Een saaie tekenaar en een flamboyante kunstenaar

De tekenaar Anton Pieck had één weinig opwindend leven, zijn tweelingbroer Henri, schilder én spion, hield er twee spannende levens op na.

Paul Arnoldussen en Hans Olink, Twee broers drie levens. Henri & Anton Pieck. Bas Lubberhuizen, Amsterdam. ISBN 9789059371002; 264 blz., euro 29,50.

Eenentwintig jaar geleden stierf, tweeënnegentig jaar oud, Anton Pieck, de tekenaar die beroemd werd om zijn nostalgisch getinte tekeningen. Algemeen bekend is het werk van Pieck allang niet meer, ook al is zijn naam volgens biografen Paul Arnoldussen en Hans Olink voor een hele generatie ’nog steeds een begrip’. Maar aangezien Piecks naam intussen vooral voortleeft in de kwalificatie ’een hoog Pieck-gehalte’ voor sentimentele en overgedetailleerde plaatjes, kun je dat moeilijk als een compliment beschouwen.

Pieck zelf heeft nog net meegemaakt hoe zijn werk van ’kunst’ tot ’kitsch’ degradeerde. Ogenschijnlijk had hij daar geen moeite mee. En waarom zou hij ook? Zijn werk verkocht er niet minder om, want bij het grote publiek bleven zijn plaatjes tot ver in de jaren negentig populair.

Pieck zelf minachtte de meeste moderne kunstenaars. Ze kenden het handwerk niet meer, vond hij, en kliederden maar wat op papier. Zelf beschouwde hij zich eerder als ambachtsman dan als kunstenaar. „Een artiest springt in het midden van de nacht zijn bed uit, want dan is ’ie geïnspireerd”, zei hij in een interview uit de jaren tachtig. „Nou, ik slaap als een os.”

Met die nachtbrakende artiest had Pieck vooral zijn tweelingbroer Henri in gedachte. Die was, in de woorden van Anton, „zo’n vrije vogel, die met flambard en vlinderdas door het leven banjerde, het geld (als hij het had) liet rollen en (voortreffelijk) schilderde wanneer hij daar zin in had”. Anton vergeleek zich vaak met zijn broer die, net als hijzelf, een opleiding als tekenleraar had gevolgd. Maar die vergelijking, schrijven Arnoldussen en Olink, ging mank. Want bijna iedereen kende Anton, maar bijna niemand had en heeft van Henri gehoord.

Een dankbaar onderwerp voor een biografie dus, deze onbekende Henri – een vrije vogel die zich afzette tegen zijn beroemde, maar burgerlijke broer. Ook de verhouding tussen de schilderende tweelingbroers is een aspect waarvan de meest biografen zouden likkebaarden, mits ze van een psychoanalytische aanpak houden. Arnoldussen en Olink doen dat duidelijk niet. In hun biografie van Henri en Anton Pieck houden ze zich zo ver mogelijk van psychologische verklaringen. Hun interesseerde vooral de levenswandel van Henri. Waar de gedegen en huiselijke Anton één weinig opwindend leven lijkt te hebben geleefd, hield de charmante en avontuurlijke Henri er minstens twee spannende op na – vandaar de titel van deze biografie, ’Twee broers drie levens’. Dat verklaart ook de onevenwichtige aandacht voor de beide broers – Henri’s leven komt meer aan bod dan dat van Anton. Dat ligt echter niet alleen aan Henri’s flamboyante persoonlijkheid. Als je, net als Arnoldussen en Olink, een biografie als een verdieping van de officiële geschiedschrijving beschouwt, dan valt er van het leven van Henri nu eenmaal meer te leren dan dat van Anton. In de jaren twintig werd Henri vanwege zijn goede contacten met Nederlandse communisten, zijn charmes en zijn diplomatieke gaven door de Russische geheime dienst als spion ingezet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging hij in het verzet. Hij werd gearresteerd en zat jarenlang vast, eerst in Nederlandse gevangenissen en daarna in het concentratiekamp Buchenwald. Ook hier gebruikte hij zijn vele talenten om zijn eigen lot en dat van zijn medegevangenen te verbeteren. Aan het einde van de oorlog hielp hij mee met het verzet tegen de kampbewaking - Buchenwald werd niet door de Amerikanen bevrijd, maar door de gevangenen zelf.

Anton liet zich intussen niet onbetuigd. Hij vervalste identiteitsbewijzen en hielp onderduikers. Maar terwijl zijn leven veel meer vanuit zijn ontwikkeling als tekenaar en schilder interessant is, gaan bij de reconstructie van Henri’s reilen en zeilen volstrekt verschillende werelden open: die van de verschillende communistische groeperingen die elkaar met man en macht bestreden, die van de Russische, Nederlandse en Britse spionage en contraspionage, en de merkwaardige, hiërarchische samenleving van de gevangenen in Buchenwald, waar socialisten en communisten naast en soms met de kampbewakers de dienst uitmaakten. Met zichtbaar plezier hebben Arnoldussen en Olink zich door enorme massa’s dossiers gewerkt – hun hoofdstukken over Henri ademen de opwinding die iedere nieuwe ontdekking over diens buitengewone levenswandel moet hebben veroorzaakt.

Een vergelijking tussen Henri en Anton Pieck gaat daarom niet alleen mank als het om hun populariteit gaat. Zo weinig hadden beide broers als volwassenen met elkaar gemeen, dat een uitgebreide biografie van alleen Henri meer dan gerechtvaardigd was geweest. Al was het maar omdat hij, precies zoals Anton zei, ook voortreffelijk schilderde, als hij daar zin in had.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden