Een rubriekje met fataal gevolg

Het tragische verhaal van de executie van 23 Trouw-medewerkers begon bij een klein bericht in de krant. Een vrolijk berichtje, dacht de redactie. Het deed SS-baas Rauter in woede ontsteken.

Het was maar een korte vermelding in Trouw van midden juni 1944. In de veelgelezen rubriek 'U moet weten....' schreef redacteur Ep van Ruller, 'dat het gezin van Rauter in een zwaar bewaakt huis, Ernst Casimirlaan 23 te Arnhem, woonachtig is'. Van Ruller wilde ermee laten zien dat de Duitse bezetters bezig waren om, na de geallieerde invasie in Normandië op 6 juni, hun aftocht uit Nederland voor te bereiden. Maar het berichtje, negen dagen na de invasie, pakte faliekant anders uit: het werd de opmaat voor het doodschieten van 23 Trouw-medewerkers op 9 en 10 augustus 1944 in Kamp Vught.

Voor Hanns Albin Rauter, de hoogste baas van SS en politie in het bezette Nederland, gold de vermelding in Trouw van het nieuwe adres van zijn vrouw en kinderen als een regelrechte bedreiging, als een uitnodiging om een aanslag te plegen. De directe reactie was het opvoeren van de bewaking van de villa in Arnhem. De Ordnungspolizei vatte het bericht in Trouw op als 'een indirecte oproep tot gewelddaden tegen het gezin Rauter' en liet het huis permanent door drie militairen bewaken.

Rauter werd door het bericht gesterkt in zijn overtuiging dat Trouw meer dan andere verzetsbladen banden had met het gewapend verzet. De Trouw-redactie maakte daar ook bepaald geen geheim van. In de rubriek 'U moet weten dat...' stond nauwkeurig vermeld waar overvallen op distributiekantoren waren gepleegd om aan bonkaarten voor onderduikers te komen, op welke Duitsers en 'foute' Nederlanders aanslagen waren gepleegd en welke verzetsmensen waren gearresteerd dan wel uit de gevangenis bevrijd.

Goed recht

Trouw had zich al bij de Sicherheitsdienst in de kijker gespeeld door een geruchtmakend artikel, getiteld 'Het goed recht van den overval'. Tijdens onderzoek in het Bundesarchiv in Koblenz naar de gang van zaken rond het ultimatum (zie kader) stuitten voormalig Trouw-redacteuren Henk Biersteker en Ben van Kaam in 1994 op een Duitse vertaling van het artikel, met de aantekening dat het 'verscheidene aanslagen en moorden op Duitsgezinde personen probeert te rechtvaardigen' en dat in het artikel nog 'verscheidene gronden' staan 'waarop het beweert dat het plegen van aanslagen en moorden gerechtvaardigd is'.

Verzetskrant Trouw, opgericht op 30 januari 1943, had daadwerkelijk nauwe banden met de Landelijke Organisatie tot hulp aan onderduikers (LO) en de Landelijke Knokploegen (LKP), die overvallen pleegden en sabotageacties uitvoerden. Zelfs de van huis uit pacifistische Gesina van der Molen, een van de oprichters van Trouw, was achter de schermen betrokken bij een overval op het hoofdbureau van politie in Den Haag, waarbij enkele tientallen revolvers werden gestolen.

Vanuit Duits gezichtspunt liep er een directe lijn van het artikel 'Het goed recht van den overval' naar de vermelding in Trouw van het adres van Rauters gezin in Arnhem. Wat kon Trouw daar anders mee bedoelen dan dat de vrouw en kinderen van de 'höhere SS- und Polizeiführer' min of meer vogelvrij waren?

Toenmalig Trouw-redacteur Ep van Ruller tilde er minder zwaar aan. In een vraaggesprek ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van Trouw, in 1968, zei hij: "Ik heb zelf in het rubriekje nooit geloofd, maar het wel geschreven. Er stonden zoveel fantastische verhalen in. Van alle kanten kreeg ik via de verspreiders die berichten door, en daar moest ik dan dat rubriekje uit samenstellen. Ik zei wel eens tegen Bruins Slot (de eerste hoofdredacteur van Trouw, red.): je kunt wel mooie artikelen schrijven, maar mijn rubriek gaat boven alles."

Polizeistandgericht

Rauter was zo op de Trouw-groep gebrand dat hij er bij Rijkscommissaris Seyss-Inquart en in een later stadium zelfs bij SS-leider Heinrich Himmler op aandrong dat 23 medewerkers van Trouw, die eerder waren gearresteerd en nu vastzaten in Kamp Vught, voor een 'Polizeistandgericht' zouden verschijnen. Die rechtbank kon illegale werkers na een proces ter dood veroordelen en laten fusilleren. Zo wilde Rauter een 'verkillende boodschap' sturen om medewerking aan Trouw te ontmoedigen en een angstwekkend voorbeeld te stellen.

Het voornemen om aanslagen te plegen op Duitse militairen en hun omgeving - zoals de SD afleidde uit het artikel over 'het goed recht van den overval' en de vermelding van het adres van Rauters gezin - zou voor het Polizeistandgericht voldoende zijn om een doodvonnis uit te spreken. Met veel moeite kreeg Rauter van Himmler toestemming voor deze procedure, die leidde tot het doodschieten van 23 verspreiders.

Vijftien drukkers kregen zware gevangenisstraffen opgelegd. Aan het drukken van Trouw tilden de Duitsers minder zwaar, omdat de drukkers een commerciële relatie met Trouw hadden en geen deel uitmaakten van de verspreidersorganisatie.

Met de berechting door het Polizeistandgericht ging Rauter in tegen het 'Führerbefehl' van Hitler persoonlijk, om geen processen meer te organiseren, omdat dit te veel tijd zou kosten. Het Trouw-proces op 5 augustus is de laatste zitting van het Polizeistandgericht geweest, die Rauter nog heeft weten binnen te slepen.

Trouw moest het in vergelijking met andere verzetsbladen zwaar ontgelden. Op 8 augustus 1944, een dag voordat de eerste zes Trouw-medewerkers werden gefusilleerd, veroordeelde het civiele Obergericht 23 medewerkers van Het Parool voor dezelfde vergrijpen tot tuchthuisstraffen van drie maanden tot vijftien jaar.

Huisvader

Met de wetenschap van nu krijgt Van Rullers uitspraak over zijn 'rubriekje' een wrange naklank. Geschiedvorsers Biersteker en Van Kaam zijn voorzichtig in hun oordeel. "Het bericht over de verhuizing van Rauters gezin was een volstrekt naïef bedoelde mededeling, in de trant van: Kijk eens, de bevrijding is nabij", zegt Ben van Kaam.

In 1994 hechtte hij nog niet zo'n groot belang aan de woede van Rauter over het vermelden van het adres van diens vrouw en kinderen. Twintig jaar later twijfelt Van Kaam er niet aan dat de mededeling in Trouw uiteindelijk tot het doodvonnis van de 23 verspreiders heeft geleid. "Rauter reageerde zoals je van een gewone bezorgde huisvader mag verwachten, maar dat heeft de Trouw-groep zich destijds niet gerealiseerd. Rauter is lange tijd als demon gezien. Dat maakt je blind, en niet meer in staat zijn handelen te verklaren."

Volgens Biersteker konden Trouw-medewerkers zich niet in de geest van nazi's verplaatsen: "Wat Trouw betrekkelijk naïef bracht als nieuws dat de Duitsers 'm al smeerden, werd aan Duitse kant ervaren als een tip voor een moordaanslag op Rauters gezin. Dat verschil in perceptie is de jongens van Trouw noodlottig geworden."

In totaal hebben 120 mensen hun medewerking aan het illegale Trouw met de dood moeten bekopen. Hanns Albin Rauter werd door het Bijzonder Gerechtshof ter dood veroordeeld wegens zijn daden tijdens de Tweede Wereldoorlog en op 25 maart 1949 bij Scheveningen gefusilleerd.

Het ultimatum

Tot 1994 is aangenomen dat de kerngroep van het illegale Trouw in augustus 1944 door de Duitse bezetters voor een - duivelse - keuze is gesteld. Als de groep zou toezeggen de uitgave van het blad te stoppen, zouden de levens worden gespaard van 23 gevangen Trouw-verspreiders, die in de voorafgaande maanden waren gearresteerd en gevangengezet.

Maar vijftig jaar na dato, in 1994, bleek uit onderzoek van oud-Trouw-redacteuren Henk Biersteker en Ben van Kaam en historicus Peter Bak dat van een echt ultimatum geen sprake is geweest. Het Polizeistandgericht had al op 5 augustus 1944 een onherroepelijk doodvonnis over de 23 medewerkers uitgesproken. Dat vonnis zou hoe dan ook worden voltrokken.

Op 9 augustus 1944 kwam de kerngroep van Trouw bijeen in een bovenwoning aan het Valeriusplein in Amsterdam. De leden wisten niet beter dan dat zij moesten kiezen tussen doorgaan met Trouw of de levens redden van de 23 verspreiders. Familieleden hadden de kerngroep gesmeekt om voor het laatste te kiezen. Ep van Ruller, lid van de Trouw-groep, verwoordde een van de overwegingen als volgt: "We zitten in oorlog, we voeren eigenlijk op papier een oorlog en als je dus als bevelhebbers - zo moest je ons toch wel zien - een bepaalde stelling moet nemen, mag je dan om strategische redenen dat achterwege laten ter wille van de offers, die je zou moeten brengen", aldus de transcriptie van een in 1968 gehouden vraaggesprek.

Uiteindelijk gaf Wim Speelman, hoofd van de verspreidersorganisatie, de doorslag. "Aan hèm was de vraag gericht. En toen we daar lang en breed met elkaar over gepraat hadden, toen is ook aan hem deze vraag voorgelegd en ik zie nog die vreemde flikkering in die jongen z'n ogen: Ik teken niet! En daarmee was de zaak uit."

Van Ruller zegt in zijn leven "nog nooit voor zo'n afschuwelijke beslissing" te hebben gestaan. Tegelijk vertelt hij over de 'frontstemming' die gaandeweg in de Trouw-groep ontstond: "Vandaag komt er een kogel met mijn naam erop. Dat is dunkt mij de stemming van het front: de eerste keer dat je in de slag komt, kom je wezenloos terug. Dan is die weg, en die, en dat vind je allemaal verschrikkelijk. Maar later zeg je: 'hij is er ook niet meer'. En in die stemming kwamen we, door al die arrestaties die plaatshadden. Vandaar: dat een mensenleven niet geldt kan ik niet zeggen, maar dat wij eraan gewend raakten, min of meer, dat was ongetwijfeld waar."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden