx bestaat niet. Hij is bedacht door Jerry Toner, classicus aan de universiteit van Cambridge. Toch is zijn boek meer dan een pastiche op de Machiavelli-achtigen en het moderne managementboek. De door hem gekozen vorm geeft een betere inkijk in de psyche van de welgestelde Romeinen en de maatschappelijke verhoudingen in de Oudheid dan menig traditioneel geschiedenisboek. Met commentaren aan het eind van elk hoofdstuk laat de auteur zien wat het waarheidsgehalte van Falx' beweringen is en welke bronnen ze ondersteunen.

Aan het slot kan Toner het niet laten om na het lezen over mensonterende Romeinse toestanden wellicht ontstane gevoelens van morele superioriteit de kop in te drukken. Volgens schattingen van de ngo Free The Slaves zijn in de wereld van vandaag zo'n 27 miljoen mensen onder bedreiging van geweld aan het werk, meer dan op enig moment in het Romeinse rijk.

Marcus Sidonius Falx (Jerry Toner): Handboek slavenmanagement. Vertaald uit het Engels door Patrick de Rynck. Athenaeum - Polak & Van Gennep; 224 blz. euro 19,99

Premier Balkenende hield nog in 2006 de 'VOC-mentaliteit' ten voorbeeld aan de natie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden