Een schatkamer vol met feministische kostbaarheden

Het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging viert vandaag en morgen zijn tachtigste verjaardag met een internationaal congres. Er zijn nog veel lessen te trekken uit de vrouwengeschiedenis.

Johanna Naber (1859-1941) heeft een erf met aangrenzend kunstgrasveldje in Dordrecht, Willemijn Posthumus (1897-1989) een straat in een villawijkje van Spijkenisse. En aan Rosa Manus (1881-1942) herinnert een singel in Heemskerk en een opvang in Leiden voor slachtoffers van huiselijk geweld. Maar wie kent deze drie vrouwen?

Hoewel zij in de frontlinie lagen van de internationale strijd voor het vrouwenkiesrecht, vrouwenrechten en vrede reikt hun roem niet veel verder dan naambordjes. Juist daarom wil Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, het drietal eren. Alleen al als grondlegsters van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) in 1935 hebben ze nog steeds grote betekenis, zegt directeur Renée Römkens van Atria. Als erfgenaam en voortbouwer viert het kennisinstituut vandaag en morgen met een internationaal congres de tachtigste verjaardag van bibliotheek en archief.

Manus, Posthumus-Van der Goot en Naber hadden in de gaten dat zonder documentatie en geschriften hun sociale beweging, achteraf een van de meest succesvolle in de vorige eeuw, in de vergetelheid zou raken. Vooral Manus verzamelde alles rond de strijd voor vrouwenrechten en Aletta Jacobs, die daarvoor de hele wereld afreisde. Het groeide uit door materiaal uit alle windstreken in de wereld - het was immers een internationale beweging en Nederlandse voorvechtsters hadden overal contacten. Ook de strijd in Nederland zelf tegen het uithollen van verworven rechten als werken, werd goed gedocumenteerd, evenals de activiteiten van de vele verenigingen en alles wat bijdroeg tot ontwikkeling van vrouwen.

De Tweede Wereldoorlog sloeg gaten. Met de Duitse bezetting van Nederland begon een roerige tijd waarin het archief zelf bijna geschiedenis werd: het leek gedaan met al het verzamelde werk. De Sicherheitspolizei verzegelde in 1940 het archief en roofde duizenden boeken, waaronder het manuscript van Hilda van Suylenburg - de emancipatieroman uit 1897 die een bestseller werd - brieven, foto's, tijdschriften en brochures. Zelfs typemachines, meubels en gordijnen werden ingeladen. Wel bleven stukken gespaard, zoals een deel van het archief van Aletta Jacobs omdat ze waren opgeborgen in een kluis. Het IAV verloor ook zijn voorzitter Rosa Manus.

Manus stond op nummer 39 van de lijst van gezochte personen en de Sicherheitsdienst pakte haar op in augustus 1941. Myriam Everard doet in het oktobernummer van het Historisch Nieuwsblad verslag van haar onderzoek naar de dood van de feministe. Volgens haar werd Manus niet vanwege haar joodse afkomst, maar vanwege haar internationale vrouwen- en vredesactiviteiten gezien als staatsgevaarlijk. "De Gestapo zag haar vermoedelijk aan voor communiste." Everard concludeert dat Manus waarschijnlijk in maart 1942 in Bernburg is vergast. Na de oorlog pakte de enige van de drie IAV-oprichters die nog leefde, Posthumus-Van der Goot, de draad weer op, overtuigd van de noodzaak om vrouwengeschiedenis te blijven boekstaven.

Nog altijd ondergeschikt

Die noodzaak is er nog steeds, vindt Atria-directeur Römkens. "Het is een ondergeschoven kind." Ze heeft daar wel een verklaring voor. "De geschiedenis is er een van machthebbers en overwinnaars. Als vrouwen zijn we inmiddels wel opgeschoven naar het midden, maar qua maatschappelijke macht zijn vrouwen gemiddeld genomen altijd nog ondergeschikt aan mannen."

Dat wat vrouwen doen vaak lager wordt gewaardeerd, dat vrouwen minder verdienen, bij scheiding financieel slechter af zijn, de zorg onevenredig is verdeeld, het toont volgens Römkens pijnlijke aan dat vrouwen als maatschappelijke groep ook in de 21ste eeuw nog deels in de marge verkeren. "Des te belangrijker is het te bewaren wat je doet. No documents, no history", citeert ze Mary Beard, voorloopster van de hedendaagse vrouwengeschiedenis. "En dat geldt nog steeds." De opdracht van haar kennisinstituut is dus het geestelijk erfgoed van Manus, Posthumus-Van der Goot en Naber te bewaren en voort te zetten.

Het deel dat is genegeerd en weggeschoven, moet worden ingehaald. "Er valt nog heel veel te herschikken om de betekenis van vrouwen een plek te geven. We hebben nu maar een gedeeltelijk perspectief. Neem de rol van vrouwen in technische vakken. De Britse Rosalind Franklin heeft bijgedragen aan de ontdekking van de DNA-structuur. Mannelijke wetenschappers kregen daarvoor de Nobelprijs. Pas later, te laat, kwam de erkenning van haar werk."

Aan dat herwaarderen en aanvullen van de geschiedenis - op papier, film en digitaal - werken ze hard aan de Vijzelstraat in Amsterdam, waar Atria is neergestreken. De 'schatkamer van feministische kostbaarheden' die de drie founding mothers voor ogen hadden, bevat van alles: dagboeken waarin vrouwen hun levens beschrijven, de Bouquetreeks en detectives van vrouwelijke auteurs. Er liggen affiches, getuigenissen van Rooie Vrouwen, Dolle Mina's over de tweede feministische golf, de baanbrekende roman 'De schaamte voorbij' van Anja Meulenbelt. Je vindt er interviews met migrantenvrouwen, en rijen rapporten en knipsels over onder andere man-vrouwverhoudingen, vrouwen en geweld, gezondheid, het denken over vrouwelijkheid en de voors en tegens van het huisvrouwenbestaan. En al die kennis uit bibliotheek, archief en wetenschappelijk onderzoek wordt gecombineerd om de positie van vrouwen te versterken en de discussies te voeden.

Vrouwen Electriciteits Vereeniging

Op de eerste etage met grote draaiende kasten laat archivaris Evelien Rijsbosch zien hoe het archief inmiddels is gegroeid naar 1,3 kilometer aan mappen. Hier bevinden zich ook delen van de oude schat. Met grote voorzichtigheid haalt Rijsbosch het grote reisdocument van Aletta Jacobs tevoorschijn, de getuigenis van haar reizen naar Afrika en China om de zaak van het vrouwenkiesrecht te bepleiten. Daar ligt ook de waaier uit 1912, als blijk van waardering van de Chinese vrouwenbeweging voor het bezoek van Jacobs en de Amerikaanse voorvechtster Carrie Chapman Catt.

Rijsbosch, die al meer dan 30 jaar rondloopt in de vrouwengeschiedenis, heeft als favoriet het 'Bulletin van de Vrouwen Electriciteits Vereeniging', een organisatie opgericht door Rosa Manus om het huishouden makkelijker te maken. "Ik vind het zo verrassend dat vrouwen in die tijd zich bemoeiden met elektrische apparaten, daar demonstraties mee gaven en leerden hoe ze te repareren. Met als hoger doel dat vrouwen meer tijd kregen om zichzelf te ontwikkelen." Op de tweede plaats staat een appelmoesopscheplepel versierd met een vrouw met vrouwenkiesrechtvaandel. "Verbazingwekkend welke middelen je kunt inzetten om tijdens het diner het gesprek op vrouwenkiesrecht te krijgen."

Op deze etage staan ook nog wat archiefdozen met Russische opschriften waarin de documenten en memoires verzameld door de grondlegsters, zijn teruggekomen uit Moskou. De Russen hadden ze uit Berlijn als oorlogsbuit meegenomen. Er kwamen prachtige oude foto's tevoorschijn van demonstraties voor vrouwenkiesrecht. Maar nog niet alles is terug. De hoop blijft bij Rijsbosch dat meer van het roofgoed boven water komt.

De historie compleet maken met verhalen die terzijde werden geschoven, is een belangrijke drijfveer, ook voor directeur Römkens. In de vrouwengeschiedenis ziet ze parallellen met het slavernijverleden. "Dat we die geschiedenis maar ten dele kennen, komt nu pas boven, meer dan 150 jaar na de afschaffing van de slavernij."

"We denken dat we tolerant en vooruitstrevend zijn. Dat heeft te maken met een vertekend zelfbeeld. Dat moeten we corrigeren." Je geschiedenis kennen, weten waar je vandaan komt - niet gedeeltelijk maar in zijn geheel - is voor een samenleving daarom onontbeerlijk, onderstreept zij. "Dan pas kan je verder kijken. Het scherpt je blik vooruit."

Vrouwen in de frontlinie

Rosa Manus, verbonden met de Vereeniging voor het Vrouwenkiesrecht en de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Veiligheid, verkreeg het archief en boeken van haar vriendin Aletta Jacobs. Zelf was ze ook een verwoed verzamelaar van boeken en documenten over de vrouwenbeweging. Als activiste in de International Woman Suffrage Alliance kreeg ze bovendien voor elkaar dat de internationale vrouwenbeweging ladingen materiaal stuurde. Bij buitenlandse onderzoekers is er daarom nog steeds grote interesse in de Amsterdamse collectie.

Self-made historica Johanna Naber, een liberale en protestantse denker, was bij het IAV helemaal op haar plek. Studeren buitenshuis was voor haar uitgesloten. Haar vader, een hoogleraar, wilde dat beslist niet. Maar zonder academische titel baande ze haar weg en publiceerde veel historische werken over prominente vrouwen. Door dat eigen onderzoek kende ze het belang om brieven en dagboeken te bewaren, ook als bronnen voor geschiedschrijving over vrouwen. Ze was presidente van de Nationale Vrouwenraad en werd gesprekspartner van koningin Wilhelmina.

Willemijn Posthumus-Van der Goot, was de eerste gepromoveerde vrouwelijke econoom en sprong op de bres voor gelijk staatsburgerschap. Ze deed zelf uitgebreid onderzoek naar de kosten van het levensonderhoud en de arbeid van de gehuwde vrouw. Ze organiseerde een 'briefkaartenregen' tegen de plannen van minister Romme van sociale zaken, die betaalde arbeid buitenshuis van bijna alle gehuwde vrouwen wilde verbieden. Als handelingsonbekwame getrouwde vrouw had ze overigens officiële toestemming nodig om 20 gulden te steken in de oprichting van het archief. Een document in de huidige bibliotheek herinnert daar nog aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden