Een Rotterdamse parade in Amsterdamse Paradiso-Proms

AMSTERDAM - Niet de organisatie van muziek vanuit een enkele centrale idee, maar juist aandacht voor verscheidenheid en rijkdom aan de oppervlakte van het kunstwerk. Dat is wat componist Peter-Jan Waemans bepleitte in het programma dat hij in het kader van de Proms-serie voor het Schönberg-ensemble mocht samenstellen.

Vier bewijsstukken voor het bestaan van een op dit concept gebaseerde 'Rotterdamse School' bracht Wagemans afgelopen dinsdagavond mee naar het zeer matig bezochte Amsterdamse Paradiso. Het Schönberg Ensemble onder leiding van de jonge gastdirigent Micha Hamel besloot de avond met het ruim een half uur durende 'Muziek IV' van Wagemans zelf. In dit meerdelige werk uit 1988 buitelen de invallen over elkaar heen. De afwisseling van drie kleurige 'Parades' met Alleluia, Toccata en Romance betitelde tussendelen volgt het model van een baroksuite. Dat de componist veel aandacht en vakmanschap besteedde aan de verschijningsvorm, aan de 'voorgrond' van de muziek was evident. Zijn inspanning leverde een verpozend halfuurtje op, waarvan echter maar weinig hangen bleef hangen. In dit opzicht diende Muziek IV als modelcompositie bij uitstek van het door Wagemans uitgestippelde onderwerp van de avond.

Minder gelukkig bleek de vakman Wagemans in zijn instrumentatie van vier madrigalen van Gesualdo da Venosa (1561-1613). De van oorsprong gezongen muziek leent zich nu eenmaal voor versmelting en niet voor uiteenrafeling van de stemmen. De musici hadden het dan ook moeilijk met deze opgave. Ook dirigent Micha Hamel voelde zich bij deze met kleurtjes ingevulde Renaissance-muziek zichtbaar minder op zijn gemak dan bij bijvoorbeeld het brandnieuwe 'Gravity Waves' van Marcel Minderhoud, een jonge compositieleerling van Wagemans.

Minderhoud bleek nog hard op zoek hoe hij de verworvenheden van de avantgarde inlijft in een eigen taal. Een rinkelende fietsbel bleef in deze compositie dan ook niet uit. De Luikse componist Philippe Boesmans (ooit gastdocent compositie in Rotterdam) toonde zich al in 1971 een meester in het eigenwijs hanteren van avantgarde-taal. Zijn 'Upon La-Mi', een soort dialoog tussen hoorn en sopraan, is in zijn soort een compositie van verrassende kwaliteit. De overtuigend gezongen interpretatie van Ingrid Kapelle met hoornist Hans Dullaert als secondant boeide, mede dankzij de levendige, geïnspireerde directie van Hamel. Of Boesmans zich nu geografisch en conceptueel tot de 'Rotterdamse School' rekent, is een tweede.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden