'Een schrijver is per definitie een verrader'

interview | prijswinnaar | Met 'Jij zegt het' viel Connie Palmen al in de prijzen en morgen kan daar een nieuwe bekroning bijkomen. Een gesprek met de schrijfster over liefde, dood, roem en vooral over verraad. 'Ik denk dat ik de verliefdheid nodig had om een sensueel boek te kunnen schrijven.'

Liefde, dood en roem vormen een rode draad in het oeuvre van schrijfster Connie Palmen. Ze komen samen in 'Jij zegt het', de roman over het tragische dichterspaar Ted Hughes en Sylvia Plath, die haar begin vorige maand de Libris Literatuurprijs opleverde. Een 'roman waarin verlangen en gemis, liefde en dood een huiveringwekkend verbond zijn aangegaan', zo schreef de jury in het juryrapport.

De belangrijke literaire prijs zorgt voor mooie dagen in het leven van de schrijfster. 'Nog steeds blij', twitterde ze een paar dagen na de bekroning lachend in een kamer vol bloemen. 'Jij zegt het' belandde direct weer hoog in de CPNB-bestsellerlijst. Morgen wacht mogelijk de 'Fintro Literatuurprijs', de opvolger van de Gouden Boekenuil, de belangrijkste Vlaamse prijs voor Nederlandstalige romans.

Het is een ongewoon rimpelloze zegereeks voor Connie Palmen, die in de jaren negentig de AKO Literatuurprijs won voor haar roman 'De Vriendschap', maar die bij haar laatste twee boeken de nodig kritiek te verduren kreeg. Bij 'Lucifer', door Palmen een 'fictieve biografie' gedoopt, luidde de kritiek dat ze karaktermoord pleegde op componist Peter Schat op wie de hoofdpersoon Lucas Loos was gebaseerd. Later verscheen 'Dagboek van een onbarmhartig jaar', een verslag van rouw en verdriet in het eerste jaar na de dood van haar man, Hans van Mierlo, een openhartig boek dat met ongemak werd begroet.

De keuze voor Ted Hughes, in wiens huid we in Jij zegt het kruipen, is toch weer een rebelse daad van Palmen. Ted Hughes (1930 - 1998) is de Engelse dichter, voormalig Poet Laureate, die vooral roem verwierf als de overspelige echtgenoot van de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath (1956-1963). Zij pleegde in 1963 zelfmoord, nadat hij haar had verlaten voor een andere vrouw, en liet hun twee kleine kinderen en een stapel geniale gedichten achter.

Furieuze, wraaklustige gedichten, gericht tegen haar ontrouwe echtgenoot, haar verstikkende moeder, haar allang gestorven vader. Ze werden een paar jaar later als de bundel 'Ariel', bezorgd en ingeleid door Hughes, postuum bekroond met de Pulitzerprijs.

Plath groeide in de jaren zeventig uit tot een icoon van de tweede feministische golf die in de dichteres een welsprekende vertolker van het vrouwelijk onbehagen vond. En Hughes kreeg, zoals hij dat zelf noemde, de ondankbare 'mannelijke hoofdrol in haar drama'. De rol van Heathcliff, Don Juan, Blauwbaard, laat Palmen hem verzuchten. De Judas, die als moordenaar gebrandmerkt werd door Plath' volgelingen die zijn voorlezingen verstoorden, en die op zijn beurt verraden werd door vrienden die al te graag hun versie van zijn geschiedenis publiceerden.

Vele Plath-biografen gingen met zijn leven aan de haal, dat nog eens extra getekend werd toen in 1969 Hughes minnares Plaths zelfmoord imiteerde en hun vierjarige dochter meenam in de dood. Hughes zelf bleef zwijgen. Tot hij in 1998 kort voor zijn dood zijn versie van de geschiedenis presenteerde in zijn dichtbundel 'Birthday Letters'.

In het nu bekroonde Jij zegt het kruipt Palmen in de huid van de getergde dichter - de jailer, de rabbit catcher, de vampire, zoals Plath hem doopte in haar poëzie - en laat hem terugkijken op zijn huwelijk. "Weer een elegie voor een verloren geliefde", zo duidt de schrijfster licht sardonisch glimlachend in haar woonkamer in Amsterdam, "Maar wel heel anders dan mijn Dagboek van een onbarmhartig jaar".

Palmen begon acht jaar geleden aan de roman, als tweede deel in een tweeluik met haar boek Lucifer, maar liet het project liggen toen haar man overleed. Twee jaar terug pakte ze het weer op, bedacht dat ze nog een stap verder wilde zetten in haar mengen van fictie en werkelijkheid door te schrijven over bestaande personages die echte namen dragen, en die te laten reageren op bestaande biografieën. "Een fictieve autobiografie van iemand die dat zelf niet meer kan doen omdat hij dood is."

En ze bedacht dat een monoloog hiervoor de juiste vorm was. Ze schreef het boek in tien maanden, in een vloeiende beweging, zo vertelt ze. Overkoepelend thema: het verraad. Daaraan ondergeschikt andere vertrouwde Palmen-thema's: de symbiotische liefde, de verhouding leerling - leermeester, het belang van de biecht.

Palmen: "Ik had met Lucifer een zoektocht ondernomen naar het theologische probleem dat God ook het Kwaad nodig heeft. In het Oude Testament krijgt dat de naam 'hybris': hoogmoed. In het Nieuwe Testament krijgt het de naam verraad. Het interesseerde me dat in het bijbelse verhaal de beste vriend de verrader wordt, en dat dat zo een openbaring betekent. Degene die jou verraadt, openbaart iets over jou. En een schrijver is per definitie ook een verrader, iemand die iets openbaart wat anderen bedekt willen houden."

U opent de monoloog met een tirade tegen al die sensatiebeluste lezers. Als iemand geen inmenging wilde was het Ted Hughes. Was dat niet ingewikkeld?

"Dat maakte het juist erg leuk eigenlijk. Het had ook iets ondeugends dat ik iets aan het doen was wat mijn personage verafschuwde. Dat gaf het extra cachet. Het maakte van het schrijven meer een spel."

Het boek gaat van 'Jij zegt het' naar 'Ik zeg het'. Ik las het als een pleidooi voor de biecht.

"Nee, ik vind het geen pleidooi voor wat dan ook, want ik verdedig het op een complexe manier. Ik laat het hem haten en dan toch kiezen voor de openbaring omdat hij het ervaart als een loutering. Maar daarmee wil ik nog geen pleidooi houden voor bekentenisliteratuur. Over Plath laat ik hem zeggen dat ze gevangen is in het autobiografische."

Zij is gevangen in het autobiografische en hij wordt erdoor gelouterd? Hoe bedoelt u dat?

"Ik denk dat haar talent beperkingen kende, zoals ook zijn talent beperkingen kende. Haar nieuwsgierigheid gold vooral zichzelf. En dan heb je geen rijk psychologisch inzicht. Dan moet je het met weinig doen."

Hoe ver ging uw identificatie? Hughes geloofde in astrologie, deed aan seances. Bent u ook met het ouijabord in de weer gegaan?

"Nee, ik zou niet eens weten hoe het werkt. Maar astrologie heeft me altijd gefascineerd. In 'De Wetten' had ik ook een astroloog als personage. Mensen die zich bezighouden met astrologie hebben een rijk taalregister. Het teruggrijpen naar de mythische wereld om karakters te duiden heb ik altijd interessant gevonden. Maar ik heb ook altijd goed geweten wat de verschillen zijn tussen hem en mij. Hij heeft een naïever idee van roem dan ik. Ik ben veel meer geharnast tegen wat het betekent als je naam rond gaat zingen in het publieke domein. Maar die naïviteit heb ik hem als personage wel gegund."

U hebt zelf nooit de neiging gehad om met ingezonden brieven op aantijgingen te reageren?

"Nee, nee, nooit. Hij heeft het één keer gedaan toen de zelfmoord van zijn vrouw als feuilleton in The Observer beschreven ging worden door Al Alvarez, een goede vriend. Dat heeft hij als het ultieme verraad beschouwd, en toen heeft hij de publicatie van een tweede deel kunnen tegenhouden. De krant had dat al met schreeuwerige letters aangekondigd: volgende week de laatste minuut uit het leven van Sylvia Plath. Dat was ook ordinair."

Wat verstaat u onder zijn naïviteit?

"De ironie wil dat hij de grote veroorzaker is van de roem van Plath. Hij heeft haar gedichten bezorgd en van buitengewoon intelligent commentaar voorzien. Natuurlijk heeft haar zelfmoord meegewerkt aan de fascinatie, maar voor 1970 was dat geen publiek feit. Naïef was dat hij dacht dat hij die kennis tegen kon houden, dat hij zijn privéleven kon afschermen van de pers."

Had u deze geschiedenis ook vanuit haar kunnen schrijven?

"Nee, dat had ik niet gekund. Ik begreep hem beter. Ik vond zijn lot, het lot om ongewild in de biografieën terecht te komen ook interessant. Daar was ik mee bezig. Zij is op een troon gezet. De sympathie en het mededogen lagen bij haar. Ik kan me beter identificeren met Hughes, die stug en uitdagend is, en vrij onverschillig tegenover wat de buitenwereld van hem denkt. Zij was voortdurend bezig met wat de buitenwereld van haar dacht, plus ze was nogal hysterisch, wat ik moeilijk vind. Ze was een manipulatief iemand en ik heb een verschrikkelijke hekel aan manipulatieve vrouwen."

Was het dan wel makkelijk om van hem uit over hun liefde te schrijven?

"Oh ja, ik kon wel goed begrijpen waarom hij van haar hield. Vanuit zijn rol. En ik denk ook dat ze een gepassioneerd liefdesleven hadden. Hij viel echt op d'r. En ze was ook grappig, en intelligent en zorgzaam. En ze was ook een secretaresse voor hem. En alle secretaresses zijn manipulatief. Dat slik je maar. Onderdanig. Passief agressief."

Zelf raakte u ook in de ban van Hughes. Die fascinatie en adoratie voor een schrijver, was dat iets bekends?

"Ja, dat ken ik wel van mezelf. Dat het ook iets seksueels heeft. Dat heb ik ook met Michel Foucault gehad. Puur op zijn uiterlijk en de stijl van zijn schrijven. Iemand spannend vinden."

Maar Foucault zag er wel anders uit.

"Ik heb niet één type. En ik heb het ook niet vaak. Maar ik heb het met Hughes erg. En ik had het met Foucault ook erg. Die leefde toen nog. Ik ben ook naar Parijs gegaan, om hem te zoeken."

Het was wel een handicap dat hij homoseksueel was.

"Maar ik wilde het ook niet écht. Dat heeft niets met het verlangen naar realiteit te maken. Het is een virtuele verliefdheid. Ik las alles van hem."

Hughes stelde niet teleur?

"Nee, hij stelde niet teleur. Het was vrij ingewikkeld, ik schrijf vanuit Hughes. Maar net die afstand die ik voelde, die afstand waarin verliefdheid kan ontstaan, die had ik nodig om een beetje objectief te blijven, hem zo trouw mogelijk te zijn, gek genoeg. Het was geen gemis dat hij er niet echt was. Ik denk dat ik de verliefdheid nodig had om een sensueel boek te kunnen schrijven."

U wordt als schrijver ook geadoreerd.

"Andersom is zulke adoratie van lezers zelden aangenaam. Je gaat algauw aan stalkers denken."

Er is ook een roman aan u gewijd: 'Ica'

"Een mislukt boek naar mijn idee. Pseudo-literair. De schrijfster kent haar personage niet. Dan kun je iemand niet laten praten, niet laten bewegen, niet laten denken."

Toch schrijft u voor de lezers, niet voor uzelf.

"Oh zeker. Ik zou niet schrijven als ik niet gepubliceerd zou worden. Het grootste geluk ligt toch in het feit dat ik me voorstel dat dit naar de mensen gaat. Maar het is geen wederzijdse verhouding. Echt contact is niet de bedoeling. Mensen moeten niet aan mijn deur komen kloppen. Dit is wat ik te geven heb. De verbondenheid die ik wil met anderen; niet fysiek maar in de vorm van een boek. Maar het is wel wezenlijk en een vorm van geluk."

Vindt u dat geluk als lezer ook?

"Ik ben ook een gelukkige lezer. Dat hoort erbij. Je kunt je vinden in een boek. Je kunt je los maken van de wereld. Elk boek is een geschenk. Het voert je weg."

Bij de uitreiking van de Librisprijs citeerde u Hughes' uitspraak: 'Ik wil nooit vergeven worden'. Wat vond u zo ontroerend aan die tekst?

"Dat schrijft hij in een brief aan haar moeder vlak na haar zelfmoord. Het zegt iets over hoe je met schuld omgaat. Dat is de Yorkshire-man: die trots. Trotse mensen dragen schuld. Ik hou van schuld. Het betekent dat je verantwoordelijkheid neemt voor de keuzes die je hebt gemaakt. Ik plaats niemand zo hoog dat hij me kan vergeven. Er is schuld en ik draag die."

FINTRO Literatuurprijs

Geen enkele Vlaming werd dit jaar genomineerd voor de Vlaamse Fintro Literatuurprijs, de opvolger van de Gouden Boekenuil, die sinds 1995 wordt uitgereikt. Naast Connie Palmen dingen ook mee Stephan Enter (Compassie), Hagar Peeters (Malva), P. F. Thomése (De Onderwaterzwemmer) en Inge Schilperoord (Muidhond). De laatste twee waren ook genomineerd voor de Libris Literatuurprijs, die begin mei werd gewonnen door Connie Palmen.

De Fintro Literatuurprijs voor het beste Nederlandstalige boek (fictie/non-fictie) kent jaarlijks twee winnaars: een bekroond door een vakjury, dit jaar geleid door de Vlaamse journaliste Kathleen Cools, en een door een jury bestaande uit honderd lezers. Beide winnaars ontvangen 25.000 euro. Vorig jaar won Mark Schaevers de prijs van de vakjury voor zijn biografie 'De Orgelman', Niña Weijers won de prijs van de lezersjury voor 'De consequenties'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden