Review

Een schatkamer aan verzen

De Franse filosoof Voltaire heeft eens gezegd dat er van de Arabische poëzie maar weinig overblijft als je de zon en de maan eruit verwijdert. De Arabische opvattingen over de dichtkunst strookten blijkbaar niet met de zijne: gedichten zijn niet zozeer een weerspiegeling van individuele gevoelens, maar variaties op een aantal thema's; ze zijn gebonden aan strenge conventies die in de loop van de traditie zijn gegroeid. Ze zijn te karakteriseren als vernuftige woordconstructies met allerlei spitsvondigheden en spelletjes met klank en betekenis.

Een aantal keurslijfachtige metra, zeer strikt volgehouden rijmschema's, een duidelijk omlijnd reservoir aan motieven, thema's en metaforen: de Arabische poëzie lijkt vooral een rederijkerskunst te zijn waarin dichters niet zozeer hun ziel blootleggen als wel hun beheersing van de taal, hun kennis van het werk van hun voorgangers en hun vaardigheid bij het uitdiepen en herscheppen van bejubelde voorbeelden.

Maar voor wie zich de moeite geeft verder te kijken dan de standaardvoorbeelden van de klassieke Arabische dichtkunst opent zich een ware schatkamer. Ondanks de gehechtheid aan de traditie kan de Arabische poëzie zich op een grote rijkdom beroemen. Zij omvat alle facetten van het leven, van verheven bespiegelingen tot triviaalste beslommeringen van alledag.

Voor de oude Arabieren was de poëzie de allesoverheersende literaire vorm. Het aanzien van de poëzie berustte niet alleen op een rijke traditie, maar ook op een hechte verstrengeling van de dichtkunst met het sociale leven. In de bedoeïenentijd verwoordde de dichter de gevoelens van zijn stam, maar hij legde ook de roemrijke daden van helden vast, de glorietijden van de voorvaderen en de verzuchtingen over het harde bestaan in de woestijn. In tijden van strijd zweepte hij de krijgers op en beschimpte hij de vijand. De stam die over de beste dichter beschikte had de eerste slag al gewonnen, want de roem van de krijgers zou in de gezangen voortleven.

Later, toen de centra van de poëzie zich verplaatsten naar de hoven van Damascus en Bagdad en de hoofdsteden van talrijke lokale dynastieën, bleef deze functie van dichters bewaard. Heersers werden geprezen en verguisd, vorsten werden met jubelende lofzangen vereeuwigd, maar konden door een obsceen scheldgedicht voorgoed te schande worden gezet.

De grote voorliefde voor de poëzie leidde er ook toe dat er nauwelijks een tekst werd geschreven waar niet op de een of andere manier gedichten in waren verwerkt. Soms ligt de afwisseling van proza en poëzie voor de hand, zoals in liefdesverhalen waarin de schoonheid van geliefden, de zoetheid van het samenzijn en de pijn van het afscheid worden bezongen. Beschrijvingen van idyllische tuinen en de geneugten des levens monden ook bijna zonder uitzondering uit in lyrische ontboezemingen.

Maar ook in de belangrijkste vormen van kunstproza, de adab-teksten, ofwel boeken over wellevendheid waarin de traditie van goede omgangsvormen zijn vervat, zijn met poëzie gelardeerd. De verzen illustreren de anekdoten over beroemde personen, van wie het gedrag als voorbeeld van goede manieren -of het tegendeel- wordt aangehaald. De poëzie verduidelijkt de tekst, maar geeft haar vooral ook de literaire status die de auteur beoogt. Bovendien behoren de gedichten tot het literaire corpus dat elke beschaafde burger in Bagdad of Aleppo diende te beheersen. Ten slotte moet het niet onbelangrijke genre van de soefi-poëzie worden genoemd, waarin de mystieke levenshouding wordt bezongen, soms als een gelukzalige roes die niet veel onderdoet voor 'aardse' dronkenschap.

De dichtkunst beperkte zich niet alleen tot de elitecultuur van de literaire canon, maar trad ook uit het keurslijf van gesanctioneerde vormen. Zo kwamen er gedichten voor in kookboeken, waarin de voordelen van bepaalde voedingsmiddelen werden opgesomd, en soms waren hele recepten op rijm gesteld. Hiermee betreden we het terrein van de schertspoëzie en light verse, die ook uitgebreid door beroeps- en amateurdichters werden beoefend. Het was zelfs geen uitzondering dat een gewichtige functionaris aan het hof zich te buiten ging aan frivole gelegenheidsverzen, of zelfs uitgesproken scabreuze poëzie. In de niet-preutse kringen van de gegoede burgerij werd dit soort gedichten, die soms bestaan uit een aaneenrijging van schuttingwoorden, als legitiem vermaak beschouwd.

Maar de belangrijkste thematiek in de klassieke Arabische poëzie is natuurlijk de liefde. Het model voor de ultieme combinatie van dichtkunst en liefde bleef eeuwenlang het werk van de voor-islamitische dichters, die hun gevoelens uitleefden in lange odes, of qasida's. In deze gedichten arriveert de dichter bij de plaats waar het kamp van de stam van zijn geliefde heeft gestaan. Hij beweent haar vertrek en beschrijft het nomadenbestaan van de bedoeïenen. In deze poëzie komen de oorspronkelijke bedoeïenendeugden tot uitdrukking die lange tijd het ideaal vertegenwoordigden binnen de Arabische traditie, zowel wat betreft de tragiek van de liefde als wat betreft de levensmoraal. Later, in de stedelijke omgeving, verandert het karakter van de liefdespoëzie en wordt zij directer en sensueler. De liefde behoort hier tot de grote geneugten des levens.

Ondanks het conventionele en soms ambachtelijke karakter van de Arabische poëzie waren dichters bepaald geen kleurloze figuren. Zij waren vaak uitgesproken individualisten, die een bijzondere status opeisten op grond van hun talent en er soms een controversiële levensstijl op na hielden. Onder de vroege dichters bevonden zich legendarische stamleiders, die welbespraaktheid koppelden aan moed.

Van sommige dichters wordt verhaald dat zij het rijke liefdesleven waarvan zij in hun gedichten getuigen ook werkelijk hebben gepraktiseerd. Veel van deze verhalen zijn natuurlijk niet meer dan legenden, maar zij geven aan dat men van dichters een uitzonderlijke levensstijl tolereerde. Aan het hof van de kaliefen van Bagdad leefden beruchte polemische dichters, die zich langs de grenzen van de welvoeglijkheid bewogen, en de hofdichter Aboe Noewaas is -grotendeels ten onrechte- de geschiedenis ingegaan als een libertijnse levensgenieter en losbandige knapenjager.

Dat de rijke wereld van de klassieke Arabische poëzie nu toegankelijk is voor de Nederlandse lezer, is te danken aan de arabist Geert-Jan van Gelder, die een dikke bloemlezing heeft vertaald onder de titel 'Een Arabische tuin-Klassieke Arabische poëzie'. De verzameling bevat een overzicht van de Arabische dichtkunst van de zesde tot de achttiende eeuw en is voorzien van een gedegen inleiding die de lezer alle nodige informatie verschaft om de confrontatie aan te gaan.

Van Gelder besteedt ook aandacht aan de lichtere genres en enigszins ondermijnende gedichten, die immers ook een belangrijke functie hadden in het literaire circuit. De opgenomen gedichten geven een goed beeld van de thematiek van de klassieke Arabische poëzie, de variaties op geliefkoosde modellen en de individualiteit en originaliteit van een aantal grote dichters.

Het mooiste voorbeeld van een volstrekt origineel dichter is Aboel Alaa' al-Ma'arri (gestorven in 1058), een intrigerende figuur die zich uit het openbare leven terugtrok in zijn geboortedorp in Noord-Syrië om zich aan de filosofie en dichtkunst te wijden. Hij gebruikte geen vlees, melk, eieren en honing en droeg een sceptische en pessimistische levenshouding uit, die hem in religieuze kringen verdacht maakte.

Inderdaad lijkt in sommige verzen een antigodsdienstige visie door te schemeren, maar die maakt deel uit van een zeer persoonlijke en diep doorleefde twijfel aan de zin van het bestaan. Zijn gedichten bezitten een fascinerende kracht en doen ondanks de sombere toon verfrissend aan door hun oprechtheid. Een paar regels:

Hoe gaat het, in uw rustplaats, nu met u.

die ik met zoveel reden mis?

De dokter zei dat hij niets meer voor u kon

bezoekers hielden op met komen;

De wanhoop nam een einde; wie u minde

het volgende bezoekuur is pas bij het Oor

Uit de inleiding van Van Gelder blijkt al dat het vertalen van klassieke Arabische poëzie moeilijk en specialistisch werk is. Er is allereerst een aantal rigoureuze strategische beslissingen vereist, omdat de strenge vormregels onmogelijk in het Nederlands weer te geven zijn. De vertaler moet zoeken naar vormequivalenten die iets van de complexiteit van het origineel tonen, zonder dat de gedichten onbegrijpelijk worden. Het gaat er immers in de eerste plaats om de poëzie toegankelijk te maken voor de moderne lezer, ook al kan dat soms alleen ten koste van technische subtiliteiten.

Van Gelder is erin geslaagd een heldere en goed leesbare vertaling af te leveren, die niet vervalt in gewrochte constructies of onbegrijpelijke archaïsmen. Hij heeft ervoor gekozen dicht bij de tekst te blijven en zich niet al te zeer aan avontuurlijke interpretaties te wagen. Mede dankzij zijn inventiviteit en taalgevoeligheid kan nu iedereen zich voor het eerst laven aan de fontein van de klassieke Arabische poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden