Een schaamteloze flirt In Watou tuimelt poezie eeuwig in de leegtes

Watou '93. Poezie rond Roger Raveel. Douviehuis en Douviehoeve, Watou, Belgie. Toegang BF 150, cat. met kleurenreprod. en tekst BF 300; tot 5 sept.

Wie het dorpje binnenrijdt komt vanzelf terecht op het plein, dat naast de grote kerk met het prachtige kerkhof ligt. Dat plein is dit jaar nog eens extra van Hugo Claus, want er is een standbeeld voor hem opgericht door de schilder Roger Raveel. Het bestaat uit een rechtopstaand metalen vlak, blinkend licht van kleur, waaruit het silhouet van Claus, levensgroot en ten voeten uit, is weggesneden. Elke verandering van standpunt van waaruit we hem bekijken, zorgt voor een andere invulling van zijn postuur: soms is zijn hoofd van dakpannen, bestaat zijn jas uit ramen, is zijn broek van straatstenen en zijn z'n schoenen van gras, maar hij kan ook een auto zijn, de Spar-winkel, een grafmonument of een toevallige passant.

Dit is helemaal Raveel: het kunstwerk, in dit geval de omtrek van de dichter, moet worden ingevuld met de omringende werkelijkheid, die twee gaan een soort gesprek aan. Het standbeeld is een uitstekende typering van Claus, die als geen ander open staat voor alles in de wereld, voor het verhevene en het platvloerse, het natuurlijke en het kunstmatige.

Dat wordt nog eens bevestigd door de knotwilg die er naast is geplaatst en die geen takken maar een grote vierkante spiegel draagt, waarin zich de wolken, de kerk, de huizen weerspiegelen.

Raveel is de beeldend kunstenaar om wie de poezie in Watou dit keer draait. Dat wil in de praktijk zeggen dat de dichter Gwij Mandelinck, die in Watou woont en deze manifestaties opzet, een dertigtal gedichten van verschillende dichters heeft gekozen en die in overleg met Raveel in verbinding heeft gebracht met zijn beeldend werk. Omdat de lokatie van de expositie telkens dezelfde is, het Douviehuis aan het marktplein, moet die ook in de overwegingen betrokken worden. Op zo'n manier ontstaat er een, dit keer wel uitzonderlijk fascinerende, wisselwerking tussen gedicht, kunstwerk en plek.

Het Douviehuis is een oud, vermoeid gebouw, met veel verschillende, lege vertrekken, een binnenplaats, een voormalige bierbrouwerij, een tuin.

Voor deze gelegenheid is er een schat aan Raveels binnengebracht, op een paar na allemaal uit de verzameling van de kunstenaar zelf. Alleen al daarom is een bezoek aan Watou gerechtvaardigd. Ook heeft Raveel (muur)schilderingen gemaakt en objecten geplaatst in de omgeving. Zo is er 'Eeuwig tuimelen in de leegtes van een gevel', een kolossale schildering op de zijwand van een bijgebouw, met het bekende zwartomrande witte vierkant van Raveel, dat een opening naar de werkelijkheid maakt, de nadruk legt op het artificiele karakter van het schilderij, of volgens hemzelf 'het Niets' laat zien.

Aan die muur hangt een vogelkooitje, waarin geen vogel zit (zoals op sommige schilderijen-met-kooitje wel het geval is), maar een klein luidsprekertje waaruit de stem klinkt van de dichter Benno Barnard, die zijn gedicht 'Het meer in mij' voorleest. Er zijn veel meer inventieve presentaties. Zo is het gedicht 'Ouder worden' van Anton Korteweg geschreven op een spiegel waar het weer in zit, geplaatst in de keuken boven het fonteintje en tegenover het schilderij 'De divan', dat er goed bij aansluit. Ook de lokatie is overdacht, want Korteweg eindigt met de regels: 'Sterven van steeds meer dorst, / leven met steeds minder water.' Spiegels, ramen, optische effecten, tegenstellingen tussen binnen en buiten, kunst en werkelijkheid, ze spelen een centrale rol in het werk van Raveel en domineren de manifestatie. In de kelder van het huis is het gedicht 'Genesis' van Christine D'haen opgenomen in een groot lichtvlak waarin een Raveel-karretje staat, 'Het karretje van de ruimte', waarvan de zijkanten spiegels zijn. Regels van D'haen zijn hier bewaarheid: “In 't alle licht weerschitterend wit / dringt 't alle licht verslindend zwart”.

De gedichten zijn op de muur geschreven, op een tegel, een raam, ze komen uit een luidspreker, een koptelefoon, ze worden op een enorm laken van wit papier geprojecteerd. Dat is allemaal passend en niet zonder reden gedaan. Eva Gerlach heeft het over wasgoed, haar gedicht lijkt op wasgoed geprojecteerd en Raveels schilderij, 'Ontwerp voor drogende was', dupliceert in zekere zin dit beeld. Luceberts gedicht 'Er is alles in de wereld' heeft als pendant gekregen het ambitieuze schilderij 'Het lam treurt geduldig naar zijn ultiem geluk op de slachtbank'.

Altijd als ik in Watou ben stoot ik mijn hoofd. Dit keer was het bij het bezoek aan een van binnen spierwit huisje dat midden in de tuin is gezet. De vier schilderijen die aan de vier wanden hangen zijn geschilderde ramen, met open gordijnen en uitzicht op Raveel-schilderijen. Het is een adembenemende ervaring daar te staan, te kijken naar de twee lege stoelen die tegenover elkaar zijn geplaatst en de stem van Herman de Coninck te horen.

De tentoonstelling verplaatst zich na zo'n twintig lokaties in het Douviehuis naar een verderop gelegen boerderij, de Douviehoeve. Die is makkelijk te vinden, want op de weg erheen is, bij wijze van middenstreep, een gedicht uitgeschreven van Geert van Istendael, toepasselijk 'Spoor' geheten. Het is natuurlijk het beste te lezen vanuit een helikopter, maar als wegwijzer voldoet het uitstekend en bovendien wordt het op het eind, op het terrein van de hoeve, voorbeeldig geincorporeerd in een schildering ter plekke van Raveel: het gebruikelijke witte vierkant bevat nu de tekst van het gedicht.

Er vlak bij, in de vijver, is een gedicht van mijzelf opgesteld (wat mijn nieuwsgierigheid naar Watou dit jaar natuurlijk nog vergrootte).

Het heet 'Zoals water' en is in prachtig bij de omgeving passende groene letters afgedrukt op een spiegel, die in het water staat. Op z'n kop komt het gedicht terug in de verrimpelde spiegeling. De spiegel kaatst de werkelijkheid die zich voordoet: toen ik ernaar keek was dat een moedereend met twee kleintjes.

Verder is er op de hoeve een Raveelduif te zien die echt door de lucht lijkt te vliegen, de Raveel-paal uit 1978 die is getiteld 'Dit is voor u op dit moment het centrum van het heelal' en, het klapstuk van de tentoonstelling, een speciaal voor de gelegenheid geschreven, lang gedicht van Hugo Claus, dat een gehele muur van de stal bedekt en waar heuse ezels onderlangs lopen (die weer versregels van Claus op hun dekkleedjes dragen).

Kunst en werkelijkheid, poezie en beeldende kunst, ze gaan in Watou onvermoede en vaak verstrekkende verbanden aan. Raveel, als spil waar alles om draait, is ook wel de meest uitgelezen keus te noemen, want hij is de meester van zowel het zichtbare als het illusoire en het spel dat hij daarmee speelt, kan heel veel kanten op.

Watou geeft deze zomer de verbeelding weer de ruimte. Tot 5 september.

Daarna komt het, althans op deze manier, nooit meer terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden