Een schop onder de mbo-kont

Nergens vallen zoveel studenten uit als op het mbo. De oplossing? Begeleiders die leerlingen binnen én buiten de schoolmuren achter de broek zitten.

NICOLE BESSELINK

Vraag hem naar een toetje en hij vertelt je tot in detail hoe het gerecht in elkaar steekt. Neem de soufflé van suikerbrood waarin een sorbet van appel verdwijnt. Daarnaast een bakje met allemaal kleine balletjes met de smaak van appeltaart. Of neem het boomschorsdessert, een chocolademousse dat door een mal de structuur van een boomstam krijgt.

Dat Harrald Regterschot (19) als kok-in-opleiding in de keuken staat van het chique Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag, ooit de broedplaats van kabinet-Balkenende IV, mag gerust een klein wonder heten. Lange tijd leek hij nooit een papiertje te gaan halen. Nu wil hij zijn mbo-diploma op niveau 3 afronden om daarna misschien wel door te leren voor horecaondernemer.

Het verhaal van Harrald is het verhaal van meer mbo'ers. De basisschool fluitend doorgefietst, een luie houding op de middelbare school en juist erg druk met alles wat niet met boeken te maken heeft. "Ik heb toen een tijd heel veel geblowd, ik was vooral bezig om de leukste jongen van de klas uit te hangen. Ik was heel vervelend en ongeïnteresseerd. Werd er vaak uitgestuurd en geschorst."

Met vijftien jaar verliet hij zijn school zonder vmbo-diploma en begon hij op het mbo in Wageningen aan de koksopleiding op niveau 2. Maar ook daar bleven de boeken tot zijn frustratie niet achterwege. "Voor het koken was ik wel gemotiveerd, maar niet voor de theorie. Leren heb ik nooit leuk gevonden."

Hoe hij dan toch zijn studie wist af te ronden? Deels een gelukje. Toevallig probeerde het Centraal Planbureau (CPB) op het Gelderse roc Rijn IJssel een methode uit die schooluitval moet voorkomen en waarvan het vandaag de resultaten bekendmaakt. Speciale begeleiders namen twee jaar lang acht klassen onder hun hoede. Ze stonden niet voor de klas, maar zaten achterin. Ze hielden uitgebreide kennismakingsgesprekken met studenten, hielpen hen met het plannen van huiswerk, met persoonlijke problemen, legden huisbezoeken af en kwamen langs op stageplekken. Volgden ze een verkeerde studie, dan zochten ze samen naar een nieuwe.

In een van die klassen zat Harrald. Hebben wij weer, was zijn eerste gedachte toen hij hoorde dat Resy van Vooren (59) en Edwin van Daalen (47) zijn klas in de gaten zouden houden. Spijbelde hij, dan hadden de twee het nog eerder dan de docent in de gaten. Maar anders dan de docent, werden zij niet boos. "Zou je niet beter terug kunnen gaan naar school, vroegen ze dan. Zei ik 'nee', dan zeiden ze dat ik dat zelf moest weten."

Langzaam groeide de band en het besef dat Van Vooren en Van Daalen, normaal werkzaam als maatschappelijk werker en ambulant begeleider op het roc, er waren om hem te helpen. Niet om hem met het vingertje op zijn gebreken te wijzen. De twee planden met Harrald zijn taken en regelden dat hij op school huiswerk kon maken. Thuis kon hij zich daar niet op concentreren.

"We zijn er allebei van overtuigd dat Harrald zonder ons na een jaar was uitgevallen", zegt Van Vooren. "Komt wel goed, mevrouwtje. Dat was in het begin zijn standaard antwoord." Ook zijn ouders denken er zo over, vertelt Harrald. "Toen ik mijn diploma kreeg, zeiden ze me dat dat nooit gelukt zou zijn zonder Resy en Edwin."

Vindt hij dat zelf ook? "Dat is een lastige vraag. Ik heb het niet altijd leuk gevonden dat zij me achter de broek zaten, maar achteraf heb ik er veel aan gehad. Ik had een schop onder mijn kont nodig. Die hebben zij mij gegeven. Maar uiteindelijk heb ik het natuurlijk wel zelf gedaan. Ik heb alle opdrachten gemaakt. Niet zij."

De aanpak op roc Rijn IJssel was een succes, stelt het CPB, dat de effecten op 450 leerlingen onderzocht. De ene helft kreeg intensieve begeleiding, de andere niet. Bij de groep met begeleiding nam het percentage schooluitvallers af van 17 naar 10, bij de controlegroep veranderde niets. Verder stapten gecoachte studenten die met hun studie stopten vaker over naar een nieuwe studie in plaats van helemaal te stoppen.

Ook financieel zijn de uitkomsten hoopvol. De begeleiding kost dan wel jaarlijks 3000 euro per student, maar dat weegt op tegen de maatschappelijke kosten die kwetsbare uitvallers met zich meebrengen, zo berekende het planbureau. Zouden alle mbo'ers op niveau 2 die intensieve begeleiding krijgen, dan scheelt dat jaarlijks ruim 2000 op de 12.000 uitvallers. Vergelijk je dat met ondermeer de uitkeringen die de overheid anders aan deze uitvallers kwijt zou zijn, dan scheelt dat netto 27 miljoen euro, aldus het CPB.

Opvallende conclusie is verder dat vooral risicogroepen - mannen, leerlingen boven de achttien jaar en leerlingen die niet meer bij beide ouders wonen - baat bij de begeleiding hadden. Volgens de coaches komt dat omdat zij de leerlingen beter leerden kennen dan een docent of loopbaanbegeleider. Zo kwamen ze bij leerlingen thuis over de vloer. Ze wisten wie de ouders waren, welke problemen er speelden en wie meer aandacht en begeleiding nodig had.

"Als je thuis bent geweest, schept dat een band", merkte coach Johanna van Bergen Henegouw (49). "Een leerling komt dan sneller naar je toe als er problemen zijn, want ik weet wie hun vader en moeder zijn. Ouders weten soms ook niet hoe zaken als studiefinanciering werken. Daar kun je dan mee helpen."

Of die ouders zijn er simpelweg niet, zoals Van Bergen Henegouw bij één leerlinge ontdekte. Ze zag dat het meisje niet goed in haar vel zat en de cijfers achterbleven. Wat bleek? Ze woonde alleen in Nederland, haar visum was verlopen waardoor ze geen studiefinanciering meer kreeg, ze kon haar huur niet betalen en had geen geld voor eten.

"Er was geen plek meer in haar hoofd. Ze had geen overzicht. We hebben toen een nieuw visum geregeld en dat samen opgehaald in Den Bosch." Dat was cruciaal, zegt Van Bergen Henegouw. "Als ik dat meisje niet aan de hand had genomen, waren we haar zeker kwijt geweest."

Glunderend denken de oud-coaches terug aan de twee jaar dat ze zich fulltime op de begeleiding van leerlingen konden storten. "Het was een luxe positie", zegt Van Daalen, die nu weer als ambulant begeleider aan de slag is. Twee jaar waren ze er helemaal voor de leerlingen, nu moeten ze het er weer bij doen. Dat is wennen. "Als loopbaanbegeleider of docent met meer taken is het toch lastiger om alle ballen in de lucht te houden", zegt Jacqueline Griep (43). "Voor je het weet, denk je: oh, daar ligt er een op de grond. Net te laat."

Waarom kan het roc die coaches niet behouden, zou je zeggen. Helemaal nu blijkt dat het financieel zin heeft. "Het is in deze tijd van bezuinigingen niet zo makkelijk om hiervoor geld vrij te maken", zegt CPB-onderzoeker Marc van der Steeg. Hij ziet niet snel gebeuren dat elke mbo-klas een begeleider krijgt toegewezen. "Ook al levert het de maatschappij geld op. De politiek heeft niet altijd de lange adem om onderzoeksresultaten af te wachten. Als er geld vrijkomt, is er vaak gelijk een bestemming bedacht zonder te weten of het blijvend effect heeft. Dat verbaast mij soms wel."

Voornaamste hoop van het CPB is dat politici en beleidsmakers maatregelen gaan kiezen waarvan wetenschappelijk het nut is aangetoond. Al zou het volgens Van Vooren al helpen als de intakegesprekken met leerlingen en de huisbezoeken door kunnen gaan. Dan weet je tenminste wie de risicoleerlingen zijn die een extra handje kunnen gebruiken.

Overigens laat Van Vooren dat handje bij Harrald nog maar moeilijk los. Ze belt hem regelmatig en als het even kan, komt ze lunchen op zijn stageadres. "Maar daar moet ik wel eerst voor sparen", lacht ze, "want hij werkt in dure restaurants. Dat krijg ik van school niet vergoed."

Het probleem van het mbo
In het schooljaar 2010/2011 stopten ruim 39.000 jongeren voortijdig met school. Daarvan komt zeventig procent van het mbo. Vooral op de laagste twee van de vier niveaus vallen relatief veel studenten uit. Zo stopten 12.000 leerlingen op niveau 2 voortijdig, een derde van alle uitvallers. Hoe dat kan, probeert het Centraal Planburau (CPB) uit te zoeken door juist op dat niveau verschillende methoden uit te proberen, zoals intensieve begeleiding van leerlingen. Waarom de overheid het CPB zulke onderzoeken laat uitvoeren, valt beter te verklaren. Waar een uitgevallen hbo- of universitair student nog wel kansen heeft op de arbeidsmarkt, schat de overheid die voor een uitgevallen mbo'er lager in. Zonder een diploma van minimaal niveau 2 is de kans op werk gering. De kans op werkloosheid, tijdelijke hapsnapbanen, lagere lonen, een uitkering en criminele loopbaan juist des te groter. Voor hen is het erop of eronder.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden