Een schatkamer met taaljuwelen

Vandaag wordt schrijver, dichter, toneelschrijver, scenarist, schilder en tekenaar Hugo Claus 75. Geen kunstenaar is zo veelzijdig en breed begaafd als hij; niet voor niets wordt Claus gedoodverfd als Nobelprijswinnaar. Tom van Deel feliciteert de jarige.

Hugo Claus heeft, bij mijn weten als enige van de levende nederlandstalige schrijvers, een standbeeld. Het staat op het marktplein van het Westvlaamse dorp Watou, dat jaarlijks druk bezochte poëziezomers viert. Het beeld is gemaakt door de befaamde kunstenaar Roger Raveel en toont het profiel van een staande Claus, weggesneden uit een opgericht metalen vlak. Je moet dus door de omtrekken van de overigens goed herkenbare schrijver heenkijken om hem te zien: afgetekend tegen de omgeving, ingevuld met wat zich aan de andere kant op het plein afspeelt.

Het is een prachtig en veranderlijk kunstwerk, dit beeld, want de werkelijkheid en het gezichtspunt van de toeschouwer zorgen voor een steeds andere inhoud van Claus' silhouet. De veranderlijkheid is precies datgene wat Raveel heeft willen uitbeelden en wat hij als het wezen van dit schrijverschap ziet. Vandaag is Claus vijfenzeventig geworden en nog steeds, nu al meer dan vijftig jaar, huldigt hij dit principe. Hij is een kameleon, die voortdurend van kleur verschiet, en hij koestert de maskerade in de overtuiging dat daarin de ware vrijheid schuilt. ,,Ik wil iets zijn waarin honderden mensen langskomen en iets achterlaten.''

Het is dan ook niet toevallig dat de alfabetisch op trefwoord gerangschikte citatenbloemlezing uit de meer dan duizend interviews die hij in al die jaren heeft gegeven de titel 'Groepsportret' draagt. Een zelfportret bestaat in zijn geval uit een groep, een mening is altijd voorlopig en voor tegenspraak vatbaar. Claus is een anarchist, het tegendeel van een dogmaticus. Hij legt er in elegante, ironische bewoordingen telkens weer de nadruk op dat hij een leugenaar is: ,,Wie niet liegt leeft als een beest'', zo luidt het motto.

De grootheid van Claus, niet voor niets gedoodverfd Nobelprijswinnaar, is gelegen in zijn door geen enkele andere schrijver geëvenaarde breedheid op verschillende terreinen. Zo heeft hij alle denkbare genres beoefend: poëzie, verhalen, romans, toneelstukken, hoorspelen, scenario's, essays. De verzamelde gedichten alleen al tellen meer dan veertienhonderd bladzijden en daar is dan nog veel uit weggelaten dat kennelijk de toets der kritiek niet kon doorstaan. Een merkwaardigheid van Claus is namelijk dat hij, althans in zijn verzamelbundels van poëzie, rustig toevoegt, schrapt, herschikt of herschrijft. Ook het reeds geschrevene komt steeds weer in beweging.

Wat de poëzie betreft zijn er lyrische, dramatische en epische gedichten, het stijlregister kan variëren van hoog naar laag, het gedicht kan platvloers zijn of verheven, vol verwijzingen of alledaags. Er is geen andere norm dan diversiteit. ,,In mijn warenhuis kan men op de tweede etage iets heel exclusiefs kopen en op de begane grond een tandpasta. Zo'n grootwarenhuis wil ik zijn.'' En: ,,Mijn stijl? Alle stijlen!''

Claus heeft al heel vroeg begrepen dat boeken geschreven worden ,,nadat wij boeken hebben gelezen'', dus dat het helemaal niet verboden is, eerder onvermijdelijk, dat nieuwe boeken in verband staan met het werk van andere schrijvers. Zijn eerste roman, 'De Metsiers', heeft van William Faulkner de techniek overgenomen van een per hoofdstuk wisselende verteller. Het is in de Claus-studie gebruik om deze zogeheten intertekstuele verbanden op te sporen. Nog onlangs ontdekte iemand dat de poëziebundel 'Sonnetten' bestaat uit moderne bewerkingen, herschrijvingen eigenlijk, van sonnetten van Shakespeare; iets wat tot dusver niemand had gezien.

Veel mensen menen dat Claus in de allereerste plaats dichter is, maar zelf vraag ik mij af of niet zijn theaterwerk tot zijn zich meest onderscheidende prestaties behoort. Toneelstukken als 'Suiker', 'De dans van de reiger' en 'Vrijdag' zijn klassiekers en maken Claus met gemak tot de beste nederlandstalige toneelschrijver van de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn stukken kunnen trouwens heel goed in boekvorm gelezen worden en hangen niet van de opvoering af; ze zijn scenisch sterk en plastisch van taal.

,,Toneel is een onzuivere vorm, en die onzuiverheid geeft me een gevoel van veiligheid. In poëzie geeft iemand zich. Het is veel ontluisterender dan een toneelstuk. Een goede, mooie dichtregel zegt alles over de dichter. Bij toneel splits je jezelf: je kunt onzin vertellen die je in de mond legt van de oude moezjiek die bij de samovar zit. Het is de kunstvorm die voortdurend tussen het gemaskerde en het oprechte heen en weer gaat, tussen het banale en het nobele.''

Ook het toneelwerk van Claus beslaat zo'n vijftienhonderd bladzijden. Het is of het bij dit schrijfdier niet opkan, alles is overdonderend veel, het oeuvre is een bloeiende gaarde met ontzaglijk veel verschillende bomen. De verhalen en romans hebben, dat spreekt vanzelf, het meeste publiek getrokken, ook al doordat Claus zich al vroeg in de media tot een geliefd onderwerp van bespreking ontwikkelde. Vooral toen hij zich in de roman 'Het jaar van de kreeft' uitliet over zijn verhouding met de toneelspeelster Kitty Courbois kreeg hij de verzamelde pers over zich heen. Met een goed gevoel voor ironie en maskerade vermengt Claus leven en werk met elkaar, in een tijd dat de media nog niet zoals nu een grote belangstelling voor het persoonlijk leven van een schrijver aan de dag leggen.

Mediageniek is deze schrijver altijd geweest, dat bewijst de citatenbloemlezing uit zijn interviews. Ook schandalen hebben soms tot veel aandacht van de pers geleid. Zoals bij voorbeeld de verschijning van de Heilige Drievuldigheid in de vorm van drie naakte mannen in het toneelstuk 'Masscheroen', waarvoor hij voor het gerecht werd gesleept en er met een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete vanaf kwam. In het werk van Claus komen kerk en staat er slecht vanaf, ze beknotten de menselijke vrijheid en roepen opstandigheid op. Zijn magnum opus 'Het verdriet van België' geeft wat dit betreft een treurig beeld van de Belgische situatie.

,,Waarom zou je de realiteit beschrijven? Die bestaat toch al?'' Dit is een typerende uitspraak, die duidelijk maakt dat het Claus er niet om begonnen is de werkelijkheid te kopiëren, maar een nieuwe werkelijkheid te maken, te scheppen, een werkelijkheid van taal. Wat die nieuwe werkelijkheid voor invloed heeft op de echte, is maar de vraag. In een gedicht verzucht Claus: ,,Mijn spel met woorden / heeft mijn ziel verziekt / iel geritsel / te veel gezwijmeld / te weinig verijdeld.'' De taal heeft zo zijn tekorten ten opzichte van de werkelijkheid. Teveel vertrouwen op de taal is een illusie.

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag heeft uitgeverij De Bezige Bij alle romans en alle gedichten in twee casettes gebundeld. Ook alle verhalen zijn nog steeds in de handel, alsmede alle toneelstukken (minus de bewerkingen van klassieke stukken van Seneca en anderen). Ook de schitterende vertaling die Claus in een grijs verleden maakte van Dylan Thomas' luisterspel 'Onder het melkwoud' is niet meer te verkrijgen. Maar op zichzelf is deze vrijwel totale verkrijgbaarheid van Claus een teken dat zijn werk nog volop leeft en ook commercieel nog interessant is. Er zijn schrijvers genoeg van wie het grootste deel van hun werk volkomen onzichtbaar in de vergetelheid verblijft.

Hier volgt een fragment uit het begin van het 'Melkwoud': ,,Stil! De babies slapen, de boeren, de vissers, de handelaars en gepensioneerden, schoenlapper, schoolmeester, postbode en herbergier, de lijkbidder en de minnares, dronkelap, naaister, predikant, politieman, de zwempotige mosselwijven en de zindelijke huisvrouwen. Jonge meisjes liggen zachtgebed of glijden in haar dromen met ringen en uitzet, met glimwormen als bruidsmeisjes in de zijbeuken van het orgelspelend woud. De jongens dromen zondig of van de bokkende veefokkers van de nacht en de zeeroversdolle zee. En de antracieten beelden der paarden slapen in het veld, en de koeien in de stallen en de honden op het natgeneusd erf; en de katten dutten in de schuine hoeken of glijden heimelijk, jachtig en schichtig op de grote wolk der daken.''

Dat schrijven, dat haast wellustig kneden met taal. De zinnelijkheid van Thomas' tekst is geheel aan Claus besteed en die kan hij in het Nederlands overbrengen en voelbaar maken. Zeker is dat wel zijn grootste kracht: zijn taal, die hij gebruikt op alle denkbare manieren, waardoor zijn werk als geheel een schatkamer wordt met taaljuwelen, echt goud of klatergoud, kunst of kitsch, het zal hem een zorg zijn, hij probeert alle vormen, hoog en laag, met verve uit.

Minder bekend is dat Claus ook als schilder en tekenaar een grote staat van dienst heeft. Al weer een tijd geleden verscheen de uitgave 'Beelden' en daaruit kreeg men een overzicht van wat hij op schilderkunstig gebied heeft gedaan. Hij is begonnen in het spoor van de Cobra-beweging (zoals hij als dichter deelnam aan de beweging van Vijftig), maar al spoedig bevredigde die zozeer op spontaniteit berustende schilderwijze hem niet meer en is hij andere stijlen gaan uitproberen, heeft hij zelfs hele reeksen stijlimitaties vervaardigd. Ook als schilder is Claus een piraat en neemt hij over wat hem op een zeker moment lijkt te passen. En ook op dit vlak maakt hij niet gebruik van maar één stijl, maar van alle stijlen!

De ongrijpbare, maar veelvormige Claus. Nu is hij, onbegrijpelijk eigenlijk bij zoveel uitstraling van eeuwige jeugd, dus vijfenzeventig. Ik herinner me nog als de dag van vandaag dat ik verpletterd werd door 'De Oostakkerse gedichten', ik was vijftien: ,,Ik zou je een lied in dit landschap van woede willen zingen, / Livia, dat in je zou dringen, je bereiken in je negen openingen, / Blond en rekbaar, hevig en hard.'' Ook 'Suiker' maakte in die tijd een enorme indruk, zowel het verhaal als het toneelstuk. Malou zegt daarin tegen Kilo: ,,Wit zou ik willen zijn, Kilo, wit als doopsuiker.'' Lees ik dat dan zie ik Kitty Courbois op het toneel staan in 'Andorra' van Max Frisch en roepen: ,,De muren van Andorra moeten wit zijn, wit moeten de muren van Andorra zijn.'' En tenslotte 'De Metsiers', een roman die door alle jaren heen niets van zijn kracht heeft verloren, ook niet in het onderwijs. Zo vroeg al was Claus de meester die hij tot vandaag de dag is gebleven. Proficiat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden