Een roze sprookje

Het Nationale Ballet heeft van het 138 oude sprookje ’Coppelia’ een modern verhaal gemaakt. Over uiterlijke schoonheid en de maakbaarheid daarvan.

Niet voor niets gaat de bewerking van ’Coppelia’ door Het Nationale Ballet (HNB) op Valentijnsdag in première. De nieuwste monsterproductie voor iedereen van vijf jaar en ouder is volgens artistiek directeur Ted Brandsen een echt ’feelgoodballet’. „Waarin ware liefde overwint en iedereen elkaar uiteindelijk vindt. Zoals het een mooi roze sprookje betaamt.”

Een zoetroze sprookje dat in handen van het Amsterdamse balletgezelschap ook zwarte randjes heeft gekregen. In letterlijke zin door het cartooneske beeldconcept dat illustrator Sieb Posthuma voor deze ’Coppelia’ creëerde, figuurlijk door de bewerking die in samenwerking met dramaturge Janine Brogt tot stand kwam. In deze ’Coppelia’ is dokter Coppelius geen excentrieke onschuldige zot die de mechanische pop Coppelia tot leven brengt. Hij is een plastisch chirurg à la Robert Schoemacher die met zijn make-oversalon ’Coppelia Clinics’ voor opschudding in de eens zo gemoedelijke gemeenschap zorgt.

Brandsen: „Niet iedereen die de kliniek binnenstapt, komt er ook weer uit. Hoofdpersonage Zwaantje gaat op onderzoek uit als haar verloofde Frans verliefd wordt op Coppelia, de wonderschone ’creatie’ van de gladde dokter. Een rigoureuze hedendaagse bewerking van het verhaal, toch is de universele essentie bewaard gebleven: de maakbaarheid van schoonheid en het vinden van de waarheid achter schone schijn.”

Het laatromantische comédie-ballet ’Coppelia’, gebaseerd op het verhaal ’Der Sandmann’ van E.T.A. Hoffmann, ging in 1870 in première in de Parijse Opéra. Operabibliothecaris Charles Nuittier tekende voor het libretto en de in die tijd immens populaire spektakelchoreograaf Arthur Saint-Léon voor de choreografie.

Het ballet werd een eclatant succes. De personages Swanhilde (Zwaantje in de versie van HNB) en Franz (bij HNB gewoon Frans) personifieerden de in de romantiek gemystificeerde simpele en robuuste landlieden in een boerengemeenschap, en in de compositie van Léo Delibes kregen zij een eigen motief, wat de handeling enorme kracht bijzette: Frans wordt verliefd op de pop Coppelia en laat daarvoor zijn verloofde Swanhilde lopen, dokter Coppelius wil zijn ideale vrouwbeeld Coppelia leven inblazen door Frans van zijn geest te beroven, en Swanhilde opent met een persoonsverwisseling de ogen van haar Frans. Eind goed, al goed, muzikaal beklonken in een huwelijksfeest vol sprankelende divertissementen met – in de geest van de romantiek – vele folkloredansen die bij zowel Saint-Léon als Délibes bovendien op extra veel belangstelling konden rekenen.

En dat is ook meteen het problematische aan ’Coppelia’, meent Ted Brandsen. „Eigenlijk is in de tweede acte de hele handeling al voltooid. In de derde acte volgt een aaneenschakeling van dansjes en variaties, terwijl je eigenlijk behoefte hebt aan een grand pas de deux van Zwaantje en Frans; een apotheose van het ballet. Die is heel moeilijk te creëren omdat het personage Frans naar romantisch-decadente smaak in travestie moest worden gedanst en Delibes zijn muziek dus op een variatie voor een vrouw heeft geschreven. Maar gelukkig is ’Coppelia’ bij uitstek een ballet waarmee je alle kanten op kunt.”

Tijdens de Frans-Pruisische oorlogen die vanaf 1870 Parijs in zijn greep hielden, sloot de Parijse Opéra zijn deuren en gingen de originele ontwerpen en de Saint-Léon-choreografie grotendeels verloren. Er is dus geen ’autoriteit’ waar je als choreograaf rekening mee moet houden, verklaart Brandsen. „Er is geen sprake van dé versie; men baseert zich soms losjes op die van Marius Petipa die hij in 1884 voor het keizerlijk ballet in Sint Petersburg maakte. Verder is elke choreograaf in de loop der tijd volkomen vrij met het verhaal aan de haal gegaan.”

Berucht is de versie die choreografe Maguy Marin in 1993 voor het Ballet van de Opéra Natiónal de Lyon creëerde. Marin schrapte de ’problematische’ derde acte, knipte veertig minuten uit Délibes’ muziek en het verhaal werd ingeklonken tot één duidelijke boodschap: vrouwen proberen volgzaam aan een droombeeld te voldoen omdat ze door mannen niet worden gezien zoals ze zijn.

Zoals bij Marin, heeft ook de ’Coppelia’ van HNB een maatschappijkritische ondertoon. „Als je het over ’Coppelia’ hebt, heb je het over uiterlijke betovering en de maakbaarheid daarvan. In onze tijd is dat een prominent cultureel verschijnsel, zoals zo schokkend door Sunny Bergman in de documentaire ’Beperkt houdbaar’ is aangetoond. In ’Coppelia’ wordt Frans verleid door de glanzende wereld van Coppelia Clinics, zoals wij allemaal worden verleid door de wereld om ons heen.”

Maguy Marin pleitte in haar ’Coppelia’ voor vrouwelijke bewustwording, bij HNB is Zwaantje allang een geëmancipeerde, vrijgevochten meid. Brandsen: „Het huwelijk dat normaliter plaatsvindt in de tweede acte, wordt uitgesteld omdat Zwaantje het helemaal niet meer zo zeker weet of ze nog wel met die Frans wil trouwen. Hij blijft reuze leuk en aantrekkelijk, maar het is ook een domoor die haar in de steek wilde laten voor zo’n domme, blonde, gladgestreken pop. Hij moet zijn liefde eerst maar eens bewijzen.”

En natuurlijk doet hij dat, want ’Coppelia’ blijft een sprookje. „Dat vonden we belangrijk. De tijden zijn onzeker, de wereld is aan het verharden. Een liefdevolle sprankeling is welkom. Dat happy end past ook goed bij dat nostalgische gevoel waaraan Sieb Postuma’s toneelbeeld appelleert. Vertrouwd en warm, het goede van vroeger. Ik wilde ook per se eindigen met een wals, een gezamenlijke rondedans van alle personages; een manifestatie van het ultieme ’community gevoel’ dat bijna was verdrongen door de invasie van die glanzende nieuwe wereld.”

Klinkt dit niet of Rouvoet en Balkenende bij het ballet een voet tussen de deur hebben gezet? Brandsen schatert: „Aan het einde wordt iedereen verliefd op iedereen, de hele gemeenschap spiegelt zich in de ware liefde tussen Zwaantje en Frans. De dominee gaat er met een oude dame vandoor, een rock-’n-roller lonkt naar de bodybuilder en ook twee dames kijken verlekkerd naar elkaar. Onze ’Coppelia’ doet niet aan hoeksteendenken, maar is wel een pleidooi voor de liefde, het leven en de schoonheid ervan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden